Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 26/08/2015 Paul Dessein Braambessen

De wereld wordt te beschaafd. Het stukje wereld althans waar ik woon. De sloten worden buitengewoon goed en keurig en netjes onderhouden: er mag niets meer groeien wat kleur geeft aan het leven. En zo komt het dat de felbegeerde braambessen verdwijnen, want die hebben nu eenmaal behoefte aan takken om aan te groeien en takken in de woeste periode van schoonmaak en onderhoud worden doodgewoon of afgesneden of uitgerukt met plant en al. De teloorgang van de sloten!

En toch is het mij gelukt nog een partijtje (een massiefje!) bramen te ontdekken. Op aanvaardbare fietsafstand van waar ik woon (en werk) zodat de pijnlijke gedachte aan natuurvervuiling (via de auto) niet aan de orde is. Wel ben ik niet bereid te vertellen waar het ligt en groeit en bloeit en vruchten draagt. Bovendien zijn het van die heerlijke bijna zwarte grote bessen die voor de plukker het hoogste genot garanderen.

Als je nu aan iet of wat oudere mensen vraagt waar nog bramen te vinden zijn, dan pakken zij uit met Wenduine, of met De Haan of zelfs nog met de Braembeyerhoek. Helaas, vergeet het. Je vindt er misschien nog wel een vijftal bessen, met heel veel geluk. De iet of wat jongere mens daarentegen heeft het al heel vlug over het Zeebos.

Er was een tijd. Toen de eerste braamstruiken zich in dat gebied hadden genesteld, kon een mens met beperkte ambities vrouw en kind verblijden met een te verdedigen hoeveelheid bessen: voldoende om er lekkere jam (spreekt uit zoals je wil) van te maken. Maar nu. Een regelrechte catastrofe, zelfs in het Zeebos heeft de beheersing van de plantengroei toegeslagen. Om maar helemaal te zwijgen over de werkelijk onbereikbare bessen in de regio van 'De Drie Fonteintjes'. De toegang wordt je gewoon ontzegd.

Daarom trek ik met nauwelijks te onderdrukken vreugde uit op bramenpluk naar mijn klein geheim gebiedje. Ik arriveer er, stal mijn fiets op behoorlijke afstand van de straat (die eigenlijk geen straat is, maar kom), zet mijn beschermmutsje (een van die oude wielerpetjes) op, verberg mijn algemene opvangbak helemaal onder een struik en trek met mijn plukdoosje op bramenjacht.

Je wordt daar als mens anders door. Ik heb bij mezelf ontdekt dat ik nogal goed rondkijk of de medemens niet op de loer ligt: het leven van een braamplukker in onze moderne tijden is al lang geen sociaal vreugdevol gebeuren meer: ik pluk in de meest volkomen eenzaamheid steeds op mijn hoede voor een de medemens-concurrent.

Als ik die niet zie, ben ik hoogst tevreden en betrap mezelf erop dat ik eigenlijk bijna begin te knorren van plezier. Komt een toevallige passant voorbij en vraagt hij mij al even toevallig of er wat te plukken valt dan antwoord ik altijd met een gelaten en diepsomberklinkend 'Dat gaat' om die mens alle lust te ontnemen ook maar te denken aan een gedeelde pluk. Ik wil mijn domeintje voor mij alleen houden.

Dat bedoelde ik met de verandering die je als mens ondergaat: je wordt een doodgewone, niets en niemand ontziende egoïst, bijna zelfs een vuige kapitalist. Op zo'n ogenblik denk ik dan, als tegenwicht, aan de allereerste mensen die leefden van de bessenpluk, in peins en lieve vree. Maar dat waren andere tijden. Zij leefden nog in de wereld in zijn natuurlijke staat. Geen sprake van een overbeschaafde wereld waar alle bessentakken genadeloos worden vermorzeld door van die monsterachtig sterke stalen grijparmen. Daarom ook bestond er bijna geen concurrentie, er was overvloed. Waar overvloed is, daar is de mens een natuurlijk blij wezen. Onze oneindig verre voorouders trokken in groepen door de wereld en plukten, en lachten, en aten, en zongen toen al van die plukliederen die nu nog als folklore bestaan.

Na verloop van tijd val ik uit die heel romantische voorstelling terug op aarde als mij onverhoeds een behoorlijk dikke doorn prikt. Dat doet echt pijn. Dan denk ik: waarom doe ik dat en dat op mijn leeftijd? Ik ken 'mijn' antwoord: het is gewoon onvoorstelbaar lekker de jam (spreek weer uit zoals je wil) die uit die bewerkte bessen te voorschijn wordt getoverd door iemand die van smaken op de hoogte is en die de specifieke braamsmaak kan mengen met andere natuursmaken.

Met de beste en mooist gevormde bessen maakt mijn vrouw bovendien ook nog een overheerlijke taart. Die taart, vinden wij dan, smaakt beter dan alle taarten die je kunt kopen – ik geef toe, dat klinkt misschien wel een beetje overdreven, maar toch – beter dan, ik weet dat ik mezelf herhaal, alle taarten die je kunt kopen.

Als wij het over die taart hebben dan spreken wij over de 'oersmaaktaart'. Wij en wij alleen weten wat wij daarmee bedoelen en dat geeft ons leven een vleugje geheimzinnigheid. Net zoals de onbekende vindplaats van zoveel lekkers mijn kortstondige verblijf op aarde in een waas van mysterie hult.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be