© Krant van Blankenberge | Een Vissersleven: Leven of Hel
Auteur Dany De Soete Een Vissersleven: Hemel of Hel :: De visserij ::

Alles wat maar op een boot leek trok het zeegat in en wie geen boot bezat probeerde het maar vanaf het strand, mits in het bezit te zijn van een vergunning. Alles moest afgeleverd worden aan de corporatie, maar... dat ziet ge van hier!

Ouderen die zich die tijd herinneren kennen alleen maar het sleutelwoord 'haring' en allen delen dezelfde mening: de haring was onze redding. We aten er soms driemaal daags. 's Morgens licht gerookte bakharing, 's middags gebakken verse haring met aardappelen en 's avonds opgelegde haring. Een veel gehoorde opmerking was ook: de W.C. stonk naar haring! Velen spreken over het mirakel van de haring. Een mirakel was het niet want de uitleg is heel eenvoudig, maar om die mensen tevreden te stellen zullen we maar beamen dat de haring door God gezonden was.

Het was namelijk zo dat de Noordzee tijdens de oorlog veel minder bevist werd en de haring is één van de soorten die zich snel vermenigvuldigen. Eenmaal dat ze gepaard hebben, kuit hebben afgezet, zijn ze ledig of ijl. Daarom spreekt men van ijle haring in tegenstelling tot volle haring. Deze verzwakte haring komt uitrusten in ondiepe wateren. Dit is tussen Nieuwpoort en de monding van de Somme. Het zijn de Franse kusthavens die er het meest profijt kunnen uithalen. Ondanks de enorme vangsten vermenigvuldigden de haringscholen zich zo snel in open zee dat er steeds meer en meer verschenen en zo ook verder en verder langs de Vlaamse kust te vangen waren. Tegen het eind van de oorlog bleven ze op het strand liggen bij het wegtrekkende tij. Men hoefde ze maar op te rapen. Hetzelfde fenomeen herhaalt zich ieder jaar zo tussen half december en half maart.

Aanvankelijk mocht er niet gevist worden in de Franse territoriale wateren, dit was zo voor de oorlog maar tijdens de bezetting was de toestand anders. We hadden een Militärbefehlshaber für Belgien und Nord-Frankreich en dit vereenvoudigde de netelige kwestie van de territoriale wateren. De Belgen mochten vissen binnen de wateren van Nord-Frankreich. Er was trouwens genoeg haring voor iedereen. Nieuwpoort had de grootste vloot met 115 vaartuigen: 106 scheepjes en 9 open boten gevolgd door Oostende met 94 vaartuigen: 71 scheepjes en 23 open boten, Zeebrugge met 69 vaartuigen: 67 scheepjes en 2 open boten en Blankenberge met 35 vaartuigen: 18 scheepjes en 17 open boten.

lees verder
© www.krantvanblankenberge.be