Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 13/01/2016 Paul Dessein Rampenplan 2016

Het allereerste teken van naderende rampspoed zagen wij, mijn vrouw en ik, in de week voor kerst. Het betrof een heel zachte waarschuwing waar wij al met al licht overheen zijn gestapt: een onooglijk hoopje aarde op een onschuldige plekje van ons grasplein. Iets te groot in al zijn kleinheid om van een aardworm of regenworm afkomstig te zijn. Ach, troostten wij onszelf bij zoveel onkunde, er leven veel vreemde insecten onder de grond, in dat rijk van de eeuwige duisternis. Het is ons volledig uit de geest gegaan: er gebeurde een hele week lang in en onder ons gras niets, maar dan ook niets.

In onze tuin staat een scherm. Toen wij 's ochtend ons bijna-dagelijks tuinwandelingetje maakten en eventjes achter het scherm verdwenen, werden wij pijnlijk, uiterst pijnlijk getroffen door het soort natuurverschijnsel wat we veel liever niet zien: een reusachtige molshoop opgebouwd uit korrelige polderklei. Op zich was de hoop eigenlijk mooi opgetrokken: een bijna volmaakte halve koepel. Het deed me denken aan een Italiëreis waar wij door de zeer deskundige gids bijna overdonderd werden met de vele koepels die hij beschreef met het enthousiasme van een ouwere heer die zijn praktijkexamen 'toeristen gidsen' aflegde. Die reis duurde een kleine twee weken, maar na een week, halfweg nog maar, was ik al suf en murw geslagen door de koepelkunst en kon ik geen Italiaanse bouwmeesternamen meer in mijn gepijnigde hersenen doen postvatten. Mij viel het meteen wel op dat deze indrukwekkende molshoop eigenlijk thuishoorde in de renaissancekoepelstijl.

Er was een tijd dat de mol op handen werd gedragen door de echte natuurliefhebbers. Dat zwarte mollige beestje verkruimelde niet alleen de aarde, verluchtte niet alleen de ondergrond met zijn eeuwige gangengewandel, dat beestje at bovendien niets dan schadelijke bodeminsecten. Kortom, de mol werd verheven tot de altaren van de tuinroem. Helaas, driewerf helaas. Nader onderzoek leerde dat onze mol ook massa's héél nuttige regenwormen oppeuzelt. Daar heb je meteen de poppen aan het dansen: is de heilige mol nu ineens van zijn voetstuk getuimeld? Feit is dat hij in Nederland van de lijst beschermde diersoorten is afgevoerd: het staat de mens opnieuw vrij zijn houding tegenover de ondergrondse wroeter te bepalen.

Ik weet ook nog van vroegere lectuur uit mijn laten we zeggen 'beestenlectuurperiode' dat de mol een typisch solitair wezen is. Hij graaft gangen, eet zich zo dik mogelijk en daarmee is zijn kous af. In het heel vroege voorjaar echter krijgt hij, bij manier van spreken, een hormonenshot en voelt het mannetje zich geroepen een wijfje te zoeken. Ik dacht hierbij aan de naam 'molin' of 'molse': ik vind dit mooier klinken dan wijfjesmol, maar ja. Hij graaft nu bijna blindelings (hij is ook niet écht blind) op zoek naar zijn 'molin' die hem echter ontloopt. Zij is eigenlijk helemaal niet op zijn aanwezigheid gesteld en vlucht en graaft. Maar toch zal de ontmoeting plaatshebben: de wetten van de Natuur zijn onverbiddelijk. Ondertussen is zij op de loop en is hij op achtervolgen aangewezen: de voortplantingswet als een achtervolgingsrace. Als het onvermijdelijke is 'geschied' – het schijnt bijzonder pijnlijk te zijn – keert hij kalm en waardig terug naar zijn eenzame gangenstelsel. Zij zorgt voor al de rest. Sommige mannen dromen van zo'n bestaan. Nu ontstaat een groot misverstand: omdat sommige mannen molse verlangens hebben, denken vele vrouwen dat alle mannen zo zijn. Vandaar het misverstand: alle mannen zijn in wezen mols.

Ondertussen staan mijn vrouw en ik aan de grond genageld: we hebben geen ervaring met het uitschakelen van mollen. Uitschakelen? Ja! Tussendoor heeft dat ene exemplaar alweer een hoop gemaakt, gelukkig tegen de heg. Tussendoor heeft onze snoodaard alweer een renaissancekoepel tot stand gebracht, in volle graspleingrond. We zien het zo voor ons: onze hele tuin omgewoeld tot een soort artistiek maanlandschap. Het jaar 2016 kondigt zich voor ons bijzonder hobbelig aan.

Wij hebben dit keer besloten op te treden. Maar hoe? Een ervaringsdeskundige, aan de lijn, heeft ons verteld dat de meest diervriendelijke methode die van de mollenklem is, op voorwaarde dat de klem volgens de regels van de moordkunst wordt geplaatst.

Ineens is het leven voor mij héél moeilijk: ik heb een klem gekocht. Het meisje dat het mij verkocht was mooier en liever dan wel deskundig. Bij de gekochte klem stak geen gebruiksaanwijzing: de fabrikanten van allerlei spul gaan er veel te gemakkelijk van uit dat iedere mens dat minimum gezond verstand heeft dat hem in staat stelt te overleven in onze technische wereld.

Helaas! Ik leef in angst en onzekerheid. Dat is blijkbaar mijn treurige lot.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be