Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 21/10/2015 Paul Dessein 's Ochtends (vijf over halfacht)

Ik heb, denk ik, de niet onaardige gewoonte 's ochtends zo om zevenen wakker te worden. Het gebeurt meer dan een keer dat ik door mijn bedpartner in de steek ben gelaten. Dan lig ik daar helemaal alleen. Op dat moment is dat niet droevig. Ik geniet nog een beetje na van de voorbije nachtelijke warmte en durf me zelfs nog even om te draaien om het vooruitzicht van het koude ochtendcontact met de slaapkamerkilte – wij slapen met open venster – nog even uit te stellen.

De radio staat binnen handbereik en die zet ik aan. Het is prettig geïnformeerd te zijn voor de eigenlijke dag begint. Met een zekere spanning kijk ik uit naar het persoverzicht op 'één' dat volgt op een plaatje dat op zijn beurt de afsluiting vormt van het ochtendweerbericht. Over het algemeen hoor je echt niets bijzonders. De klassieke aanvalletjes op de regeringspartijen vanwege de oppositie en de al even klassieke antwoorden van de regeringspartijen op die oppositieaanvalletjes: het zijn slechts spelletjes!

Omdat het slechts spelletjes zijn tracht ik mij te amuseren met de heftigheid van de waan van de dag. Soms gebeurt het wel eens dat je iets hoort en verneemt wat je aan het wankelen brengt: de zekerheid van het tot nu toe gesleten leven ontglipt je. Dat was vandaag het geval. Het persoverzicht meldde dat meerdere kranten een verschrikkelijk bericht de wereld hadden ingestuurd. Ons, luisteraars en straks wellicht ook lezers, werd kond gedaan dat een nieuwe plaag zich van Vlaanderen meester aan het maken was. Deze plaag betrof meer specifiek een regelrechte en ongewenste inval in onze al of niet goed geluchte slaapkamers. Nog specifieker: de plaag koloniseerde het al of niet huwelijksbed en lag op de loer om ons pijnlijk te verrassen. De monsterachtige plaag ging zelfs schuilen in het hoofdeinde om vandaar de aanval op ons warme bloed in te zetten.

De plaag krijgt nu een naam. Het betreft een plaag van bedwantsen. Ik kende het woord niet. Maar na een lange concentratie-inspanning herinnerde ik me vaag iets van wandluizen die als kleine vampiers gek zijn op mensenbloed omdat het warm is en dus ook gek zijn op alle zoogdierenbloed. Meer nog: ze zitten bijna letterlijk onzichtbaar te wachten tot een moede mensenhoofd zich te slapen legt. Of ze ogen hebben, weet ik niet, en als ze al ogen hebben weet ik niet of ze in de duisternis zien. Maakt niks uit: die geniepige wantsen springen op je huid omdat ze zich gedreven voelen door menselijke of zoogdierlijke warmte. Ze vallen aan met een welhaast blinde wellust. Wellustelingen zijn het, en daarmee is ongeveer alles gezegd. Hoewel.

Vroeger, zei de man van het persoverzicht, kwam die exoot nauwelijks voor in onze contreien. Wat waren dat toch heerlijke tijden, wat waren dát toch heerlijke gewesten. Natuurlijk moet nu een verklaring volgen voor het onthutsende drama – ik onderbrak er even mijn scheerbeurt voor – van de bijna goddelijke alomtegenwoordigheid van het kleine, vleugelloze, bloedzuigende insect van ongeveer 6 millimeter (en soms 1 centimeter!) lang. Dat ze er nu massaal zijn, zou vooral te maken hebben met onze veranderde reisgewoontes. Ach, wat zal al dat gereis, al of niet cultureel, ons nog voor onheil brengen. Mensen, blijf thuis!

Want dé oorzaak van die epidemie is het nieuwe 'couchsurfen'. Het woord alleen al. Ik vind dit nu eens een echt verfoeilijk woord. Aanvankelijk weet je niet wat je hoort en je Nederlands mag dan 'hip' zijn, toch is het altijd opletten geblazen met dat soort nieuwe woorden. Waarom moet elk ingevoerd modeverschijnsel per se een soort Engelsachtige naam krijgen? Couchsurfen, mijn God, couchsurfen. Het heeft te maken met internet. Via internet kun je bij particulieren terecht om een nachtje in een vreemd bed door te brengen, zo nodig, zelfs op de sofa. Als dat al gebeurt in landen die het niet te nauw nemen met de opperste properheid, dan kun je, volledig buiten je wil om, met een wantseneitje naar huis gaan, eitje dat dan veilig en wel je binnenzak heeft ingenomen. Eenmaal thuis, is er geen houden meer aan: het eitje wordt een nietige wants, nietige wants zoekt mensenwarmte, kleine wants wordt grote wants (wellicht zelfs 8 millimeter) en grote wants valt slapende mensen lastig en wordt eileggende monsterwants. Weg met het internet! Laten we radicaal zijn.

Het ergste komt nog. Je kunt er als individu niets tegen beginnen, tegen die wantsenplaag. Je moet – je kunt er niet omheen – een beroep doen op een gespecialiseerd bedrijf. Wie weet hoeveel ook dat weer zal gaan kosten. Ik vraag me af of die couchsurfers mee zullen helpen betalen. Ik vrees het ergste.

Ik heb getracht die onheilsdag filosofisch door te komen. Als gelovige kan je overwegen dat Onze-Lieve-Heer van alles Zijn getal moet hebben. Ben je eerder van het type dat gelooft in de toevallige wording van alle leven, dan moet je maar bedenken, dacht ik, dat alle diertjes, zelfs achterbakse wantsen, 'ergens' een rol spelen, ten goede.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be