© Krant van Blankenberge | Een Vissersleven: Leven of Hel
Auteur Dany De Soete Een Vissersleven: Hemel of Hel :: De eerste aanvoer na de bevrijding ::

Ook na de bevrijding moest de vissersvloot nog een hele tijd aan de kaai blijven. De Engelsen hadden de havens hard nodíg want de oorlog zou nog maanden duren. De geallieerden zaten geblokkeerd tegen het gebied van de grote rivieren in Nederland en konden onmogelijk vermoeden dat er hen nog een Ardennenoffensief te wachten stond.

Voor onze bevolking was echter de voedselvoorziening primordiaal. De verwachtingen waren te hoog gespannen geweest toen iedereen meende dat het met de rantsoenering zou afgelopen zijn en de boter- en vleessluizen zouden opengezet worden eens dat de Duitsers vertrokken waren. Het hoeft dan ook geen betoog dat al vlug onderhandelingen werden aangeknoopt met de geallieerde militaire overheid om vaartvergunningen te bekomen. Het was nu precies niet dat men rekende op een grote visaanvoer maar alle baten konden helpen. De tijd ging vlug en men moest rekening houden met het haringseizoen dat een paar maanden later zou beginnen. De besprekingen op hoog niveau lukten en de dag kwam dat opnieuw kon uitgevaren worden.

Op 10 september 1945 kwam er een einde aan de visbedeling volgens het corporatief stelsel. De handel kwam weer vrij, de afslag in de vismijn kon weer in werking treden en de groothandelaars moesten zich een eigen cliënteel zien te verwerven.

Gedurende de oorlog was de haring het manna in de woestijn geweest maar er werd achteraf nooit een woord van dank uitgesproken voor diegenen die ervoor hadden gezorgd dat dit manna er kwam. Reders en vissers die goed geld hadden verdiend werden naderhand zwaar belast op de oorlogswinsten die ze hadden opgestreken.

Voor onze zeevissers is het gevaar nog langer in hun dagelijks leven gebleven. Na de bevrijding en zelfs lang na V-dag van 8 mei 1945 zijn de volgende vissersvaartuigen nog op mijnen in de lucht gevlogen:

Op 22 december 1944: de N.48 met 5 doden en de N.59 met 3 doden. Op 21 januari 1945 de B.11 met 1 dode. Op 4 februari 1945 de BOU.20 met 4 doden. Op 19 februari 1945 de N.145 met 4 doden. Op 27 februari 1945 de B.96 met 1 dode. Op 28 februari 1945 de B.13 geen doden. Op 12 maart 1945 de N.68 met 4 doden. Op 20 maart 1945 de B.121 met 5 doden. Op 28 maart 1945 de O.143 met 5 doden. Op 10 april 1945 de O.303 met 4 doden. Op 13 april 1945 de Z.8 met 4 doden (een ander schip dan de Z8 Albert-Emiel dat ontplofte op 28 februari 1944).

Op 26 april 1945 de O.157 met 2 doden. Op 31 juli 1945 de N.101 met 3 doden. Op 2 augustus 1945 de B.65 met 5 doden. Op 3 augustus 1945 de B.14 geen doden. Op 11 september 1945 de P.59 met 2 doden. Eveneens op 11 september 1945 de Z.126 met 5 doden. Op 4 oktober 1945 de Z.3 met 3 doden. Op 21 oktober 1945 de Z.5 met 4 doden. Op 23 oktober 1945 de O.159 met 13 doden. Op 12 februari 1946 de Z.443 met 2 doden. Op 10 mei 1946 de Z.497 met 4 doden. Op 28 juni 1947 de Z.139 met 5 doden en op 27 oktober 1949 de O.304 met 10 doden.

Na de bevrijding van de kust tot Blankenberge in september en Zeebrugge, Heist en Knokke in november 1944 hebben al onze vissers opnieuw onder Belgisch gezag gevaren en hebben zij een zware tol aan mannen en vaartuigen betaald.

Afbeelding: Voor onze zeevissers is het gevaar ook na de oorlog nog langer in hun dagelijks leven gebleven. Na de bevrijding en zelfs lang na V-dag van 8 mei 1945 zijn talrijke vissersvaartuigen nog op mijnen in de lucht gevlogen.

lees verder
© www.krantvanblankenberge.be