Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 22/06/2016 Paul Dessein Voetbal

We leven in een bijna-overstreste voetbalmodus.
Een mens kan zich daar heel moeilijk aan onttrekken.
Ik ben eigenlijk geen voetbalkenner. Ik weet wel hoe het spelletje gespeeld wordt, ik bedoel, de ijzeren wetten van het spel ken ik, maar ik heb er weinig of geen benul van hoe je, binnen dit dwingende kader, met de bal om moet gaan. Ik zou, op het veld, telkens voor vreselijk tactische en andere verscheurende keuzes komen te staan die mij regelrecht tot diepe wanhoop zouden drijven. Gelukkig! Ik sta op geen veld.

Natuurlijk kan ik af en toe een partijtje tv-voetbal zeer smaken. Ik moet het wel hebben van de spanning – daar moet je wel een beetje supporter (fan!) voor zijn – en van enkele heerlijke balletmomenten van een of andere balkunstenaar. Ik ben dan ook een onwetende supporter. Op wereldniveau – bescheidenheid siert de mens – ben ik aanhanger van Real Madrid (niemand kan zijn verleden loochenen) en op bescheiden streekvlak kleur ik lichtjes blauw-zwart. Vraag me echter niet elf spelers van Club op te sommen: ik zou deerniswekkend door de mand vallen.

Dit gebrek aan kennis belet me echter niet in het alledaagse leven mijn voetbalstreng te trekken. Het overkomt mij dan ook af en toe dat ik na een of andere wedstrijd de commentaren beluister van de echte specialisten: de voetbalanalisten. Mijn god! Wat weten zij veel. Op tactisch vlak zijn die mensen absolute toppers. Op voetbalinzichtelijk gebied zijn zij onnavolgbaar. Ze kunnen zelfs, bij momenten, diep in de ziel van de trainer-coach peilen. Hoe klein voel ik me dan in het gezelschap van die voetbalreuzen.

Bovendien pakken zij met allerlei slag bewegend materiaal uit dat hun uiterst diepzinnige beschouwingen onderstreept. Ik wil het hier heel eerlijk bekennen: lag ik niet op mijn bank, ik zou in steile bewondering plat op de grond gaan. Ik heb uiteindelijk zelfs de neiging die analisten haast meer te bewonderen dan die over het algemeen heftig en hevig getatoeëerde baltovenaars, wat ook de bedoeling niet kan zijn. Met de Europese campagne (dergelijke zwaarbeladen militaire termen gaan in onze voetbalwereld vlot over de toonbank) is een nieuwigheid opgetreden: tussen al die deskundige babbelaars duikt nu soms een lieve, zachtzinnige vrouw op. In vergelijking met de meeste van die venten oogt zij nog jong. Geen nadeel overigens.

En zie, nu ook weer! Ik stel vast, ik móét wel constateren dat zij, ja zij, in haar zachte lieftalligheid, veel meer voetbalinzicht tentoonspreidt dan ikzelf ooit zal hebben. Ik voel me nu niet alleen klein, ik krijg er complexen van. Ik dacht dat ik met mijn falende inzicht alleen een uitzondering was in de mannenwereld en dat ik op de vrouwelijke helft van het mensdom terug kon vallen om mij weer oké te voelen. Het herinnert me aan een bewogen leraar die ons, pubers, bezwoer dat 'de vrouw de redding is van de man'. Ook die zekerheid, dat heerlijke vertoeven in de vrouwelijke wereld als genezing van mijn zielenkwetsuren, is nu als een kaartenhuisje in mekaar gestort. Ik probeer me te troosten met een herinnering.

Ik werkte tijdens de kerstvakantie – ik was toen een jaar of achttien – als vrijwilliger in een privézorginstelling voor kansarme weeskinderen (toen nog 'inrichting!'). Het sneeuwde en sneeuwde en de sneeuw bleef liggen. Ook de voetbalvelden van onze jongens lagen dik onder de sneeuw. Het hoofd van de instelling (een vrouw!) stelde voor om te gaan voetballen: de onderwijzers (de meesters!) en het hulppersoneel tegen de beste van 'onze jongens'. We konden niet met voetbalschoenen spelen. We trokken dan maar onze rubberlaarzen aan. En dat was mijn redding. Er kwam geen techniek bij kijken. Er kon ook geen sprake zijn van een of ander duister tactisch plan. Onze enige opdracht bestond erin door de sneeuw te ploeteren, te zwoegen als Brabantse trekpaarden en de met sneeuw aangedikte bal enkele centimeter in de richting van het vijandige (!) doel te brengen. Eerlijk: in zwoegen en ploeteren was ik in mijn fysieke glorietijd vrij sterk. Ik voelde me die ene middag dan ook de échte held van een waarschijnlijk(?) intriest en lamentabel spektakel. Pak mij dat, vrouwen, niet af. Blijf voetbalonwetend en sta mij ter zijde. Troost put ik ook uit een mij nog altijd ontroerende liturgische zang vanuit mijn jeugdjaren: De profundis clamavi ad te...

Uit de diepte van mijn voetbalellende roep ik tot... jullie.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be