Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 01/04/2015 Paul Dessein De grote verzoening

Ik heb al heel lang een slechte verhouding met honden. Zoals vele slechte zaken – en een slechte verhouding is een slechte zaak – gaat ook die scheefgelopen relatie op een trauma terug en om meteen alles te zeggen op een jeugdtrauma uit mijn vorige dorpse bestaan.

Iedere zaterdag moest ik om anderhalve kilo échte boter – de zogenaamde boerenboter – naar een afgelegen boerderij. Daar reed ik naartoe op mijn kleine fietsje ... ik was toen ook nog klein! Ik mocht van de boer zelf het hek, houten puntige stokken met prikkeldraad, openmaken, reed dan bijna triomfantelijk de lange weg, tussen heerlijk uiervolle koeien, naar het eigenlijke erf, zoals wij toentertijd met de nodige plechtstatigheid zeiden en kreeg er dan het goudgele kleinood. Toen dacht ik nog dat de mooie kleur van de gele boterbloemen kwam. Helaas ... Maar gelukkig kenden wij dat verschrikkelijk moeilijke woord 'cholesterol' nog niet: soms is onwetendheid een heerlijke zegen.

Op een dag ... Ik doe het hek open. Ik doe het hek dicht. Ik spring welgemutst op mijn fietsje tussen dezelfde koeien met dezelfde onverschillige blik. En zie ... daar komt een reuzenhond met opgezette haren, wild blaffend en klaar om mij op te peuzelen, met grote halen naar mij toe gerend. Ik verstijf van de schrik, wip van mijn fiets af en houd het ding als een beschermend schild voor me in deze minuten van leven of dood. Het vreselijk opgewonden beest blaft mij aan, aarzelt nog even voor hij me met haar en huid verslinden zal.

Hoor ... Daar weerklinkt de heftige stem van de boer. Bijna bezwerend tiert hij: Hier, godverdomme, hier godv ... Kort: de hond aarzelt, de hond gehoorzaamt.

Toen ik op het 'erf' kwam, gromde de opgesloten boosaardige in zijn eindeloze ontgoocheling nog bedreigend na.

Sindsdien heb ik met honden, van groot tot klein!, nog meerdere pijnlijke ervaringen meegemaakt, zodat ik uiteindelijk voor de hond-mensbeschaving als verloren mocht worden beschouwd.

★ ★ ★ ★ ★

Mijn buurvrouw heeft mij gered, want zoals bekend: 'De vrouw is de redding van de man'. Mijn buurvrouw heeft een hondje gekocht dat weldra uit zou groeien tot een heel lieve volwassen golden retriever. Deze opgroeiende hond heeft mij leren kennen als een eerbare oudere man die het beste voorheeft met zijn medehonden. Vaak kwam ik mijn buurvrouw tegen als zij uit ging wandelen met haar brave loebas die naar de mooie, korte en krachtige naam 'Boy' luistert Bij een van die ontmoetingen liet ik me uitgebreid besnuffelen: dat is nodig voor het definitieve opslaan in zijn geheugen waarbij 'aanvaard' aangevinkt staat. Dat opgeslagen snuffelpatroon komt overeen met onze foto's in de sociale media. Ik wil daar heel eerlijk aan toevoegen dat Boy, in tegenstelling tot vele andere honden, niet uitbundig snuffelde op plaatsen waar je op den duur ongemakkelijk bij wordt.

De volgende ontmoeting gaf aanleiding tot een iet of wat verdergaande intimiteit – met de hond uiteraard: ik mocht hem strelen, lange tijd (maar wat is lang?) strelen en Boy was daar blij mee, en gelukkig en tevree. Zijn blik raakte langzaam vertroebelend verzaligd.

O, zalig moment. Het besef: ik ben traumaloos – tegenover honden althans.

Telkens als ik nu Boy zie krijg ik een streelprikkel en telkens als Boy mij ziet hunkert hij kwispelstaartend naar een aaiing.

Harmonisch wederzijds verlangen!

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be