Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 06/04/2016 Paul Dessein De eerste keer

Een goeie vriend van mij uit mijn geboortedorp die ik nog vrij geregeld zie, is ontdaan.

Eerst nog iets over dat geboortedorp. Ik ben er werkelijk geboren, thuis dan nog wel. Deze omstandigheid heeft mij hoogstwaarschijnlijk getekend: ik ben een 'thuisman', een huisduif en als je nog erger wil: een huismus. Mijn ontdane vriend dan maar: in mijn ogen jong nog. In zijn ogen stevig geworteld in de middelbare leeftijd. Onze geboortedorpsvriendschap overbrugt een generatie. Ondertussen woont hij in Nederland, vlak over de grens, maar aan de goeie kant van het water, zoals hij dat zegt.

Hij was in Oostende op een heel mooie en warme lentedag, zoals wij die binnenkort weer zullen krijgen. Ineens werd hij bevangen, zei hij, door een brutaal, heftig verlangen naar een van die veelkleurige shorts die onze stranden zomers veranderen in bonte kleurentaferelen. Hij zocht gelijk een hippe zaak op.

Als ik dat hoorde, dacht ik aan pashokjes in overwarme of oververwarmde winkelruimtes waar je achter haastig en heftig toegetrokken gordijntjes aan een sessie half ontkleden moet beginnen die gepaard gaat met getrek en gesleur als gevolg van beginnende transpiratie – gezweet eigenlijk. Wat is dat lastig. Ik begin bijna plaatsvervangend te transpireren, nee, echt te zweten. Mijn vriend zat dus in dezelfde schuit. Hij deed, achter het gordijn, wat hij moest doen. Weldra was hij klaar en wachtte op het gewenste bezoek van de verkoopster.

Onder die verkoopsters heb je er van allerlei slag. Er zijn er die, ongevraagd bijna, alle soorten goedbedoelde commentaar spuien, je bijna mooier verklaren dan je eigenlijk bent, mede dank zij het kledingstuk dat je past in het daartoe, zoals de naam het zegt, geëigende hokje. Ook dat vind ik telkens een heel moeilijk moment, tenminste de zeldzame keren dat ik mij vrijgevochten helemaal alleen op het gevaarlijke aankooppad begeef. Mijn in zijn short verpakte vriend wachtte ootmoedig op het 'achtergordijnbezoek' en voelde zich zowaar kleurig jong in zijn hypermoderne glittershort. Hij werd nu een tikje ongeduldig en ongedurig als hij, naar zijn aanvoelen, iets te lang moest wachten op het bevrijdende moment. Geduld, dacht hij bij zichzelf, is een mooie christelijke deugd, ook al was hij met de jaren zijn geloof kwijtgeraakt.

En net op dat ogenblik gebeurde het.
Een dramatisch moment in het leven van mijn vriend stond voor de deur. Voor het gordijn, zo je wil.
Hij hoorde.
Wat hoorde hij? Dat een van de verkoopsters, vrij hard eigenlijk, riep: Zeg, Caroline, vergeet je dat ventje van pashok 3 niet?
Wat? Dat ventje van pashok 3, dat was hij.
Het was, zo zei hij, een slag in mijn aangezicht.
In één ruk was ik tot oud mannetje gebombardeerd dat in zijn naïviteit nog op zoek was naar een opvallende short. Even haalde hij diep adem en toen: dát voor de eerste keer, dat tikt zwaar aan.
Bovendien kreeg hij bevestiging. Een paar dagen later reed hij met het openbaar vervoer (er bestaan nog groene jongens) in Zuid-Nederland: een grensoverschrijdende lijn. Ik stond daar, aldus nog altijd mijn vriend, mooi te staan in die bus. Op een gegeven ogenblik komt een jonge snaak naar mij toe en zegt: 'Mijnheer, u kunt rustig gaan zitten op mijn plaats'. Allemaal goedbedoeld natuurlijk, maar dan toch een tweede tik die bijna even hard aankwam als de eerste.

Gelukkig kon hij zich troosten met de beleefdheid van die nog jonge knaap. Er bestaan dus nog jongeren met ouwerwets beleefd gedrag. Zelfs in Nederland. Maar mag zo'n zin eigenlijk nog in onze moderne tijden? Het is altijd geraadzaam niet te overijld te oordelen: dat kan dus in Nederland!

★ ★ ★

Mij is zelfs ter ore gekomen dat mijn vriend, door de gemeenschap oud verklaard, nog trouwplannen koestert.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be