© Krant van Blankenberge | Een Vissersleven: Leven of Hel
Auteur Dany De Soete Een Vissersleven: Hemel of Hel :: De conscriptie ::

De inlijving van onze gewesten door Frankrijk op 1 oktober 1795 maakte een einde aan de status van bezet gebied dat onze gewesten na de Oostenrijkse nederlaag bij Fleurus op 26 juni 1794 te beurt was gevallen. De militaire bezetting gekenmerkt door een zeer streng regime waarbij het land door de vele confiscaties, extra heffingen en oorlogsleningen financieel en economisch geplunderd werd had de Fransen in onze gewesten weinig geliefd gemaakt. In de Nederlandstalige en Duitstalige regio's kwam daarbij het algemene gebruik van de Franse taal door de overheid wat slechts voor een minderheid verstaanbaar was. De communicatie tussen gezagdragers en ingezetenen werd nog bemoeilijkt door de vreemde, haast onverstaanbare bewoording waar de officiële publicaties in uitblonken.

Op militair vlak brak men onaangekondigd met een lange lokale traditie. Drie jaar na het Directoire werd op 19 fructidor an VI ( 5 september 1798) de wet op de rekrutering ingevoerd. De militaire dienst werd een algemene en persoonlijke plicht voor iedere mannelijke Franse staatsburger die de leeftijd van 20 jaar had bereikt. De wet op de 'conscriptie', zo genoemd omdat de jongeren tussen de 20 en 25 jaar oud en van het mannelijke geslacht zich op een lijst moesten laten inschrijven, paste wellicht in de toen uitgeholde filosofie van 'broederlijkheid en gelijkheid' doch was te modern om in onze landstreken te worden aanvaard. Voor 1798 werden de legers samengesteld uit vrijwilligers: mannen die uit vrije wil voor een militaire loopbaan kozen.

De wet van 19 fructidor an VI, op een moment dat het klimaat van algemene ontevredenheid een hoogtepunt had bereikt, was voldoende voor het uitbreken van een gewapend verzet. Na een eerste incident te Overmere (bij Dendermonde) op 12 oktober 1798 overspoelde een vloed van opstanden het platteland. In West- en Oost-Vlaanderen werd de opstand spoedig gebroken. In Brabant en Limburg werd de rebellie na het inzetten van een overweldigende troepenmacht bedwongen (slag bij Hasselt op 5 december 1798). In de steden vond de opstand nauwelijks aanhang van enig belang en in de Waalse dorpen vond ze bijna geen weerklank.

De wet van 19 fructidor an VI aanvaarde twee rekruteringsprincipes: de vrijwillige indienstneming en de conscriptie. Het eerste vormde de kern van een beroepsleger, het tweede leidde tot de invoering van de persoonlijke dienstplicht voor iedere Franse onderdaan. Alle jonge mannen tussen 20 en 25 jaar waren verplicht zich te laten inschrijven op de conscriptielijsten bij hun lokaal bestuur. De jongeren werden in leeftijdscategorieën opgedeeld waarbij degenen die in hetzelfde jaar geboren waren telkens één klasse vormden. De eerste omvatte alle jongens die op 1 vendénaire (22 september) van het lopende jaar de leeftijd van 20 jaar hadden bereikt. Praktisch gezien degenen die geboren waren tussen 22 september 1777 en 21 september 1778. In klasse 2 werden al de 21-jarigen ondergebracht, klasse 3 omvatte hen die 22 jaar oud waren, ... De jongeren van ten volle 25 jaar werden niet meer als 'conscrit' ingeschreven en bekwamen hun definitief verlof.

De duur van de legerdienst was in vredestijd vijf jaar en in oorlogstijd onbepaald. Vrijstelling werd slechts verleend aan weduwnaars, gescheiden mannen met kinderlast en gehuwden op voorwaarde dat de echtverbinding was aangegaan voordat het uitvoeringsbesluit dat de lichting bepaalde gepubliceerd was.

Het opstellen van de lijsten viel onder de bevoegdheid van het plaatselijk bestuur gecontroleerd door de departementale administratie en het Ministerie van Oorlog. Omwille van de verwachte weerstand voorzag de wet de nodige repressieve maatregelen voor degenen die zich aan de conscriptieformaliteiten weigerden te onderwerpen. Zo verloor de weerspannige een deel van zijn politieke- en sociale rechten. Hij werd aanzien en behandeld als een deserteur ten gevolge de wet van september 1798 uitgevaardigd door de Franse bezetter. Dit geschiedde door loting maar men kon zich ook vrijkopen. Dit hatelijk systeem waardoor alleen de arme bevolking werd getroffen bleef bestaan na de afscheiding van de Zuidelijke-Nederlanden, toen een gedeelte van Vlaanderen samengevoegd met Wallonië de staat België ging vormen.

lees verder
© www.krantvanblankenberge.be