Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 23/03/2016 Paul Dessein Oneerbiedig

Gebeten door de kriebelige gevoelens van een min of meer vroege lentedag trokken wij eropuit langs de kanalen van onze heerlijke lentepolders. Wij? Mijn vrouw en ik. Zij: elektrisch (met e-bike!) en ik: puur natuur (geen reclame voor een of ander merk). Puur natuur: trots op de eigen kracht van het eigen lichaam en maar hopen dat deze fietsbeweging zorgt voor een acceptabele lichaamslijn. IJdelheid? Wellicht.

Maar... Onze Blankenbergse weerman (niet 'mijn' maar 'onze') verklapt in zijn Knackinterview dat hij altijd tracht er zo goed mogelijk uit te zien. Vandaar: mijn zeer modieuze vraag: Wie ben ik om daar anders over te denken? Laten we met zijn allen de Davidnorm aanhouden. Wat zag ik daar plotsklaps in de verte aan komen gereden? Een manspersoon, zo nam ik aan, op een racefiets. Het exemplaar van ons mensenras sleurde een verschrikkelijk omvangrijke buik door dit ondermaanse tranendal. Was me dat een buik, zeg. Een hangbuik dacht ik ineens. En toen kwam het eerste oneerbiedige woord in mijn hersenen: hangbuikzwijn. Hij was een hangbuikzwijn. Ik was op dat ogenblik heel blij dat het woord 'zwijn' in combinatie met hangbuik dat onnavolgbare woord 'hangbuikzwijn' opleverde dat bovendien volgens onze strenge Nederlandse norm heel correct is. Zwijn in z'n eentje is dat niet, tenzij om een liederlijk persoon aan te duiden, of een gedrochtelijk mens. Mijn hangbuikzwijn was in feite, eerlijk waar, een gedrocht. Een walgelijk gedrocht bovendien. Ik wil het heel scherp stellen: mijn hangbuikzwijnige vriend was een levende belediging voor zijn racefietsje, een voorbeeld van heerlijk elegante en slanke verfijning. Het contrast deed pijn aan de ogen en in het bijzonder aan mijn racefietsgeoefende ogen.

En al even plotsklaps zochten oneerbiedige gedachten hun donkere weg door mijn hersenen. Zou dat hangbuizwijn er een vrouw op na houden? Mag je je daarbij een voorstelling maken? Betreft het een jonge slanke vrouw die bij wijze van contrast echt en ernstig aan haar silhouet werkt. Hoe zou zij ons gedrocht 's avonds in haar bed ontvangen? Zou zij afkeer voelen, schaamte of kan zij door de dikke buitengrens heen kijken om een zeer mooi en zeer bevredigend zielenlandschap te ontdekken?

Ik beken eerlijk dat ik enige moeite had bij dat oneerbiedige gestook in een van mijn hersenhelften. Ik zou niet kunnen zeggen in welk gedeelte, omdat deze gedachten eigenlijk weinig uit te staan hebben met de zo geroemde erotiek. Misschien, zo kreeg ik een tweede gedachte te verwerken, was zij een ontwapenend dikke vrouw met een schallende klaterlach bij om het even welke situatie.

Misschien hadden zij alletwee in wezen geen last van hun uitbundige obesitas. Obesitas is een mooi woord. Het klinkt bijna als een soort 'uitverkorenheid'. Zo voelen zij zich wellicht: uitverkoren dik. En uitverkoren gezellig. Wellicht vergeven zij elkaar hun wederzijdse obesitas en zingt het lied van de liefde ongeremd en schaterend. Want we moeten eerlijk blijven: obese liefde is ook liefde en de door obesitas getekende lichamelijkheid is ook intieme lichamelijkheid. Ik wil natuurlijk ook eerlijk blijven: deze oneerbiedige hersenspinsels ervoer ik als niet al te prettig.

Ik besefte dat het de hoogste tijd was aan iets anders te gaan denken als ik een onaangename fietstocht wou vermijden. Ik keek naar het water, ik keek naar de dollende insecten, ik keek naar mijn eigen fietsje, ik dacht aan mijn ijdelheid en dan aan de e-bike van mijn vrouw, daarna aan mijn vrouw zelf. Ik voelde beterschap op komst en toen kreeg ik mijn vader in mijn geest. Mijn vader die altijd, als hij iets vreemds of raars zag, zei: Onze-Lieve-Heer moet van elk zijn getal hebben.

Ik werd licht bij deze gedachte. Mijn hoofd raakte bevrijd. Ik voelde de bekoring wijken (en dit bovendien zonder schietgebedje) en dankte de Here God voor mijn al bij al zeer te pruimen lijn.

Mocht dit Davidachtige ijdelheid zijn, dan ben ik in goed gezelschap.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be