Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 02/03/2016 Paul Dessein Afscheid

Ik kan zo moeilijk afscheid nemen. Afscheid nemen van dingen bedoel ik. (Van mensen ook trouwens, maar dat is een andere zaak.) Van dingen waar ik aan gehecht ben. Een trui, om maar wat te zeggen. Ik bezat ooit een kledingstuk dat eigenlijk geen trui was, maar wel een soort vest. Gebreid met grove tweekleurige wol en dat dicht ging met grote, mooie, elegante houten knopen. De herinnering aan dat vest bestaat nog levendig dank zij enkele foto's uit mijn voorbije(?) toneelcarrière (val natuurlijk niet omver van het woord: toneelliefhebberij op een waardig, zo neem ik aan, niveau, maar desalniettemin puur amateurisme).

Maar zelfs aan kledingstukken die door hun schoonheid (en ook wel praktische kant) voor de eeuwigheid bestemd lijken, komt een roemloos of roemrijk einde. Omdat het kledingstuk slechts toebehoorde aan een amateur op elk niveau is natuurlijk niemand, of bijna, geïnteresseerd in het bestaan ervan, zodat het nooit in een of ander veilinghuis te koop zal worden aangeboden, laat staan op een veilingsite! Bovendien was dat unieke vest door mijn bloedeigen – kan dat? – vrouw gebreid. Maar ook zij haalt (slechts), net als ik, het prettige niveau van aanvaardbaar amateurisme. Het vest was derhalve voorbestemd voor een roemloos einde. En zo geschiedde: het breiwerk werd totaal ontmanteld. De hartveroverende houten knopen werden gered en de gerecyclede wol was een welkom cadeau voor die enkele kleinkinderen die toen hun eerste stappen zetten in de wondere doe-het-zelfwereld.

Tijdens de rouwperiode is natuurlijk veel water naar de zee gevloeid. Na de rouwperiode zijn jaren verstreken. En kreeg het leven plotsklaps een nieuwe wending. Na jaren breirust kwam mijn vrouw net als een uitgedoofde vulkaan opnieuw tot leven. Ze kreeg te maken met een acute aanval van breiwoede waar niet aan kon worden weerstaan: de lokroep borrelde omhoog uit zeer diepliggende lagen van haar verre en jeugdige verleden.

De eerste begunstigde was haar eigen zelf: vrouwen eerst! Met een wol die in haar ruwheid aan mijn vest herinnerde, breide zij, met aangepaste naalden (elke liefhebberij heeft ijzeren wetten) een soort 'spencer' (en elke wereld, hoe klein ook, heeft een heel eigen woordenschat, waarbij ik niet weet of het synoniem 'slip-over' je veel wijzer maakt).

Als die eerste horde genomen was, kwam ik bijna vanzelfsprekend aan de beurt. Ik wil eerlijk zijn: ik was ook een heel klein beetje jaloers op die spencer: zij, een spencer; ik, een gilet. Heel belangrijk bij een dergelijke echtelijke onderneming zijn de twee keuzemomenten: het model en de kleur. Het model kiezen, dat valt nogal mee. Mijn vrouw bezit nog zeer veel boeken uit het verleden en omdat de mode een eeuwige terugkeer is (Joyce had het ooit over 'reternity', heerlijk toch) is het niet zo moeilijk, om iets te vinden, temeer omdat de keuze van gilets al bij al beperkt is.

Wij hadden de eerste hobbel zeer succesvol genomen, en bijna spinnend van wederzijdse tevredenheid 'togen' wij naar een bekende gespecialiseerde breizaak. Dat nu, de keuze van de gepaste wol in een speciaalzaak, is een hondse opdracht die ik derhalve niemand toewens. Een praktisch aspect kan je wel helpen meteen een hele collectie uit te schakelen: wij wilden per se machinewasbare wol, maar zelfs dan nog blijft een enorme collectie mogelijkheden overeind. Over het algemeen is het in zulke winkels, vooral in de winter (des winters!) onvoorspelbaar warm, heet zelfs, zodat je het niet te overwinnen gevoel krijgt dat je kleren aan je lijf plakken en ineens voel je je vies en vuil en goor. Maar... ik wilde volhouden: het ging per slot van rekening om mezelf.

In een eerste opwelling van teruggewonnen zelfverzekerdheid koos ik voor een grijs dat wél iets weg had van het toch al zo grijze muisgrijs. Vouwen zijn beter bestand tegen de hitteproef in winterse omstandigheden in winkels in de winter. Zij trachtte mij heel beleefd, rekening houdend met mijn verhitte toestand, de grijskeuze uit het hoofd te praten: zij vermoedde, vermoed ik, dat ik mijn keuze maar gauw, gauw maakte vanwege de uiterst pijnlijk negatieve warmteomstandigheden. Toen beviel zij van die ene heilbrengende zin: 'Je bent nog veel te jong voor dat soort grijs'. De hemel klaarde op, de redding was een feit. Had zij gezegd: 'Je bent nog niet oud genoeg voor dat grijs', dan was dat natuurlijk al iets: maar niets in vergelijking met dat 'veel te jong'. Dan hebben wij, zij dus voor een aanzienlijk deel, de klus geklaard. Een jeugdige frisse kleur is voortaan nog voor jaren (wij kochten kwaliteitswol) mijn rechtmatige deel.

Ik denk er ernstig over na vernieuwde danslessen te gaan volgen.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be