Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 23/12/2015 Paul Dessein Gewoon

Zelfs op een doodgewone ochtend kun je onverhoeds van je paard geblazen worden. Ik geef toe dat is geen bijzonder gelukkige uitdrukking, maar ik hoor ze nog altijd tien keer liever dan het niet meer weg te branden Vlaams: van je melk zijn. Wat moet je je daar in godsnaam bij voorstellen? Het betekent twee dingen: de kluts kwijt zijn (daar mag je je natuurlijk amper iets bij voorstellen) of 'beduusd' achterblijven. Ik was het die ochtend alletwee: beduusd en zonder kluts!

Wat was er gebeurd? Een minister, in dit geval heel concreet minister Koen (Geens), die te gast was in een ochtendprogramma van radio-1. Tot zover, alles natuurlijk doodgewoon! Maar plots, op het einde van het ochtendlijke babbeltje, kwam de aap uit de ministermouw: de ochtendinterviewer merkte terloops op dat de trui van minister Koen er een was zonder 'gat' in.

Ik vond dat een vreselijk rare opmerking. Maar iets moest mij in de loop van de voorgaande dagen ontglipt zijn (er ontgaat mij uiteraard heel veel, maar dat is een ander thema): de minister moet vastgesteld hebben dat hij bij een of andere (geënsceneerde) gebeurtenis een trui aanhad met een gat in. Op het ogenblik dat hij dat dramatische gebeuren constateerde, riep hij uit: Oei! Dat was door zijn partij georganiseerd omdat die partij wenst dat de mensen, wij dus, zouden moeten zien dat zij, de politici dus, eigenlijk gewone, ja zelfs doodgewone mensen zijn. Die alledaagse doodgewoonheid nu, zou moeten blijken uit de reactie 'Oei!' bij het zien van het onfortuinlijke, geheel en totaal onverwachte gat in een trui. Waarschijnlijk zou daaruit evenzeer moeten blijken dat de politici dus een werktrui hebben (met sleets gat in) én een andere trui voor normalere omstandigheden. Als die laatste trui verwisseld wordt, door een stuk onachtzaamheid, dan werd de minister geacht 'Oei!' te roepen om te laten doorschemeren dat hij naar alle waarschijnlijkheid pijnlijk verrast is.

Als partijen blijkbaar een campagne opzetten opdat wij hun politici 'gewoon' vinden, dan wekt dat toch de schijn dat de partijleiding denkt dat wij, gewoon in de duisternis ronddwalend voetvolk, onze politici niet gewoon vinden. Hoe kan zo'n misverstand ontstaan? Hoe vaak lees en hoor ik niet dat onze politieke afgevaardigden optreden in een of ander (zéér) populair tv- of radioprogramma: meestal amusante (?) spelletjes. Daaruit komt toch naar voren dat ze inderdaad doodgewoon zijn. Om hun beroep uit te kunnen oefenen moeten zij verkozen raken en om verkozen te raken moeten zij een zekere naambekendheid verworven hebben. Die naambekendheid zoeken ze heel vaak op om in onze gunst, de gunst van de doodgewone kiezer, te komen, met de hoop dat wij onze verkiezingszegen geven, zodat zij dan inderdaad hun beroepsdroom waar kunnen maken. Is er iets 'gewoners' dan dat: elk vecht een beetje voor zijn brok!

Wij moeten onze politici dus zien als 'gewoon'. We moeten ze maar niet als 'buitengewoon' beschouwen.

In wat ik nu ga schrijven ben ik maar liever heel voorzichtig. Ik heb voor mezelf een afkickmethode uitgedacht als ik de verderfelijke neiging zou vertonen iemand al te zeer te bewonderen vanwege zijn functie. Ik heb soms wel torenhoge bewondering voor iemand, maar dan niet vanwege zijn functie, maar wel vanwege zijn menselijke kwaliteiten: een enkele keer kan dat samen gaan. Een enkele keer...

Maar worstel ik met de slechte neiging toch iemand al te hoog op zijn voetstuk te plaatsen vanwege zijn functie, dan probeer ik me die mens voor te stellen tijdens een ontluisterend moment van zijn alledaagse leven. Zo'n moment is bijvoorbeeld, ik weet het, ik moest misschien voorzichtiger zijn, ik weet het, zo'n moment is het bezoek aan het toilet voor de grote boodschap. Daarbij moet je je indenken dat de politicus (in kwestie?) enige last heeft van verstopping, van wat vroeger met een heel mooi woord werd aangeduid: van hardlijvigheid. Dat woord is op zichzelf al voldoende om goed te vertellen waar het schoentje knelt, als deze beeldspraak in de gegeven omstandigheden maar kan...

In je verbeelding zie je nu de oncomfortabele positie waarin de politicus verzeild is geraakt, je ziet de heftige inspanning om de eerste doorgang te forceren, je ziet het hoogrood lopende gezicht. En meteen weet je! Je weet dat je neiging de gezagsdrager als 'buitengewoon' te ervaren voorgoed verdwenen is: de politicus is inderdaad doodgewoon.

Doel bereikt: lang leve het beeld van de hardlijvige politicus.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be