© Krant van Blankenberge | Een Vissersleven: Leven of Hel
Auteur Dany De Soete Een Vissersleven: Hemel of Hel :: De dienstverlening van de Blankenbergse vissersnering ::

De belangrijkste taak van de Vissersnering was de belangen van de vissers te verdedigen bij de regering. De door haar gevraagde gunsten bezorgden de vissers verschillende voordelen. De vissers aanvaardden dat de nering daartoe financiële middelen nodig had. De opbrengsten van het inschrijvingsgeld en de diverse belastingen stelden de nering in staat om de vissers bij werkongevallen te verzekeren en de grote risico's welke het beroep meebracht te verminderen. De nering betaalt de dokter en de medicamenten van gekwetste vissers, vermiste vissersvaartuigen worden gezocht op de stranden en in de naburige vissersplaatsen. Vermits de vissers niet ver in zee gaan spoelen de lijken vaak aan, zij worden opgehaald om waardig begraven te worden en de families ingelicht.

In de winter koopt de vissersnering jaarlijks tarwe om het onder de leden uit te delen. Voor de aankoop van het graan worden de pastoors van de nabijgelegen dorpen van de aanbesteding ingelicht. Het geleverde graan wordt door de nering zowel aan de arme als aan de rijke leden van Blankenberge uitgedeeld. De tarwebedeling is in 1709 begonnen. In de beginperiode wordt voor die uitgave het overschot van het ganse inkomen van de nering gebruikt. In 1737 wordt het inschrijvingsgeld van de niet-Blankenbergse vissers samen met het overschot gebruikt voor hetzelfde doel. Omstreeks 1757 worden enkel de tien stuívers per pond op de al te Blankenberge verkochte vis voor de tarwebedeling gebruikt. Deze belasting die speciaal voor de wintertarwevoorziening is voorbehouden wordt om de veertien dagen van het inkomen van de visser afgehouden.

De nering helpt de vissers en hun gezinnen. Ze laat ook geen gelegenheid voorbijgaan om haar leden te trakteren. Er wordt drank geschonken bij de graanuitdeling, bij het omhalen van 'de mande van pater Pieter' en van de vis voor de paters Recolleten in Blankenberge. Bij de verandering van 'de Eed' om de drie jaar wordt met alle leden gefeest en mag tot 50 pond groot worden verteerd. Samenkomsten zijn er op 1 mei, op tweede Pinksterdag, op Sint-Maarten (11 november) en op Nieuwjaar. De nering betaalt telkens het gelag. Op kosten van de nering worden talrijke processies gehouden en door de leden opgeluisterd met daarna voor de deelnemers een traktatie.

lees verder
© www.krantvanblankenberge.be