© Krant van Blankenberge | Een Vissersleven: Leven of Hel
Auteur Dany De Soete Een Vissersleven: Hemel of Hel :: De Tweede Wereldoorlog ::

In de periode na de Eerste Wereldoorlog probeert Blankenberge zich te herstellen, alle sporen van het oorlogsgeweld wilde men zo spoedig mogelijk uitwissen. Het toerisme kwam langzaam maar zeker terug op gang. Huizen, villa's, hotels en appartementsgebouwen werden hersteld of terug opgebouwd want het toerisme was de voornaamste bron van inkomsten te Blankenberge. Dit alles belet niet dat de eerste naoorlogse jaren verre van gemakkelijk waren. Er waren maar twintig jaar verlopen sinds de Eerste Wereldoorlog. Wanneer op 3 september 1939 de Tweede Wereldoorlog uitbrak was deze al begonnen voor onze Vlaamse vissers. De Duitsers hadden voordien reeds mijnenvelden aangelegd in de Noordzee voor ze op 10 mei 1940 ons land binnenvielen. Gedurende deze periode van september 1939 tot 9 mei 1940 werden zeven vissersvaartuigen door mijnontploffing verloren op 14 november de O.165 met 3 doden, op 1 januari 1940 de B.24 met 4 doden, op 23 februari 1940 de O.67 met 3 doden, op 7 maart 1940 de Z.47 met 4 doden op 9 maart 1940 de H.58 met 3 doden en de H.85 met 1 dode, op 30 april 1940 de B.36 met 4 doden: samen 22 man. Wanneer de Duitsers op 10 mei 1940 België de oorlog verklaarden sloeg onze visserij voor een tweede maal op de vlucht.

De geschiedenis van onze vissers is te weinig bekend. Tijdens de donkerste uren van 1940 hebben ze hulp geboden aan de Marine Nationale en de Royal Navy. De meeste vissers vertrokken doordat zij velen zagen vertrekken richting Frankrijk: Boulogne, daarna naar Dieppe, Fécamp of St-Vaas waar na een week allen die niet tot de bemanning behoorden van boord moesten. De families vertrokken per trein naar het binnenland. In september 1940 werden zij allen terug naar België gezonden.

De meeste Belgische vissers die aan de ontruiming hebben deelgenomen waren nooit in Duinkerken geweest. Deze haven genoot zelfs niet van een goede faam bij onze vissers. Degenen die door de Franse visserijwachtschepen in de Franse wateren waren gepraaid werden inderdaad tot Duinkerken begeleid waar vistuig en visvangst in beslag genomen en verkocht werden. Daarna zijn de vissersvaartuigen terug gekeerd naar Cherbourg en Saint-Vaast-La Hougue. Enkelen zijn te Saint-Vaast of op andere plaatsen langs de Franse kust gebleven en dit over het algemeen tengevolge averij of bij gebrek aan brandstof. De anderen hebben na 18 juni Engeland bereikt.

Onze vissers bieden ook hulp aan bij de evacuatie van Duinkerken. Dynamo is de codenaam van de operatie die de Britse troepen uit het belegerde Duinkerken terug naar huis bracht. Het plan kwam van vice-admiraal Bertram Ramsay. Met beperkte middelen slaagden hij en zijn staf erin om een evacuatievloot in een noodsituatie op de been te krijgen en zodoende een leger te redden van een vernederende overgave. Op 26 mei 1940 zette de Britse Admiraliteit om 6.57 uur Dynamo in gang om de resten van het Brits expeditieleger uit Duinkerken te evacueren. De operatie eindigde negen dagen later in de vroege ochtend van 4 juni. Een indrukwekkende vloot van vissersboten, roeiboten, jachten, sleepboten, mijnenvegers en torpedoboten was er in geslaagd om 338 226 man veilig over te brengen naar het Brits vasteland. De Britse propagandamachine vormde een pijnlijke terugtocht om tot een grote overwinning.

Hetzelfde gold echter niet voor het overrompelde België, Nederland en Frankrijk. Na de ontruiming van Duinkerken werden de Belgische vissersvaartuigen die op dit ogenblik grotendeels te Dartmouth samen waren gebracht naar andere havens gestuurd. De kleine vaartuigen moesten naar Brixham en Newlyn-Penzance varen. De grotere werden naar Milford Haven, Swansea of Fleetwood gestuurd van waaruit zij de visvangst verder zetten gedurende de oorlog.

Op 11 december 1943 komen er geruchten van evacuatie van onze Belgische vissers te Brixham naar andere havens. Dit was reeds een voorbereiding voor de landing. Schepen van meer dan 100 PK moeten naar Fleedwood, schepen minder dan 100 PK moeten blijven. Op 1 juni 1944 worden boten van 100 PK opgeëist en moeten naar Cardiff voor verbouwing. 110 Belgische vissersvaartuigen zijn in bedrijf in Engeland. De B.30 Jean-André had als thuishaven Newlyn, een 120-tal vissersvaartuigen bevonden zich in Time-Chartel waaronder de B.2 Sirius hulppatrouilleschip opgelegd in december 1941. Dit is zo een beetje de geschiedenis van onze vissers tijden Wereldoorlog-II in Engeland.

Afbeelding: Dat de zee zijn tol eiste is zeker. Vele boten werden ook oorlogsslachtoffer door mijnontploffing zowel in WO-I als in WO-II. Tot een flink stuk na de Tweede Wereldoorlog werden oorlogsslachtoffers gemaakt onder de visserij op zee. Op de foto: Duitse nog geladen zeemijn opgevist door de bemanning van de B.8, Alfons Madeleine, Marcel Van Hecke en Leon Marannes.

lees verder
© www.krantvanblankenberge.be