© Krant van Blankenberge | Een Vissersleven: Leven of Hel
Auteur Dany De Soete Een Vissersleven: Hemel of Hel :: Voor onze mensen in het bezette België ::

De bevolking hongerde en dat in een tijd waarin de grondstoffen onvindbaar schenen en het verkrijgen ervan afging van de bezetter. Als het erop aan komt zijn de Vlamingen plantrekkers: Ge moet het maar kunnen!

In wat volgt worden enkele gebeurtenissen en toestanden naar voor gebracht die begrensd liggen binnen een tijdspanne van een vijftal jaar. Aangezien de oorlogsperiode of liever de bezettingsperiode het meest aan bod komt speelt de hoofdgroepering vis- en visserijproducten hierbij een grote rol. Men noemde die toen kortweg: 'de corporatie'. Ouderen hebben waarschijnlijk nog deze laatste benaming onthouden, jongeren hebben er nooit over gehoord. Daarom enkele woorden uitleg.

Hoewel België nog niet in oorlog was kon men toch stellen dat hier een oorlogstoestand heerste. Er was mobilisatie. Vissers hadden af te rekenen met mijnengevaar. Onze regering moest zich in bochten wringen om te bewijzen dat ons land neutraal was. Onze koopvaardijschepen en ook de vissersboten kregen langs weerszij een grote Belgische vlag opgeschilderd om hun neutraliteit te bewijzen. Deze schepen kregen dus vrije doorvaart. Er werd nog evenveel vis aangevoerd en grote partijen werden uitgevoerd naar Duitsland. Op 27 oktober 1939 verscheen dan ook een besluitwet betreffende de bevoorrading van het land. Hierbij werden straffen voorzien voor degenen die de normale bevoorrading van de bevolking in gevaar brachten. Lees: tegen de zwarte markt.

Toen tijdens en na de l8-daagse veldtocht de regeringsleden in troebele omstandigheden uitweken naar London werd de bestuursmacht door hen overgedragen op de hier gebleven Secretarissen-Generaal van de onderscheiden ministeries. De zware taak de bevolking van voedsel te voorzien en deze eerlijk te verdelen lag op de schouders van Secretaris-Generaal Emile De Winter.

Oorlog schept bijzondere toestanden. Er komt gewoonlijk voedselschaarste en dan is het ieder voor zich! Vervolgens zijn er degenen die reeds rijk zijn en deze die het zullen worden maar daartegenover staat de overgrote meerderheid van onbemiddelden, van mensen die door de oorlog werkloos zijn geworden en de kleine spaarders en ouderlingen die de eerste slachtoffers worden van abnormale prijsstijgingen. Moreel gezien moet in oorlogstijd iedereen hetzelfde rantsoen krijgen maar het is precies dan dat alle moraal overboord wordt gegooid. Het is dus de taak van de overheid om in te grijpen.

Een eerste vereiste: orde, eerst dan kan men beginnen de productie te stimuleren en ieder het zijne te geven. Teneinde deze orde te verkrijgen werd door het Ministerie van Landbouw en Voedselvoorziening de Nationale Landbouw- en Voedingscorporatie opgericht. Deze werd onderverdeeld in tien hoofdgroeperingen. Het nummer acht was hoofdgroepering vis- en visserijproducten. Deze kreeg de bevoegdheid toegewezen over visserij, groot- en kleinhandel in visserijproducten, bewerking en invoer van vis.

Toen enkele maanden na de capitulatie men er op een schuchtere manier aan dacht de visvangst weer op gang te brengen koesterde niemand al te grote verwachtingen. Er was slechts een klein aantal boten beschikbaar die uiteraard slechts zouden kunnen vissen binnen een zeer beperkte kustzone. De toegestane brandstof voor de vissersboten was uiterst bemeten. Er was een beurtregeling voor het uitvaren en het aantal dagen dat mocht gevist worden hing af van de willekeur van de plaatselijke Duitse marine-overheid. Stilaan waren enkele grotere vaartuigen uit Frankríjk teruggekeerd.

Dan was het zo ver: visvangst werd opnieuw toegestaan vanuit de Belgische en Noord-Franse havens: van Zeebrugge tot Normandië. Er waren natuurlijk strikte voorwaarden aan verbonden en deze waren: alleen beroepsvissers, ingeschreven bij het waterschoutambt, waren toegelaten. Alleen de boten die ingeschreven waren voor 10 mei kwamen in aanmerking. Jollen of open boten waren uitgesloten om te vissen. Er mocht slechts gevist worden onder bewaking en dan alleen wanneer het zicht meer dan 8 kilometer bedroeg. Ook dan mocht men de kring van 1.000 meter rond de wachtboot niet verlaten. Men mocht slechts vissen binnen de driemijlszone. Absoluut verbod om aan boord te beschikken over een telefoon of radio. De boten moesten duidelijk alle vereiste kentekens dragen: nationaliteit, haven en seinen die erop wezen dat ze aan het vissen waren.

lees verder
© www.krantvanblankenberge.be