Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 17/02/2016 Paul Dessein Wiskunde

Ik ben getrouwd met een wiskundige. En dan?
Op zich is daar niks mis mee.
Alleen: sommige mensen begrijpen niet zo goed dat een min of meer taalkundige met een échte wiskundige op stap is. Ooit vond iemand dat ik 'natuurlijk' op zoek moet zijn geweest naar wat ik bovenal miste, wiskundige aanleg: de brave man vond dat die twee in één persoon niet samen kunnen gaan. Daar moest ik aan denken toen ik een en ander las over de Britse topwiskundige, Hannah Fry. Deze zeer achtenswaardige vrouw heeft een boekje op de wereld losgelaten met de niet onaardige titel: 'Liefde volgens de wiskunde'. Uiteraard ben ik, dankzij mijn echtelijke omstandigheden, door een dergelijke titel geboeid. Wat mij evenzeer boeide was dat de interviewster (ene Michele Mortelmans) haar eerste vraag als volgt formuleerde: 'Ik zal het maar meteen toegeven: ik heb genoten van uw boek, ook al heb ik een bloedhekel aan wiskunde'.

Ik wil onze brave Michele zeker niet van 'onwaarheid' verdenken, en toch... Toch twijfel ik aan de waarheid van deze zin. Ik twijfel omdat zoveel mensen zich geroepen voelen deze zin in een of andere variante naar voren te brengen. Het geeft de indruk dat het passend ende goed is dat te beweren, het lijkt erop alsof dat hoort bij de reacties die je moet hebben als je als niet-wiskundige in contact komt met een belangrijke vertegenwoordigster van de wiskundige familie, het schijnt bijna sociaal correct te zijn, uit te pakken met óf hekel óf dieptreurige onkunde. Het heeft veel weg van een sociaal spel, van een soort ritueel. Ik geloof ze niet allemaal. Het betreft toch mensen die een zeker verstandelijk niveau hebben: het kan toch niet dat ze zo goed als allemaal een blinde vlek hebben voor 'wiskunde'. Ik wil eerlijk zijn: ik heb altijd intens van wiskunde gehouden en bovendien wil ik ook erg bescheiden blijven: ik was heel goed in wiskunde. En alleen god weet hoe het komt dat je dan bij wijze van spreken toch in de talen belandt. Want de twee werelden boeiden mij.

Rik Torfs (rector) hield ook van wiskunde: ik ben dus in goed en bescheiden(!)gezelschap. Torfs vond zelfs een soort poëzie in de op wiskundige getallen gebaseerde parabolen, vanwege, zo zei hij toch, de fraaie rondingen. Wie enigszins op de hoogte is van het speelse verleden van Torfs in de tv-amusementswereld, moet hem er bijna van verdenken, dat hij bij deze fraaie wiskundige krommen wellicht hemelsmooie visioenen voor ogen heeft gekregen. Bij mijn definitieve echtelijke keuze heb ik mij zeker niet op die manier door de wiskunde laten leiden: de wiskunde heeft mij niet geleid, de cultuur heeft mij niet geleid. Maar wat heeft mij dan wel geleid? Wie kan dat ooit weten, alle wiskundige zekerheid ten spijt!

Laat ik terugkeren naar Hannah, ons Britse wiskundegenie. Zij kan met wiskundige formules allerlei voorspellingen doen over de houdbaarheidsgraad van de relatie én ze kan ook allerlei adviezen meegeven over hoe je het beste iemand kunt uitkiezen: met andere woorden, zij meent dat ze allerlei wetenschappelijks vast kan leggen in verband met gierende en andere hormonen. Dat is toch, zoals dat nu heet, je hand overspelen. Zo beweert zij onder meer dat je tijdens de zoekfase het best pas vanaf de vijfde kandidaat beslist met wie je in de boot stapt. Het hoeft daarom natuurlijk niet fataal die vijfde te zijn. Je kunt nog altijd uitstellen. Je moet alleen oppassen, denk ik, dat je niet eeuwig uitstelt: want voor je het weet ben je niet meer in staat tot dat oneindig grote avontuur: proberen met iemand samen te blijven in goede en kwade dagen, zoals ik dat geleerd heb.

Dat is pas een verschrikkelijk bericht: ben je plots neergebliksemd door een alles overrompelend gevoel van verliefdheid, dan moet je in alle nuchterheid beslissen, dat is niet de ware, want pas, bijvoorbeeld, de vierde...
Ach, wat een onzin allemaal!
Bovendien leert diezelfde wiskunde dat je je geen snars moet bekommeren om je uiterlijk, omdat geen enkele wetenschap, zelfs ook haar teerbeminde wiskunde niet, kan vastleggen wat 'mooi' is. Het moet toch duidelijk zijn dat deze laatste vondst: dat de 'schoonheid' van een vouw (of man) niet objectief te meten valt, nooit zal kunnen beletten dat er massa's verblinde liefdesrelaties zullen ontstaan. Ik ben daar eigenlijk blij om: de romantiek maakt het nog mogelijk dat we ons kunnen vergissen. Dat we ons mogen vergissen. Ook al weten we wat de niet-wiskundige (vadertje) Cats uit Zeeuws-Vlaanderen ooit heeft geschreven: wie het wijf trouwt om het lijf verliest het lijf maar behoudt het wijf.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be