Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 11/11/2015 Paul Dessein Boerenheimwee

Vroeger. Niet vroeger in de zin van vroeger vroeger. Nee. Gewoon tot vrij onlangs nog. Toen kocht ik onze aardappelen rechtstreeks bij de boer. Rechtstreeks bij de boer. Dat riekt naar moderne ecologie en tegelijk naar veel vroeger. Bij ons vroeger, thuis in mijn geboortedorp, kochten wij iedere zaterdag échte boter: échte boter was boter rechtstreeks bij de boer gekocht, en dat betekende ongelooflijk lekkere én gezonde boter. Is dat waar? Ik weet het niet. Maar daar waren wij allemaal (met z'n allen!) heilig van overtuigd en dus was het in elk geval voor ons heel zeker waar. De niet echte boter was dan de zogenaamde 'melkerijboter'. Dat kwam bij ons eenvoudigweg niet in huis: alleen de échte en onvervalste boerenboter.

Terug naar mijn aardappelen. Datzelfde gevoel van échte lekkere én gezonde aardappelen kreeg ik telkens ik naar de boer reed en er 'mijn' aardappelen kocht, aardappelen 'rechtstreeks' van zijn aardappelenveld. Heel vaak betrap ik er mij op dat het oude landelijke woord van mijn jeugd in mijn geest speelt en dat ik bijna vertederd blij door de polders rijd denkend aan dat warme woord: 'patatjes’'. Niet 'patatten' maar het lieflijke 'patatjes' omdat ik nog altijd gehecht ben aan de échte landelijke producten.

Op mijn boerderij werd ik altijd verwelkomd door een klein zwart-wit hondje dat zodra het mij in zijn gezichtsveld kreeg alarm kefte omdat hij daar nu eenmaal voor is opgeleid. Toen hij zijn plicht had vervuld: kenbaar maken dat een niet-honds wezen het erf kwam opgereden, herwon hij zijn vrolijkheid. Hij kwispelstaartte en kwam heel kalm naar mij toe gewandeld met de neiging tegen mij op te springen op zoek naar een strelinkje wat uiteraard moeilijk vanuit een fietspositie kan: kortom voor het arme mormel een diepgaande ontgoocheling, bijna een trauma.

Tijdens de aankoop had ik altijd de kans een babbeltje op te zetten met de boerin, met de dochter, met de zoon of met de baas. Altijd interessant. Misschien alleen al omdat ik groot geworden ben met de overtuiging dat de boerenmensen de enige echte bezitters zijn van het 'gezonde verstand' dat in mijn geboortestreek zeer toepasselijk de naam 'gezond boerenverstand' meekreeg. Natuurlijk is het moderne boerenbedrijf in niets meer te vergelijken met het landelijke leven van vroeger (Stijn Streuvels?) en toch: veel is blijven hangen waardoor ik nog altijd denk dat onze landbouwers dragers zijn van oeroude wijsheid. Wat natuurlijk ook weer niet belet dat de aanwezigheid van een stevige én elegante boerenmeid ook andere gevoelswegen opent voor de schouwende en ouder wordende mens. De aankoop van een zakje onvervalste polderaardappelen was een heerlijk moment in mijn bestaan hier op aarde: het verbond mij op een zeer eigen manier met vroeger én met nu: ik bleef op de hoogte van het boerenreilen-en-zeilen. En ik wil het nog niet eens hebben over het zo geroemde sociale contact.

Donderslag bij heldere hemel. Ik verschijn zoals gewoonlijk op de hoeve. Zoals gewoonlijk ook weer word ik half achterdochtig verwelkomd door het hondje. Ik zie niemand. Ik zoek menselijke aanwezigheid: met een hondje alleen staat de niet geoefende mens hopeloos alleen. Ik zie tot mijn grote opluchting de jonge boerenvrouw. Ik vraag naar aardappelen. Die verkopen ze niet meer op de klassieke manier. Ze zegt mij te gaan kijken vooraan bij de toegangsdreef: daar kan je nu zelf kopen aan de automaat.

Het verschrikkelijk onheilspellende woord: de automaat. In volle nazomer voel ik ineens een winterse kou over mij neerdalen. Ik besef dat weer een eind is gekomen aan iets moois en warms en edels. Ik ga naar de plek des onheils. Daar staat inderdaad een automaat met hokjes en vakjes met daarin zakjes aardappelen, zakjes 'patatten'! En ook de onvermijdelijke instructies: stop het geld in de gleuf, toets het nummer van het vakje waar je de inhoud van wenst (of omgekeerd), bevestig je keuze, enzovoort enzoverder. Het is mij natuurlijk gelukt: we worden op den duur allemaal gewillige en murw geslagen 'digitalers'. Ik ben vrij triest naar huis gereden.

O landelijkheid, hoe vergankelijk ook jij, waar ik van dacht, ooit, dat dit soort leven voor altijd en eeuwig was ontworpen.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be