Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 16/09/2015 Paul Dessein September

Het beloofde een prachtige septemberdag te worden. Daarom besloten we tot een wellicht laatste fietsmiddag doorheen onze polders. Dit keer kozen wij richting Oostende. Wij kennen vrij goed de stopplaatsen van onze ritjes. Dit keer had mijn vrouw geen enkele zin in een drukke rustplaats en daarom vermeden we die ene hoeve waar het er over het algemeen heel druk aan toegaat en zouden we stoppen bij een andere hoeve waar meestal een gemoedelijke kalmte heerst.

Na wat polderkilometers bereikten we 'onze' rustplaats met de heerlijke naam: 'Moerbeihoeve'. Grote verbazing: naast de inrit stond daar toch een busje. Ik dacht, het kan toch niet waar zijn dat de moderne 'vertiersindustrie' ook hier heeft toegeslagen: rondritjes in de polder tegen betaling. Nee, gelukkig maar. Het busje had alleen een collectie gepensioneerden uitgebraakt: ongelooflijk hoeveel gepensioneerde mensen rondlopen in de maand september. Het is hun gegund.

Het was er buitengewoon druk in onze Moerbeihoeve. Bijna alle tafeltjes waren ingenomen, zowel binnen als buiten. Wij konden nog net een door een zonnescherm beschut tafeltje bemachtigen. Er kwam echter niemand opdagen om ons te bedienen: het meisje van dienst had het godallemachtig te druk, zodat we op eigen kracht op zoek moesten naar het voor mij onmisbare ijsje.

Ik had de kaart bekeken en daar gelezen dat we ook ijsjes per bol konden kopen. Ik hield het in alle bescheidenheid op een driebollenijs. De gedachte alleen al dat ik eindelijk weer eens een 'likijsje' zou krijgen kleurde, mede met het deuntje 'Een gouden roos, september', dat al de hele tijd in mijn hoofd rondtolde, mijn middag.

Ik had buiten de waard gerekend: een driebollenijs werd geserveerd tussen twee (grote) platte koeken. En daar likkend bij vrij warm weer mee omgaan stelt een mens voor behoorlijk indrukwekkende problemen, temeer omdat het natuurlijke verloop van de seizoenen ervoor had gezorgd dat horden wespen in het rond vlogen. Die beesten zijn zo onbeschaamd post te vatten op je ijs en zouden tot diep in je mond meereizen: het zijn zwartvliegers!

Ik weet wel dat die insecten meer dan waarschijnlijk een nuttige rol spelen in de grote samenhang van die wonderlijke natuur waar wij in leven, maar toch... op dat ogenblik ben ik weinig vatbaar voor dergelijk hooggestemde beschouwingen. Kortom: ik haat ze met een prachtige, diep intense haat.

Trouwens meerdere mensen hadden last van die opdringerige gluiperds. Ik zag mannen die hun bier beschermden door het glas met viltjes af te dekken. Ik zag zelfs een poging tot verdrinking van die ongenode gasten in een overgebleven bodempje: de man gebruikte een viltje en schudde het glas onbarmhartig heen en weer. Tevergeefs, na de de schudmoordpoging kwam het insect triomferend en uitdagend arrogant te voorschijn. Mijn god, mijn god, waarom toch die felle levenskracht?

Vrouwen, niet alle, maar toch heel wat vrouwen overreageren. Zij ontwaren het insect en stoten verschrikkelijk paniekerige kreten uit: er wordt geroepen en ja getierd alsof de wereld zal vergaan. Maar eerlijk is eerlijk, de meeste vrouwen reageerden zo heftig omdat die zoemende wezens hun eigen echtgenoot aanvielen: ontroerende blijken van gelouterde herfstliefde.

Ondertussen was de sfeer opgelopen tot bijna onvoorstelbare hoogtes. Het bier vloeide overvloedig en waarschijnlijk was deze halte niet de eerste van de middag en al even waarschijnlijk ook niet de laatste. Er werd onnoemlijk luide en met brede uithalen gelachen. Bij momenten werd het lachen echt vet, zodat je makkelijk kon vermoeden welke onderwerpen het vrolijke gezelschap aansneed. Ik kon onmogelijk horen wat werd verteld want dat ging verloren in de totale opgewonden geluidsomgeving. Maar die vette lachpartijen veroorzaakten bij mij heel even een bijna-racistische gedachte: ze lachten een vette 'Duitse' lach.

Waarom toch denken wij dat de Duitsers geen zin hebben voor verfijnde humor? Wellicht omdat wij Duitsland als het land van 'bierstuben' met grote pinten bier (ein gro├čes) zien. En zo ontstaan domme misverstanden.

Die ene tafel was echt een verzameling ongezondheid. De meeste mensen waren lichtjes tot heel zwaar 'obees', zoals we dat nu zeggen. Vroeger: moddervet of in het West-Vlaams: 'moortel-' of 'slikevet'. Dat waren nog eens woorden, maar nu 'obees'. Om bij te huilen. Maar niet zo mijn gezelschap. Bovendien rookten ze volop, ook de kranige gepensioneerde vrouwen. Kun je een bedreigender trio voorstellen: obesitas, alcohol (in vele vormen) en sigaretten?

Maar hun lach klonk als een uitdaging aan het adres van de sombere gezondheidsadviezen waar we mee om de oren worden geslagen. Misschien is zelfs een partijtje vet lachen tijdens een zomerse septembermiddag een enorme bescherming tegen dreigende ouderdomssomberheid.

Mijn vrouw en ik zijn hoogstgenoeglijk naar huis gereden.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be