Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 20/04/2016 Telefoon Paul Dessein

De telefoon ging over.
Ik nam aan.
Een bevriend echtpaar aan de lijn: de vrouw.
Zij bevonden zich op een of ander tropisch eiland waar ik de naam van ben vergeten. Dat komt waarschijnlijk omdat tropische eilanden mij zo godallemachtig weinig kunnen schelen. Zij vertelde het klassieke nieuws: heel mooi weer, zalig ontspannen (zij leiden nog een soort afspiegeling van actief leven) en dat ze toch eens behoefte had aan een babbel.
Ik vroeg of ze niet eerder mijn vrouw aan de lijn wou hebben.
'Maakt niks uit', zei ze.
Ik moest oppassen of ik kreeg een miniaanvalletje van ijdelheid.
We hadden het over van alles en nog wat: over koetjes en kalfjes en andere onbelangrijke dingen die de dagelijkse gesprekken zo aangenaam kunnen kleuren: de kroniek van het alledaagse. Net toen ik dacht dat alles gezegd was en dat ik op het punt stond mijn beste groeten over te maken aan haar 'heer gemaal' zoals wij in onze lichte en luchtige omgang de echtgenoten bestempelen: heren gemaal! Maar voor ik dat allemaal kon zeggen kwam de naar mijn aanvoelen eigenlijk belangrijke vraag: En welk weer is het bij jullie?

Zij wilde dat weten en ook haar heer gemaal wou dat weten: het weer dat wij hadden. In onze contreien zijn de babbels over het weer schering en inslag: Wij wonen in een van de beste streken, wij wonen in een van de mooiste streken, wij wonen ook in een landje dat overvloeit van melk en honing, maar er is een vreselijke maar: onze weergoden zijn wispelturig en onbetrouwbaar. Wij hebben ons zelf leren troosten met diepzinnige gedachtes als daar zijn: als je hier woont moet je iedere dag dat het goed is, meepakken. Deze gedachte staat nog geheel los van het feit dat je niet altijd vrij bent, en dat je soms ook wat anders moet of kunt doen dan de zoveelste pannenkoek gaan eten of het zoveelste biertje drinken op een van de vele terrassen die ons Vlaamse land rijk is. Er bestaat daar al zelfs een 'weer'-woord voor: het is of het wordt volop 'terrasjesweer'. Soms overkomt het mij dat dat onschuldige en mooie woord mij gaat vermoeien. Maar misschien ben ik nogal vlug vermoeid. Ik heb die indruk niet, maar je weet maar nooit: een mens ontdekt nog iedere dag een of ander raar trekje bij zichzelf. Dat is misschien op zich nog een goeie zaak ook: jezelf blijvend kunnen verrassen om niet altijd een andere, de andere(?) te verrassen!

Zij wilden in feite niet weten welk weer het bij ons was uit pure bijna wetenschappelijke belangstelling. Zij hoopten vooral op het bevrijdende antwoord: bij ons is het zoals gewoonlijk een rot snertweer. Dat was het antwoord waar zij op hoopten.

Het slechte weer bij ons als een soort rechtvaardiging voor de moeite van de reis (dat ellenlange wachten op een vliegtuig), voor het niet geringe bedrag dat ze besteedden aan die tropische fantasie en voor het feit dat ze meededen aan dat massatoerisme. Die tropische eilanden zijn heel vaak niets dan een toeristisch strand met kilometerlange hotelbouw en waar in ieder hotel vreselijke massa's voedsel worden opgediend op tafels waar je als toerist schaamteloos kunt graaien. Daar wringt ook het schoentje, ons bevriende echtpaar gaat niet graag door voor 'doorsnee'. Ik wil natuurlijk niet roddelen: zij zijn een prettig stel en bovendien zeer eerbare mensen. Maar toch hoopten zij op dat rotte weer bij ons om dan gezamenlijk, zij en haar man, te kunnen besluiten dat ze er goed aan hebben gedaan het tropenpad te kiezen: want al wat je nu meemaakt kunnen ze je niet afpakken. Tot dergelijke eenvoudige conclusies zijn zij ook wel in staat. Een enkele keer overkomt het ze zelfs dat ze meedoen aan dat moderne toeristische gepraat: wij hebben nog nooit Laos 'gedaan'. Dat oervervelende woord: een stad doen, een land doen. Als ik het te vaak hoor, dan heb ik de neiging het uit te roepen: 'Doe maar!' Een enkele keer heb ik zelfs gehoord: wij beschouwen dat als een 'voorgift' op onze zomer. Een 'voorgift!' Zou je niet!? Neen, je zou niet: je blijft beheerst.

Ik heb zelfs in mijn telefoongesprek heel even mijn slechte karakter naar boven laten komen: ik heb in de beschrijving van het weer de zalige elementen extra dik in de verf gezet: middagen met heerlijk veel zon, windstille avonden (die met de zomertijd toch al de moeite waard zijn), af en toe een drupje regen, maar niet om over naar huis te schrijven.

Wij zijn telefonisch heel vriendelijk uit elkaar gegaan en als een soort reparatie heb ik haar gezegd dat we écht uitkijken naar hun volgende bezoekje en dat we het dan zelfs uitgebreid over hun wedervaren zouden hebben.

Maar dat uitgebreide verslag zal er nooit komen: want te vermoeiend, vooral in onze moderne tijden met die orgieën foto's!

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be