© Krant van Blankenberge | Een Vissersleven: Leven of Hel
Auteur Dany De Soete Een Vissersleven: Hemel of Hel :: Haven en vloot ::

Wat onze kusthavens betreft, deze werden door de oorlogsverrichtingen ernstig beschadigd en voor lange tijd buiten dienst gesteld. Op het ogenblik dat de eerste ijle haringscholen op onze kust verschenen kon enkel de haven van Nieuwpoort benuttigd worden. De Oostendse haven bleef tot 12 december voor de vissersvaartuigen ontoegankelijk, deze van Blankenberge tot 17 december en deze van Zeebrugge tot 6 januari. Tengevolge van zware ontploffingen die zich op 14 februari ín de haven van Oostende voordeden werd alle visserij vanuit deze haven wederom tot op 15 maart onmogelijk gemaakt. De Oostendse vissersvaartuigen die op het ogenblik van dit voorval op zee waren hevelden over naar Zeebrugge vanwaar ze in afwachting dat de Oostendse haven terug zou hersteld zijn ter haringvangst uitvaarden. De vaartuigen die te Oostende geblokkeerd lagen konden na een tiental dagen insgelijks Zeebrugge en Blankenberge vervoegen.

Minstens een tiental opgeëiste vaartuigen visten in Duitse dienst ten behoeve van de Wehrmacht. Dit was de enige nijverheidstak die rechtstreeks mazout bekwam van de Wehrmacht. Waaronder de B.104 Remy-Marcel. Het lijdt geen twijfel dat er nog meer Belgische vissersvaartuigen in Duitse dienst genomen werden. Het aanbod was immers vrij aantrekkelijk: de vaartuigen en hun bemanning genoten speciale begunstiging en voordelen van de bezetter en hadden geen bevoorradingsproblemen. De opvarenden waren daarenboven wel slim en behendig genoeg om een deel van de aanvoer voor zichzelf te reserveren.

lees verder
© www.krantvanblankenberge.be