Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 30/12/2015 Paul Dessein Koffiemolen

In onze keuken hangt een koffiemolen. Hangt. Het betreft dus een soort wandkoffiemolen. Een wandkoffiemolen die je met de hand moet bedienen: de gemalen koffie moet je 'in het zweet uws aanschijns' verdienen. Voor zo'n toestel kunnen we een naam bedenken: 'handwandkoffiemolen'. Een beetje lang maar nog doenlijk: er bestaan andere creaties! Het lichaam dat de eigenlijke bonen bevat bestaat uit een edel lijkende witte materie met daarop een blauwe tekening (namaak Delfts): een échte molen, een stukje landweg en een eenzame, 'gerugzakte' stapper met heftige wandelschoenen, een landelijk huisje waaruit een dikke rookwolk met de nodige kracht wordt opgestuwd. Bovendien is het hele landschap zachtjes ondergesneeuwd. Je moet oppassen of je zwelgt jezelf ten onder in deze romantische orgie.

Toen onze kleinkinderen nog kleine kinderen waren vroegen ze altijd of ze even mochten draaien aan dé koffiemolen. Dat mocht natuurlijk. Meer nog: met Kerst en Nieuwjaar zorgde ik er altijd voor dat er echt koffiebonen in het witte lichaam zaten, zodat onze kleinkinderen van toen de enige sensatie beleefden mede in te mogen staan voor de gemalen koffie die nodig was voor de enkele heerlijk onvervalste zelfgezette koppen. Die tijd is nu allang voorbij en de belangstelling voor 'handwandkoffiemolens' is getaand en gedaald tot het bedroevende peil van totale onverschilligheid: onze wandmolen bestáát niet eens meer. Blauwe Delftse romantiek. Op de plank (om aan de muur vast te maken) staat nog, maar zeer onduidelijk, de plaats waar wij het spul gekocht hebben: ergens een plaatsje in Duitsland, waarschijnlijk op een marktje, dat misschien bekend was voor namaak Delfts blauw. Wij weten het niet meer. Wij troosten ons met de gedachte dat we oud genoeg zijn om vooral namen te vergeten, dat zoveel mensen dat meemaken, dat er niets abnormaals aan de hand is en meer nog met de zeer hoopgevende overweging dat ons brein meer filtert dan vroeger, dat we de niet echt belangrijke zaken selectief uitschakelen zodat ons geheugen niet overbelast raakt: kortom we worden langzaam ook meester in het verzinnen van allerlei redenen om toch maar niet ongerust te hoeven zijn.

Onlangs ben ik bezweken voor de bekoring: in het warenhuis waar wij gewoonlijk inkopen doen, kon ik dit keer niet ongestraft voorbij de koffieafdeling (gewone gemalen koffie stond trouwens op mijn 'blaadje'): de drang naar bonen overweldigde mij mateloos. Mijn vrouw was duidelijk, bijna warrig verbaasd dat ik met 'bonen' kwam aangezeild. Ik dacht maar, bij deze verbazing, dat het goed is dat er binnen echtelijke stellen zo af en toe nog ruimte bestaat voor verwondering. Ik durf er trouwens mijn bloedeigen vrouw van te verdenken dat ze niet helemaal geloofde in dat overrompelende van die bonengedachte, dat ze het eigenlijk veel meer hield op een al dan niet aan de jaren te wijten verstrooidheid. Wie weet? Misschien was dat ook wel zo. Ik weet het niet en wil ook niet te diep in mezelf graven om de échte waarheid zoals dat nu heet boven te spitten. Bovendien, en weer naar het schijnt, zijn kleine onopgeloste geheimpjes goed ende bevorderlijk voor de ouder wordende echtelijke liefde. Mijn god, wat bestaat er toch veel wijsheid om vlot het leven door te komen. Wat ook zo lekker is, is het eten van een volle boon. Heerlijke genietingen. En dat alles door zo'n klein onschuldig boontje.

Maar plots dat ene zinnetje, van mijn vrouw: mijn vader stond altijd als eerste op om koffie te malen voor het hele gezin. Een ruim gezin overigens. Zo'n zin bevat een potentieel gevaar: wijlen je schoonvader als lichtend voorbeeld. Zelf heb ik een vader gehad die altijd als eerste opstond om bij ons thuis, heel lang geleden, de kachel aan te maken, toentertijd nog de oude kachel met soms gloeiendrode pot, daarna om de vulhaard (de beroemde 'feu continu') op te poken en vervolgens, als de gaskachel zijn intrede had gedaan – hij was nu toch gewend als eerste op te staan – om koffie te zetten en de tafel te dekken.

Ik heb dus illustere voorbeelden. Maar ik ben al van de generatie van elektrische en andere kookplaten; ik ben al van de generatie van de centrale verwarming zodat ik bijna in de onmogelijkheid verkeer me 's ochtends vroeg nog dienstbaar op te stellen: het is soms zó moeilijk om in deze moderne tijden gewoon behulpzaam te zijn. Maar ik wil eerlijk zijn: zo jammer vind ik dat nu ook weer niet. Ik zoek dan maar andere gebieden waar ik 'binnenechtelijk' iets voorstel.

Bij de komende nieuwjaarsfeesten ben ik er heilig overtuigd van dat mijn kleinkinderen, misschien ook al de prille lieven van sommigen, ontroerd aan de oude en vertrouwde zwengel zullen willen draaien om de nodige koffie te malen: ik heb in elk geval een behoorlijke hoeveelheid 'straffe' bonen ingekocht.

Men zegt (maar wie?) dat de koffie die je zelf maalt beter is dan het voorverpakte gemalen spul dat je koopt. Ik geloof daar niets van. Maar op nieuwjaarsdag zal iedereen het er wel over eens zijn dat zelfgemalen koffie inderdaad beter smaakt.

Koffie als 'troost'!

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be