Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 14/10/2015 Paul Dessein Jacht

Ik was bezig in mijn tuin. Een heerlijk laatherfstige dag was het. Met een zalige temperatuur waardoor je je bij momenten in het zuiden waant en waardoor je meteen de indruk krijgt dat je niet meer voor het mooie weer hoeft te reizen. Dat bevestigt mij dan ook heel vaak in een ontroerend ouwerwetse opvatting: waarom al die moeite om mij te verplaatsen? Ik word nu heel zelfgenoegzaam: ik ben blij dat ik eeuwig thuis kan blijven. Dan heb ik dat prettige gevoel dat zelfs de straf van een verblijfsverplichting op het grondgebied Blankenberge (ja zelfs Uitkerke) me bijna een weldaad zou lijken. Kortom ik word op een vrij belachelijke wijze bijna euforisch omdat ik zo weinig behoeftes heb, wat bij nader inzien natuurlijk onuitsprekelijk potsierlijk is. Ik heb een troost, dacht ik bij mezelf: dat soort lachwekkende toestanden gaat over het algemeen vrij vlug over.

Midden in mijn zelfingenomen euforie hoorde ik plotsklaps een knal. Ik keek even op en daar weerklonk een tweede vrij heftige knal. En toen een derde. Verder heb ik niet meer geteld, ik was bijna letterlijk uitgeteld (hahaha!). En daar ontwaarde ik hem, de eerste jager die met grote gelaarsde stappen over het gebied dat binnenkort door de 'Lange Thuyn' zal worden ingepalmd, struinde, het geweer vakkundig naar beneden gehouden op zoek naar onze haas of, wie weet, hazen die mijn vrouw en ik 's ochtends bij het ontbijt ongelaarsd over diezelfde velden zagen spurten.

Jagers krijgen hulp: een snuffelende jagershond met uithangende tong liep als gedrogeerd rond, wachtend op een bevel van zijn baas om zijn jachtinstincten bot te vieren op deze naar mijn gevoelen heilige grond. Niet alleen één hond, maar weldra twee en niet één jager maar algauw 12 (twaalf): het leek wel een invasiemacht van de twaalf apostelen. Twaalf volwassen gelaarsde krijgers vergezeld van twee honden op zoek naar, althans volgens mijn buurvrouw, een enkele haas die zich, met zijn beperkte verstand, schuil was gaan houden in een stukje bietenveld. Hazen, als het op de verschalking van de dood aankomt, zijn zoals alle zoogdieren erg verstandig, soms zelfs verstandiger dan de mens en soms ook verstandiger dan twaalf apostelen en twee honden. Ondertussen was de hond van de buren zenuwachtig geworden als gevolg van de resem knallen die nu onophoudelijk over 'De Lange Thuyn' weerklonken. Mijn buurvrouw trouwens ook als afgeleide van de nervositeit van haar eigen hond.

En dan bedacht ik dat het toch jammer is dat honden zich laten africhten om andere mededieren op te jagen in dienst van de wrede met geweren bewapende overheerser. Die honden zouden zich tegen hun meesters moeten richten, maar ja, dan zou ook de vreedzame burenhond zich tegen ons kunnen richten. Ik moest dringend dit onheilbrengende gedachtespoor zien te verlaten.

Ik dacht aan veel vroeger, toen ik nog heel klein was en een geweerschot vertolkte door 'Pief, poef, paf'. Er bestond zelfs een aftelrijmpje: 'Pief, poef, paf/ En gij zijt af'.

Ik dacht ook plots aan dat Amerikaanse jachttafereel waarbij een jager, ergens in Amerika, een geritsel hoorde in een struik en zich afvroeg, maar dan in zijn Amerikaanse Engels: 'Wat ruist er in het struikgewas, het is...het is...', en dan maar besloot te knallen en daarbij, zoals zo vaak in dat wapengekke land, een medejager bijna dodelijk trof. De ongelukkige Greg LeMond heeft bijna twee jaar moeten herstellen van het schietincident waardoor hij met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid een paar 'Tours de France' in het geel aan zijn neus voorbij zag gaan. Toen dacht ik aan onze buur van weleer, een overtuigd pacifist die zijn kinderen het toch vreugdevolle bezit van namaakwapens verbood. Ze hadden dan wel geen houten knalbuks, maar desalniettemin, het kinderbloed kruipt waar het niet kan gaan, namen zij een doodgewone stok of een al even doodgewone wilgentwijg en knalden er ook lustig op los met de kreet 'Pief, poef, paf': maar omdat hun geweren meer dan symbolisch waren, voegden zij daar, telkens als ze hadden geschoten, luide aan toe: Wij hebben geschoten en jullie zijn dood! Wij lieten ons, om hen een plezier te doen, af en toe vallen. Het leven is geven en nemen.

Terug naar onze apostelen-jagers: wij hebben de stille indruk dat onze underdog, de haas, aan het snuffelvermogen van de twee superdogs is ontkomen. Hij heeft de macabere dans overleefd.

Ik voelde me heel gelukkig. Mijn buurvrouw ook. Mijn vrouw ook. Wat kun je in een leven zonder reizen meer wensen?

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be