Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 30/03/2016 Paul Dessein Onaangepast

Ik ben een oen.
Mijn god, wat ben ik een oen! Een wat?
Een uil als dat makkelijker klinkt. Of een uilskop, ja zelfs een uilskuiken.
Ik ben dat op écht oenige wijze allemaal.
Als het economie betreft.
Mijn vrouw is ook niet echt economisch beslagen, maar toch meer dan ik, zonder dat haar begrip daarom nu ook huizenhoog wordt. Wij zijn, kortom, een stelletje onwetende leken. Als wij tv-kijken en we luisteren aandachtig naar de economische berichtgeving of naar een of andere fiscale duiding van de dan onvermijdelijke hoogleraar met een muisachtige naam, dan snappen we wel de woorden maar niet de zinnen. Pijnlijk, bijzonder pijnlijk en dat voor gestudeerde mensen! Wat is 'volatiele' markt? Wat betekent: 'de ECB koopt staatsobligaties op om hele landen te steunen'? Wat vang je aan met: 'er heerst grote onrust omdat het consumentenvertrouwen wankelt'? En wat doe je met: 'onze banken moeten betalen om geld te parkeren bij de Europese Centrale Bank'? Dan heb ik de neiging weg te zinken in een wel grenzeloos diep lijkende depressie gepaard gaande met hoofdpijn en een groot heftig verlangen naar de tijd dat je een bon kocht en voor een jaar of twaalf gerust was. Die bon 'jongde' in alle rust bijkomend geld.

Er is echter meer aan de hand. Binnen mijn volkomen onbegrip gloeit ergens heel ver weg in mijn donkere kuil een straaltje primair inzicht: ik weet, wij weten dat onze welvaart afhangt van consumptie. Wij moeten dus, zoals onze consumptiemaatschappij het zelf zegt: consumeren. Maar zelfs dat inzicht zit boordevol voor mij onverklaarbare tegenstrijdigheden. Eigenlijk zeggen 'ze' ons: willen jullie de uiteraard paradijselijke wereld van bij ons redden, dan moeten jullie zoveel mogelijk consumeren. Bijna: consumeren om te consumeren.

En dat, met mijn opvoeding en mijn verleden (ik weet nog wat arm Vlaanderen betekend heeft), dat kan ik niet. Ik ben een jongen uit een vorige maatschappij waar 'sparen' en 'spaarzaam zijn' de enige overlevingsboodschap was. Dé uitdrukking van deze houding is, zonder reclame te willen maken, het fameuze 'appeltje voor de dorst' (om later te kunnen gebruiken tegen de dorst, als die komt)!

Ik moet dus, wij moeten dus méér kopen, méér consumeren. Maar buiten de dingen van iedere dag heb ik eigenlijk niets nodig. Soms overloop ik wat ik nog allemaal zou kunnen gebruiken. 'Meer reizen', suggereren mijn reisgrage vrienden. Helaas, ik ben een lezer en de leesreizen zijn mij vaak dierbaarder dan de echte reizen die dikwijls ook vermoeiender zijn. (Voel je de oude man langzamerhand de kop opsteken?)

Ik zou me een nieuwe met snufjes uitgeruste racefiets aan kunnen schaffen. Helaas, ten tweede male, ik kan nog goed meekomen met mijn oude exemplaar (waaraan ik bovendien, zoals aan alle oude dingen die mij in mijn leven hebben vergezeld, zeer gehecht ben). We zouden een nieuwe keuken kunnen laten installeren. Helaas, driewerf, hebben wij destijds een oerdegelijke Duitse kwaliteitskeuken gekocht met de volgende wervende spoelbakslogan: der immer glänzende Mittelpunkt ihrer Küche, of iets dergelijks. En dat middelpunt heeft nog niets van zijn glans ingeboet. Zodoende...

Het gebeurt dat vrienden mij zeggen: 'Je denkt toch niet dat je je geld in je graf zult meenemen?'. Die vrienden – maar zijn ze dat wel? – gaan ervan uit dat ik een beetje zuinig ben, of erger nog, een beetje vrekkig.
Maar dat is het niet.
Wat is het dan wel?
Het is mijn onvermogen om zonder meer in de nieuwe economische wetmatigheid te stappen van de nieuwste heilbrengende boodschap: 'geld moet rollen'.
Moet ik daarom bijvoorbeeld mijn kleine auto inruilen voor een grote bak?
Moet ik daarom mijn huidige gedegen meubels vervangen door moderne designspullen?
Moet ik daarom mijn geest pijnigen om te zoeken wat ik wellicht niet mis?
Ik ben meer dan tevreden met mijn actuele situatie die botst met de moderne tijden.
En als de tijd van intensieve verzorging zou komen – met gulle geldelijke uitgaven – hoop ik dat alles heel snel gebeurt zonder al te veel poespas en bijbehorende kosten. Ik ben heel zeker een minkukel bij het naderbij brengen van het vernieuwde glitterende consumptietijdperk dat ons uit het moeras moet trekken.

Ik voel me diep en diep schuldig en bied zelfs mijn excuses aan.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be