Krant van Blankenberge | Oorlogskroniek | Maart 1916
Blankenberge: 01/03/2016 - Auteur: Pieter Deschoolmeester Oorlogskroniek | Maart 1916 ★ ★ ★ ★ ★
16 maart 1916

De Blankenbergse gemeentesecretaris deelt mee dat waarnemend burgmeester Ponjaert door viceadmiraal Jacobssen, de chef van de staf van de 1ste Marine Divisie, 'gestraft is met eene boete van 500 mark of 100 dagen gevang'. Waarnemend burgemeester Ponjaert had deze straf opgelopen omdat het gemeentebestuur er niet in geslaagd was om tijdig een 'veertigtal electrische ampoulen' of lampen te leveren waarmee de Vlaamse zaal van het Hotel Excelsior, waar de staf van de Duitse bezettingsmacht was ingekwartierd, te verlichten. Nochtans had gemeentesecretaris Wauters wel degelijk geprobeerd om deze lampen aan te kopen. Dergelijke lampen waren blijkbaar enkel in Brussel te verkrijgen, maar de gemeentesecretaris had echter geen toelating verkregen van de Kommandantur om naar de hoofdstad te reizen 'daar er voor het oogenblik geen hoegenaamd burgerlijk verkeer tusschen het Marine- en Etappegied veroorloofd is'.

Het schepencollege beslist om 'de som van 500 mark of 625 frank te mandateeren op een speciaal crediet' en de gemeenteontvanger te bevelen deze geldsom aan de Kommandantur over te maken.(1)

Niet toevallig had de bezetter het Hotel Excelsior als hoofdkwartier ingericht. Dit hotel uit 1911, eigendom van de naar het Verenigd Koninkrijk gevluchte burgmeester Gustaaf D'Hondt, was namelijk één van de meest prestigieuze en luxueuze hotels op de zeedijk en bijgevolg uiterst geschikt om er de staf van de bezettingsmacht in te huisvesten.



[Het Hotel Excelsior op de zeedijk, pk1056, Verzameling Stadsarchief-De Benne.]
★ ★ ★ ★ ★


[SAB, uitgaande briefwisseling van 17 maart 1916.]
17 maart 1916

's Middags begeeft gemeenteontvanger Feraille zich naar de Kommandantur om de geldboete van 500 Mark (625 frank) te betalen. Kort nadat hij betaald had, in 'den namiddag van denzelfden dag' wordt het bedrag echter al teruggegeven.(2) De Stadtkommandant Östermann was er blijkbaar in geslaagd om viceadmiraal Jacobsson te overhalen om de geldboete in te trekken. Opgelucht schreef gemeentesecretaris Wauters een bedankingsbrief naar de Stadtkommandant waarin hij zijn diepe erkentelijkheid uitdrukt voor hetgeen hij voor Blankenberge gedaan had.(3) Deze pro-Duitsgezinde brief zou de gemeentesecretaris nog zuur opbreken. Onder andere op basis van deze brief zal men hem na de oorlog namelijk beschuldigen van landverraad ...

★ ★ ★ ★ ★ 20 maart 1916

De Stadtkommandant laat weten dat het verboden is 'aan de visschers, enz. te verwijlen op de rampe tussen villa's n° 174 en 175 Zeedijk'.(4) Al bij aanvang van de bezetting hadden de Duitsers de zeedijk laten ontruimen om er loopgraven in aan te leggen. Het strand, de duinen en de zeedijk lagen namelijk op de frontlinie die tijdens de oorlog herhaaldelijk beschoten werd door Britse oorlogsschepen. Opgevorderde badkarren dienden als onderkomens voor de manschappen in de loopgrachten. Het strand, de duinen en de talud van de zeedijk werden versperd met prikkeldraad en op de daken van verschillende hotels installeerde de bezetter machinegeweernesten om zich te verdedigen tegen mogelijke geallieerde landingstroepen. Het zwaar geschut van de door de bezetter aangelegde kustbatterijen in de duinen moest vijandelijke oorlogsschepen op afstand houden. Het afgesperde gedeelte van het strand en de zeedijk tussen Hotel Burgerhof en Hotel Excelsior mocht met uitzondering van de militairen, door niemand betreden worden. Burgers die zich toch in die verboden zone waagden, riskeerden een geldboete of een gevangenisstraf.



[Duitse marinesoldaten tijdens een oefening in de loopgraven op de zeedijk. Verzameling Erwin Mahieu.]
★ ★ ★ ★ ★ 21 maart 1916

Het Blankenbergse Prinses Elisabethhospitaal protesteert bij de samenwerkende vennootschap Providentia tegen het feit dat 'zonder eenige geldige redenen, het getal broodkaarten die wekelijks aan het hospitaal worden afgeleverd, sedert een veertiental dagen van 41 op 18 is verminderd'. Deze halvering van het broodrantsoen was namelijk 'volstrekt niet in verhouding met het aantal personen die er doorgaans in verpleging zijn'. In het hospitaal werden toen een 12-tal zieken verpleegd, maar ook de 7 'zieke-diensters' en de dienstknecht die in het hospitaal werkten en er ook inwoonden, moesten van dit karige broodrantsoen (over)leven.(5)

★ ★ ★ ★ ★ (1)SAB, collegenotulen van 16 maart 1916
(2)SAB, collegenotulen van 18 maart 1916
(3)SAB, uitgaande briefwisseling van 17 maart 1916
(4)SAB, uitgaande briefwisseling van 20 maart 1916
(5)SAB, uitgaande briefwisseling van 21 maart 1916

Voor meer info of vragen rond de 'Oorlogskroniek' kunt u contact opnemen met de stadsarchivaris Pieter Deschoolmeester via e-mail archief@blankenberge.be of op het telefoonnummer ☎ +32 (0)50 63 64 25.
Neem ook een kijkje op: www.blankenberge.be/degrooteoorlog

© www.krantvanblankenberge.be