Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 04/11/2015 Paul Dessein Normaal

Af en toe begeef ik mij op boodschappenpad. Ik doe dat wel eens graag. Het is bovendien op veel vlakken een aanbevelenswaardige bezigheid. Je bent op stap tot grote vreugde van de goeroes van de bewegingsreligie (bewegen, bewegen en nog eens bewegen!) en je komt in contact met de veelgeprezen medemens tot onnoemlijke opluchting van de antiverzuringsmessiassen.

En zo stond ik in een van de slagerijen die onze gemeente rijk is. Zoals altijd stonden er heel wat mensen te wachten tot de slager of de slagerin verscheen. In afwachting van dat heuglijke gebeuren en evenzeer in afwachting van je eigen beurt wordt er over het algemeen wat gebabbeld. Soms ook valt een enkele keer een soort bedremmelde stilte alsof iedereen met een licht persoonlijk probleempje staat te kampen. Er werd dit keer gekout.

En daar verscheen ze, onze (!) slagerin. 'Wie is er aan de beurt?’ vroeg ze. Een nogal jonge vrouw bestelde een potje 'bereiding', een soort (zoogdier)tongstukjes in een speciaal ontworpen sausje. De slagerin was attent en vroeg of de drie mensen voor wie het potje was bestemd 'normale' eters waren (dat schijnt belangrijk te zijn voor de gewenste hoeveelheid), waarop onze jonge vrouw antwoordde: 'Er is een vent bij'. (Of zei ze: een man of wellicht 'mannenmens'?)

Wij waren met een paar 'mannenmensen' in de zaak. We keken even naar elkaar, verbijsterd door zoveel agressie: sinds wanneer zijn mannen veelvraten die ver boven het gemiddelde scoren? Dat was toch puur racisme. Er werd een onderscheid gemaakt tussen normale en dus abnormale eters louter en alleen gebaseerd op een geslachtelijk onderscheid. Dit is verboden door allerlei soorten conventies. We keken elkaar nog steeds stomverbijsterd aan. Zouden we in de tegenaanval gaan?

Natuurlijk, ik weet het wel, vrouwen zeulen een verschrikkelijk verleden van discriminatie achter zich aan. Waar is de tijd van de 'heksen' om maar wat te noemen! Eerbare kruidenvrouwtjes die met hun onschuldige theebereidinkjes heel wat pijn hadden verlicht, werden naar de brandstapel gebracht. Gruwelijk! Wij, mannen (direct die solidariteit!), kunnen van de andere kant toch niet eeuwig die schuld op ons nemen. Natuurlijk zijn die gedachten te diep voor ons onschuldig slagerswinkelvoorvalletje. Vandaar dat wij, mannen in de zaak, waarschijnlijk collectief besloten de hele uitspraak zo te laten en voor één keer niet te reageren op de uiterst betreurenswaardige beschuldiging van aangeboren veelvraterij bij mannen zonder dat het daarbij zou gaan om een of andere eetafwijking met moeilijke namen waar ik mij maar niet aan zal wagen. Bovendien zijn de tegenargumenten zéér gemakkelijk. Een kampioenenargument hierbij is: ik ken een vrouw die...

En toch wil ik dit argument aanhalen. Toen ik naar huis wandelde kwam een van mijn tantes in mijn geest op. Was het een tante van vaders- of van moederskant? Dat doet nu even niet ter zake. Wel stond ze in de hele familie bekend om haar bijna obsceen aandoende eetlust en -vermogen. Organiseerde je bijvoorbeeld een pannenkoekengelag, dan moest je, als zij kwam, rekening houden met een verhoogde dosis, want in haar eentje vertegenwoordigde ze bijna een 'normaal' gezin. Misschien was dat ook niet zo verwonderlijk: ze was niet getrouwd en misschien kwam ze onbewust op voor wat ze niet had gekregen: een man en kinderen. Ook gingen wij ervan uit dat ze waarschijnlijk nooit de gezegende huwelijkse staat zou omarmen. Maar hoe kan een mens zich vergissen! Op zeer gevorderde leeftijd verscheen zij plots en totaal onverwacht op onze dorpskermis: in groot, ornaat (zij hield van wat opzichtig goudwerk) en aan de zijde van een manspersoon van ook al aangetaste leeftijd. Zij paradeerden zelfs handje in handje (zoals dat nu weer volop mode is bij oudere stellen) tussen de kermisattracties door: het scheelde geen haar of ze zaten nog op de 'botsauto's'! De opschudding in onze kleine gemeenschap was groot.

Ondertussen trouwde ze eervol met de niet te versmaden weduwnaar en zijn ze nog een vrij lange tijd behoorlijk gelukkig geweest. Ze hadden samen een hondje voor de nodige warme genegenheid en af en toe, niettegenstaande de klimmende jaren, deed 'tante' zich nog te goed aan allerlei heftige maaltijden. Pannenkoekenvreetpartijen vooral!

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be