Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 03/02/2016 Paul Dessein Receptiekleding

We zijn bezig de laatste recepties af te werken. Maar deze receptie, daar ga ik echt graag naar toe. Er gebeurt altijd wat bijzonders.

Bovendien was ik een vroegere vriend uit mijn geboortedorp indachtig. Hij was zeer begaan met de gezondheid van het mensdom in zijn algemeenheid, nog meer begaan met die van zijn directe vrienden en zelfs ook, niettegenstaande zijn schier eindeloze bekommernis om de medemens, met z'n eigen gezondheid. Hij was een vat vol wijsheden: sommige van zijn tips zet ik nu nog altijd in werkelijkheid om. Helaas heeft zijn levensstijl hem persoonlijk weinig kunnen helpen: hij is vroegtijdig gestorven aan een of andere stomme infectie waar geen dokter raad mee wist. Dat komt wel eens voor: een les in nederigheid voor alle beroepsdienaars van onze gezondheid.

De tip die ik vandaag in praktijk bracht had te maken met kleding. Mijn vriend van toen was namelijk van mening dat, als je ouder wordt (helaas!), je minstens één keer per week goed gekleed ergens naar toe moest: waar maakt niets uit, maar één keer dan toch netjes gekleed. Dat betekende voor hem: klassiek. Ik kleedde me dan maar in die zin aan. Laat ik uitvoerig zijn: een onderhemd zonder merk, maar wel ooit gekocht voor het goeie doel. Een overhemd van een merk dat zeer eerbaar is, zonder te vervallen in uitdagende luxe: kortom, een overhemd waar je best mee naar buiten kunt komen. Ik wil iets concreter worden: van Scandinavische oorsprong, van Noorse makelij. Over het slipje wil ik het uiteraard niet hebben: we hebben fatsoensgrenzen die vaak genoeg op onze VRT worden overschreden. Op mijn stropdas was ik echt wel trots: ik had die als tijdloos mooi gekocht naar aanleiding van het huwelijk van mijn dochter. Behoorlijk oud, dat wel, maar eeuwig jong. Voor de rest: een gestileerde winterpantalon en een goed ruimzittende jas van niet-tijdsgebonden klassieke snit én kleur. Elegante kousen en schoenen vervolledigden mijn 'outfit' (ergens moet je af en toe toegeven aan de 'Engelse' ziekte). Ik ging meteen op weg: een bom vertrouwen, zo niet zelfvertrouwen!

Ik kwam in het goed verwarmde lokaal zodat ik mijn verhullende overjas meteen aan de haak kon hangen en in mijn volle herfstige glorie kon verschijnen. Gelijk ook werd ik door een 'onverlaat' aangeklampt. Hij zei mij, dat hij geaarzeld had om zich voor de feestelijke gelegenheid ook in overhemd en klassieke stropdas te vermommen, maar dat uiteindelijk niet had gedaan, waardoor ik me, opgekleed als ik was, bijna naakt voelde in al mijn uitgedoste schamelheid. Bovendien wilde hij, in zijn heftige vreugde, mij wel eens bij de stropdas trekken. Ach, ach, ach.

Gelukkig zijn er ook vrouwen op de wereld. Een vrij jonge vrouw, trotse moeder, kwam naar mij toegestapt, nadat ze de vrucht van de liefde vol tederheid aan de partner, mannelijk voor alle duidelijkheid, had overhandigd: het leek bijna een overdracht. Na het gebruikelijke zoenritueel zei ze mij, dat ik er zo mooi bijliep in mijn harmonieuze verpakking. Bovendien wist ze me te vertellen, dat een beetje opgekleed zijn, de dag vandaag weer 'gaaf' is. Mijn schamelheid veranderde op slag in bijna kinderlijke verrukking: ik was 'gaaf' gebleken in de blik van een jonge vrouw. Mijn avond kon niet meer stuk.

Ik denk zelfs dat ik heel even te veel aan de wijn heb gezeten, want ik strooide een complimentje uit, bij mijn onvertogen vriend van nauwelijks een paar minuutjes geleden, over zijn werkelijk mooi vallende modieuze trui: ik wou in geen geval een strijdmakker verliezen door volhardende bokkigheid.

Beneveld door de wijn heb ik gezien en gehoord dat de receptietoespraak door een non werd gehouden en dat omdat 'ERNST & LEUTE' enkele nonnen op ons zal loslaten vanuit 'NAVARONE'.

En toen was mijn tijd aangebroken.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be