Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 15/07/2015 Paul Dessein Mathilde

Ik heb met ontroering gekeken naar de door onze Wim in goede banen geleide 30.000ste Last Postplechtigheid. En plots zag ik haar: onze Mathilde. Laat ik zeer hoffelijk blijven: onze koningin Mathilde. Hoewel. Als koningen of koninginnen populair worden hebben de onderdanen de neiging alleen nog de bovendien vaak vervormde voornaam te gebruiken. Het midden is dus: gewoon de voornaam zonder meer!

Mathilde verscheen dus in beeld en wat onmiddellijk opviel was haar ranke gestalte tussen al die vooraanstaande mannen. Wat dat betreft kan de koningin haar mannetje staan. Maar al even vlug viel iets anders op: enorm hoge naaldhakken waardoor ze natuurlijk nog een paar centimeter, wat zeg ik?, een volle decimeter steeg. Natuurlijk was dat moeilijk gaan, voor haar, toen ze genodigd werd een of andere krans te gaan neerleggen.

Mia Doornaert heeft de hebbelijke gewoonte vooraanstaanden op hun kledij te beoordelen. Ik wil mij voor een keer aan dezelfde zonde overgeven: de streepjesjurk van Mathilde was van meer dan voorbeeldige kwaliteit. Ik vermoed: gloednieuw! Want koninginnen hebben niet de gewoonte uit te pakken met een jurk die al ooit ergens werd gezien. Dat past niet bij die hoge stand, de naaldhakken!, van de hooggeplaatsten. Ik wist toen nog niet wat mij nog te wachten stond: Mathilde heb ik bijna een tweede keer gezien. Overdaad schaadt, dat weet ik wel, maar kom!

Onlangs ben ik tijdelijk uit de fietsdood opgestaan. Ik zou een eerste rit, in gezelschap weliswaar, rijden naar de zeezegening. Let wel, op aanraden van het 'Parochieblad' schrijf ik zegening en niet wijding. Er bestaat daar een belangrijk onderscheid tussen, wat nu even niet ter zake doet.

Vroeger reden wij altijd gezwind naar het einde van de dijk, plaatsten ergens onze fiets, en dan gingen wij, als genodigden, naar het strand. Dat waren heerlijke tijden! Maar nu. Er was een vrij behoorlijke drukte van politieagenten. Dat vond ik alleen een beetje vreemd, meer niet. Toen wij onze fiets wilden stallen op de plek waar wij dat gewoonlijk doen, werden wij er vriendelijk op gewezen dat dat vandaag uitzonderlijk niet kon, en werden wij verwezen naar een plaats een beetje verderop. Dat was, zei ons een heel vriendelijke agente, in verband met de komst van koningin Mathilde. Daar was ze dan terug!

Maar alle leed was nog bijlange niet geleden. Wij meldden ons bij de toegangstrechter waar vriendelijk doch gestreng gevraagd werd naar onze persoonlijke uitnodiging. Die hadden wij, eerlijk is eerlijk, niet bij ons. Dientengevolge zag de vriendelijke doch ook gestrenge agent zich beroepsmatig verplicht ons de toegang te weigeren. Hij deed het niet graag – hij kent mij – maar hij moest wel.

Wij konden natuurlijk aan de zijkanten blijven staan om van ver een glimp op te vangen van het hele plechtige gebeuren en ... van Mathilde, koningin! Dat konden wij, maar op dat ogenblik waren wij toch een beetje wrokkig en besloten dan maar naar huis te gaan om diezelfde glimp op te vangen via onze tv. Ik ben eigenlijk in hart en nieren een republikein. Maar in een aanval van brede ruimdenkendheid kan ik koninklijke huizen af en toe wel pruimen: maar nu! Laten we het ronduit zeggen: Mathilde heeft ons een peer gestoofd! Toen zijn wij naar huis gereden, naar de tv, maar met mijn geest vol wrokkige republikeinse gedachten, tot ik natuurlijk besefte dat Mathilde daar niets aan kon doen. Sterker nog: ze zou me heel zeker hebben toegelaten, had ze dat gekund. Maar ze kon het niet: stel je voor dat ze als koningin in de bres moet springen voor jan en alleman, en in mijn geval, voor pol en alleman. Nee, dat kan niet en dat besef ik ook wel.

Tegen dat we thuis waren, was alle vijandigheid geweken:
Mathilde nam opnieuw haar onverschillige plaats in in mijn republikeinse hart.

Eenmaal thuis hebben wij de tv aangezet. We waren net op tijd voor de zeezegeningsmis en kregen meteen een shot van Mathilde: een vriendelijke moeder met haar dochtertje-prinsesje. Het scheelde geen haar of ik was verdorie koninklijk ontroerd.

Zij had een zalmkleurig ensembletje aan: pantalon en behoorlijk lange vest. Dit keer, het viel me meteen op, met zeer laag schoeisel: volkomen aangepast aan de zanderige omgeving. En ook nu weer gaf het pakje de indruk gloednieuw te zijn. En weer volgens Mia Doornaert moet dat ook zo: de gezagsdragers moeten het voorbeeld van goeie vestimentaire smaak geven! Dan kun je toch niet met een gestoomd pakje naar Blankenberge afzakken. Onze burgemeester zou het als een oneer beschouwen.

Maar niet zo mijn moeder zaliger. Zij vond al dat opgeklopte gedoe rond vooraanstaanden, gezagsdragers, excellenties en anderen uit hogere sferen maar niks. Zelf had ze bijna vanzelfsprekend weinig. En dus ook weinig nieuwe kleren. Maar. Maar die afgedragen kleren droeg ze met trotse waardigheid.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be