© Krant van Blankenberge | Een Vissersleven: Leven of Hel
Auteur Dany De Soete Een Vissersleven: Hemel of Hel :: Vanaf 1830 ::

Vanaf 1830 evolueerde de gemeente resoluut van vissersdorp tot toeristische badplaats. De geschiedenis van het kusttoerisme ontstond omstreeks 1788 in Engeland met het kuren in zeewater. Deze zeebaden waren zogezegd goed voor de gezondheid en de Engelse koning trok ervoor naar Brighton. Leopold-I die getrouwd was met de Engelse kroonprinses (Charlotte Augusta +1817) bracht deze gewoonte mee naar België.

In Oostende werd de Koninklíjke villa gebouwd. Vooral Koning Leopold-II verbleef veel ín Oostende. Het Koninklijke voorbeeld werd dan gevolgd door de rijke burgerij die villa's liet bouwen op de zeedijk.

Ook de trein speelde een belangrijke rol in de tweede helft van de 19de eeuw. De kust was beter bereikbaar geworden vanuit Brussel o.a. door de lijn Brugge-Blankenberge. Blankenberge was in die periode trouwens een heel chique badplaats met mooie villa's.

In 1835 werd begonnen met het optrekken van een postgebouw. Het jaar nadien, het jaar tijdens het welke een grote storm (29 november 1836) talrijke vissers op zee verraste en waarbij 14 man het leven erbij inschoten, werd een gendarmeriepost opgericht. In 1840 kwam de allereerste woning op de zeedijk, hetzij een paviljoentje toebehorend aan een zekere De Rycker: een reder. Het huisje was volledig uit hout gebouwd en omvatte slechts een gelijkvloers. Vrij spoedig volgden verscheidene andere woningen. Het eerste hotel op de zeedijk was de 'Godderis' (dat opgetrokken werd waar voorheen een klein huisje stond toebehorend aan de heer Segaert). Het eerste gebouw in duurzame materialen werd het huis van Deschrijver-De Meester, dat bewoond werd door dokter Verhaeghe. In 1899 werd er later het 'Grand Hotel' gebouwd dat eigendom was van de heer Gustaaf D'Hondt. In 1859 werd aan de zeedijk de kursaal gebouwd terwijl in 1864 het 'Hotel des Bains et des Familles' werd opgericht. Ook in de stadskom verrezen verscheidene hotels. Voor de bouw van de grote hotels en vanaf 1830 vonden de toeristen die steeds in groter getal opdaagden slechts onderkomen in een bescheiden herberg ergens in de dorpskom.

Vanaf 1852 worden lijsten aangelegd der vreemdelingen. Ingeschreven vreemdelingen in 1852: 725. In 1904 waren er al 35 250 badgasten. Al deze cijfers hebben betrekking op toeristen die te Blankenberge overnachten.

Op postkaarten van 1870 tot 1914 ziet men de evolutie van het zeebaden met een mooi beeld van het strand waarop veel informatie valt af te lezen. De badkarren die door paarden tot in het water getrokken werden en de gewone keukenstoelen als strandmeubilair. De strandmode van toen werd getoond alsook een 'maître beigneur' die de baders hielp uitstappen uit de badkar en hen bij de hand bleef houden in het water. Het was toen ook echt baden en niet zwemmen: men moest zand onder de voeten blijven voelen, verder in het water mocht niet. Een bleke huidskleur was toen de mode. Ook het gebruik van parasols en breedgerande hoeden zorgden hiervoor.

lees verder
© www.krantvanblankenberge.be