Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 04/03/2015 Paul Dessein Verbeelding

Daar zijn we dan op weg. Vier mannen van een reeds respectabele leeftijd. Maar we voelen ons nog voldoende jong om op stap te gaan in koersplunje én met een racefiets. Ik moet toegeven, wij beschikken over vrij goed materiaal, maar dan toch niet het van het: klassiek materiaal kortom.

Soms slaat onze verbeelding toe en dan denken we heel diep in ons hart dat wij échte renners zijn. Wat zouden wij zonder onze verbeelding zijn? Saaie wandelaars op weg naar nergens, kilometers malen om de kilometers te malen.

We rijden nu echter op een strook kasseien (straatstenen in hypercorrect Nederlands), het weer is droog en er dreigt stof: wat heb je meer nodig om te denken dat je Parijs-Roubaux rijdt? In de verte ontwaren wij een stip, bij nader toezien een rijdende stip. Wij vieren veranderen in onze verbeelding meteen in een achtervolgend groepje, klaar om de enige voorop gebleven vluchter bij de lurven te pakken dankzij de kracht van onze jeugdige(!)kuiten! Bij de lurven! Lurven heeft iets maken met vodden en dan bedenk ik dat de uitdrukking die in mijn geprikkelde geest opdoemde eigenlijk oneerbiedig is: misschien steekt de enig voorop gebleven vluchter ook in heel mooie racepak.

Maar dat soort inwendige beschouwingen is nu uit den boze. We moeten elkaar aflossen in onze zeer belangrijke achtervolging. Normaal gezien rijden wij een dergelijk gat spelenderwijs dicht: met de vingers in de neusgaten. Dit keer wil dat echter niet zo goed vlotten: we komen slechts mondjesmaat dichterbij. Nu we echter in onze verbeelding echte profs zijn geworden, laten we de vertwijfeling niet toe! We schakelen één groter, we grijpen ons stuur in de beugel, we krommen onze oude en soms pijnlijke ruggen nog wat dieper, kijken elkaar bij de aflossing even aanmoedigend in de ogen en in deze bijna gewijde stilte komen we dan uiteindelijk toch dichterbij.

Op een gegeven ogenblik, we staan nu op het punt de onverlaat op te peuzelen, zien we dat de mens in kwestie met een spelend gemak zijn pedalen ronddraait en dat diezelfde mens lange blonde lokken heeft. Dat is een moment van diepe angst: zou het een vrouw kunnen zijn die vier mannen tot het uiterste heeft gedwongen om haar bij te benen, om haar bij de lurven te pakken? Rechtgeaarde mannen hebben het toch nog altijd lastig om in een vrouw hun meerdere te erkennen!

Goed, het is een vrouw, dat zien we nu duidelijk. Maar even duidelijk zien we iets anders. Het lieve schepseltje rijdt elektrisch. Met een e-bike! Alles moet nu op zijn minst verengelst zijn. Wij slaken een zucht van verlichting: onze manneneer is gered. En toch worden wij beslopen door een nodeloos gevoel van onzekerheid. Wij konden duidelijk zien dat het een elektrische fiets betrof en de vrouw, in koerspak, jawel!, deed aardig haar best om bij te trappen, vandaar haar vrij serieuze snelheid. Maar ... weldra komen van die elektrische paradepaardje op de markt waar bij je amper zal kunnen zien (tenzij je kenner bent) dat het om een elektrische fiets gaat en waarbij een achtervolging op het randje af dodelijk zou kunnen zijn!!! Als je moe bent, krijg je sombere gedachten.

Natuurlijk reden we haar, zoals in de echte Parijs-Roubaix, onverbiddelijk voorbij. Wel hadden we, onuitgesproken nog even oog voor onze gestroomlijnde vrouwelijke collega: vrouwen in een koerspak verpakt zijn over het algemeen een lust voor het oog. In elk geval voldoende lust om te willen zien of zij in vooraanzicht haar beloftes houdt. Je weet maar nooit met die fietsende oma’s de dag van vandaag. (We hebben uiteraard niets tegen oma's, laat staan fietsende oma's)

Maar dat is nu ook weer vervelend moment: je kunt een vrouw toch moeilijk voorbijrijden en als je haar voorbij bent, je zeer zeer nadrukkelijk omdraaien om een keurdersblik op haar gezicht te werpen. Als opgevoede man doe je dat niet, hoewel het onderliggende laagje dat eigenlijk wel wil.

Bij alle moeilijke situaties bestaat er natuurlijk een tussenoplossing: haar voorbijrijden en met een snelle schuine blik, zonder dat het meisje iets kan merken, een glimp opvangen van haar werkelijke schoonheid.

Het was een nog jonge vrouw van een natuurlijke schoonheid zoals je die in onze moderne salons niet meer vindt en die, hadden wij ons omgedraaid, waarschijnlijk innemend zou hebben geglimlacht. Maar dit zullen we wellicht nooit te weten komen.

Gelukkig maar!

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be