Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 20/05/2015 Paul Dessein Zwart

Het begon met een takje: een onschuldig takje op onze oprit. Ik had die oprit – in een poging nuttig te zijn binnen een 'echtelijke verbinding' – toch zeer onlangs nog bevrijd van alle rommel: groeiend gras en liggende spullen. En toch lag daar nu een takje dat ik heel snel verwijderde. Verbijstering 's anderendaags: daar lag alweer een takje. Wat later nog grotere verbijstering: daar lag, alle verhoudingen in acht genomen, een reuzetak.

Ik dacht me suf bij zoveel onheil. En toen wist ik het: alleen het geduldig en ongezien observeren van het terrein kon de 'wetenschappelijke' oplossing aanreiken. Ik observeerde en jawel. Daar kwam een zwarte vogel aangevlogen met in zijn snavel een tak groter dan zij- of hijzelf.

Hij (of zij) ging op de arduinen rand zitten van de gleuf die in de zoldermuur is aangebracht: ons huis stamt nog uit de tijd dat verluchting even belangrijk werd geacht als isolering. Achter de gleuf had mijn vrouw ooit een groen gaas geknutseld tegen alle mogelijke vliegende insecten en tegen de vliegende muizen. En toch bleef die zwarte vogel lang, naar mijn waarnemende aanvoelen, te lang weg.

Bovendien. Bovendien moest hij eigenlijk op de arduinen dorpel zitten, zichtbaar voor iedereen. Maar de gluiperd zat er niet. Alarmfase 3! Onmiddellijk naar boven gerend met toch een voorzichtige vaart om alle mogelijke valpartijen voor onze ouwe knoken te vermijden. Wat zagen we? Er was een gaatje in het gaas. Voldoende voor onze zwartgevederde schepsels om er takjes door te laten vallen die zich maar ophoopten en ophoopten: anderhalve emmer al. Dat zou hier dus hun nest worden, op gaashoogte met papiersnippers en ander zacht materiaal afgewerkt.

Hoe ik dat weet? Jaren geleden hebben soortgenoten ooit eens onze schoorsteen gekoloniseerd. Na oordeelkundige metingen heb ik mij aan het kappen gezet: wat een massa rotzooi heb ik daar moeten ruimen. Het denkbare voorbij. Ik heb het over zwarte vogels. Naar het schijnt worden ze onderverdeeld in drie grote groepen: raven (vrij groot), kraaien en kauwen. Onze sluwe exemplaren zijn naar alle waarschijnlijkheid kauwen, laat ik mij vertellen.

Kauwen zijn intelligente vogels. Dat zal wel. Als ik daar getuige van zou zijn in een of andere natuurdocumentaire, zou ik heerlijk genieten van hun intelligentie, maar als ze zich vergrijpen aan 'mijn', 'onze' zolder, dan ben ik niet onmiddellijk geneigd om monkelend in te stemmen met hun sluwe gedrag. Integendeel! Ik moet oppassen of haat en woede maakt zich van mij meester, temeer omdat diezelfde zwarte vogels met dansend opwippende kop de enkele merelnesten in onze tuin leeggevreten hebben. (Wel troost ik mij dan met de gedachte dat zoveel merels minder onze aalbessen zullen stelen.)

Maar niet alleen de zwarte 'vogelbeesten'. Neem nu de zo lieve veelkleurige meesjes, agressieve vogeltjes eigenlijk, dat wel, maar kom: kleurenlief. Bij iemand in onze buurt hebben twee meesjes als huis een brievenbus gekozen. Via de gleuf glippen ze naar binnen en verschansen zich in het uiterste donker om er razendsnel aan hun toekomstige echtelijke woning te werken. Onze buur, een fervent vogelliefhebber, moest zijn brievenbus wel zuiveren en nadat de postbode langs was geweest, de gleuf oordeelkundig afplakken totdat het vermoedelijk nog jonge stel begreep waar de klepel hing. Knap gezien van die jonge echtelieden, daar niet van, maar je kunt toch niet alles door de vingers zien.

Neem nu de mieren. Het schijnt dat mieren de grootste biomassa van de hele wereld uitmaken. In documentaires heb ik ook weer de grootste bewondering voor de vernuftige termietenheuvels in tropische landen: echt bouwsels met onvervalste klimaatregeling. Maar... 'onze' mieren in 'onze' tuinen leggen op kleinere schaal ook van die wonderlijk luchtgekoelde woninkjes aan. Heb ik daar dan bewondering voor? Nee! Ik erger me: ze maken mijn, ons grasplein kapot en verstouten zich bovendien in ons huis binnen te dringen. Lastig is dat allemaal. Ik moet me inhouden of ik hol naar een of ander handelscentrum op zoek naar dodelijk gif voor die 'onderkruiperige' kruipdieren, ik, die nooit met gif ingrijp.

Kauwen, meesjes, mieren: heerlijk op veilige afstand van bij ons. Maar niet in mijn achtertuin (Nima) om met die vertaling te protesteren tegen de invasie van allerlei slag Engelse uitdrukkingen.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be