Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 15/04/2015 Paul Dessein Teveel is teveel

Ik was er helemaal niet op voorbereid. Niet op voorbereid dat het een onthutsende TerZake op Canvas zou worden. Eerst kregen we het gewone nieuws: hier en daar wat verkeersellende, hier en daar een beetje oorlog met af en toe terroristische trekjes. Een aantal mensen is omgekomen. Afgestompt als we zijn wennen wij aan alles. Ook al omdat de mens blijkbaar niet is geschapen om eeuwig in vrede te leven. En dit in tegenstelling tot de spinapen die een leven lang 'verleven' in helend en vriendschapsbevorderend knuffelgedrag. Zelfs de kleine chimpansee slijt een groot gedeelte van zijn leven in erotische geneugten. Maar de vele andere apensoorten: mijn god!, wat voor agressief nare beesten. De laatste aap in de apenevolutie is wat hij is: altijd bereid tot een robbertje agressie.

Dan volgde iets heel anders. Wij werden opgevrolijkt door heerlijke toekomstvisioenen. Alle toestellen binnenshuis zouden met elkaar worden verbonden. Toen volgden voorbeelden van dergelijke verbondenheden. Zelf beschikken wij thuis enkel en alleen over een paar toestellen de moderne tijden waardig: een wasmachine, een droogkast, een radio met ingebouwde cd-speler, een basismobieltje en de tv die ons die schitterende toekomst voorspelde. Meer valt er niet te verbinden.

Maar op het scherm werd alle soorten 'connecties' (en zelfs netwerken) gedemonstreerd. Maar gezien de vreemde toestellen waar het over ging, raakte ik hopeloos ten achter. Ineens werd ik weer in de échte werkelijkheid gedrukt toen bleek dat in de toekomst de voordeur zou worden geopend door middel van het ondertussen wereldberoemde 'zappertje'. Heerlijke verwelkoming, toch? Ik voelde me uitgesloten van die nieuwe wereld. Diepe droefenis vervulde mijn arme geest. En zie, plotsklaps kon ik kracht putten uit een evangelische zin: Zalig de armen van geest, want zij zullen God zien!

Nu volgde een ander onderwerp (issue in het godvervloekte moderne taalgebruik!). Nu zouden wij, dank zij een sociaal experiment, eens zien hoe 80-jarige mensen zich werkelijk moeten voelen. Jonge verpleegsters (verpleegkundigen in de moderne geslachtsneutrale taal, die ik hartsgrondig verwens, ja zelfs haat) werden op kunstmatige wijze allerlei kwaaltjes en kwalen van oude mensen aangesmeerd: zeer beperkte mobiliteit, hardhorigheid, dreigend evenwichtsverlies, slikproblemen en wat een ziekelijke geest allemaal aan afwijkingen kan bedenken.

Ik was al heel droevig gestemd door mijn schrijnend gebrek aan 'connectiemogelijkheden' omdat ik niet over de nodige toestellen beschik én, erger nog, ook niet over het nodige inzicht. Ik voelde me daarnet uitgesloten, maar nu voelde ik me bedreigend ingekapseld in het grandioze vooruitzicht van tachtig jaar én ouder! Mijn vrouw en ik keken naar elkaar en glimlachten even flauwtjes zoals alleen oudgeworden echtelieden dat kunnen. Die glimlach betekende: zó oud zijn we nog niet. Wij lieten wat hoop doorschemeren en iedereen weet: hoop doet leven. Voor alle toestanden en gebeurtenissen heeft de volkse wijsheid een of andere deugddoende spreuk.

Bij ons (bij mij eigenlijk) doemt het zegenrijke getal 77 op. Ik vind dat een speciaal getal: twee keer '7'. Daar kan een mens genoegen aan beleven. Zoals elf jaar geleden met het getal '66'. En elf jaar daarvoor. Ik weet het nog zeer goed. Ik was onderweg met de auto en voelde me apetrots dat ik '55' was en de auto waarmee ik reed was op het punt een andere cijferprestatie neer te zetten. Mijn kilometerteller was op weg naar 111.111 km.

Ik probeerde mijn medereizigers, zoals gewoonlijk vrouw en kinderen, warm te krijgen voor deze nakende en in mijn ogen grandioze gebeurtenis. Het lukte mij niet helemaal: ik botste op de grenzen van de overdraagbaarheid van kinderlijke vreugdes. Ik trachtte mij dan maar te concentreren op het grote moment waarop de 55-jarige de 111.111-autogrens zou gaan bereiken. Toen die magische grens werd bereikt en de zes 'eentjes' keurig en naar mijn gevoel trots oplichtend verschenen, slaakte ik een licht triomfantelijke kreet. Er volgde warempel een applaus. Ik weet nog altijd niet goed of dat het gevolg was van een diep medeleven met wat mijn geest boeide, of ... juister, ik wil het niet weten.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be