Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 20/07/2016 Exoot

Ik heb een exoot, of liever, wij hebben een exoot in onze tuin. Lastig.
Een exoot.
Bij dat halfgeleerde woord denk ik aan exotisch, waarmee het trouwens verwant is. En bij exotisch denk ik aan een halfbloed Braziliaanse schoonheid. Vraag me niet waarom. Wie kent de kronkelwegen van zijn geest? Ik had natuurlijk net zo goed kunnen schrijven: ik denk aan een tropisch strand met wuivende palmbomen. Dan zou ik echter heel oneerlijk zijn geweest. Ik dacht dus aan onze Braziliaanse. Bovendien dicht ik haar onvoorstelbare eigenschappen toe: ze is goed gevormd, heeft natuurlijke en perfecte rondingen, lippen die niet smal zijn, maar ook niet volrond – kortom ideaal, ze laat de wereld hagelwitte Colgatetanden zien in een hartveroverende aanval van klaterende lachschoonheid.

Paul Dessein

Ik wijk af.
Terug naar mijn tuinexoot. Hoewel de Braziliaanse, belofte van leven, mij niet zonder slag of verbeeldingsstoot verlaat, keer ik, nu, definitief terug naar mijn exootje. Op ons grasplein, waarover mijn zoon W. ooit in een tweet schreef: 'Tegen alle natuurlijke krachten in beslist de koppige mens dat er op dat bepaalde stukje aarde enkel gras mag groeien', heb ik, met natuurlijke middelen, de koppige strijd aangebonden tegen de klaver. Er groeien drie soorten klaver in mijn gazon: de klaver met kleine gele bloempjes, de witte klaver en de lichtbruine klaver met ook weer kleine gele bloempjes. Over de bruine klaver kan ik kort zijn: hij hindert mij weinig, houdt zich bescheiden, overleeft zonder al te grote veroveringsdrang. Ik laat hem, in mijn grootmoedigheid, met rust. De groene klaver met de gele bloempjes, dat is heel wat anders. Hij zwermt genadeloos en niets ontziend uit in alle mogelijke richtingen. Soms zelfs sticht hij losstaande kolonies met het oog op een volledige bezetting van mijn grasgebied. Gelukkig heeft hij binnen zijn onweerstaanbare kolonisatiedrang een grote gave: hij vormt rozetten die op hun beurt tot zelfs bijna-artistieke roosvensters uitgroeien. Centraal heeft ieder rozet één wortel. Niettegenstaande een zekere weerstand komt die, bij na-vochtig weer, al bij al, vrij gemakkelijk mee. De witte klaver pakt groots uit met zijn witte bollige bloemen. Heel trots lijkt hij wel te verkondigen: hier ben ik – met de bijkomende gedachte – en hier blijf ik. Die bloemen echter zijn verbonden met een stengeltje dat bijna in de grond over de grond kruipt. Kruipen dus! De witte klaver is een onderkruiper en zeer moeilijk in te tomen. Hier helpt alleen monnikengeduld. Met de jaren ben ik allicht rijp geworden voor een sober monnikenbestaan.

★ ★ ★ ★ ★

Wij hadden indertijd een prachtige boom, een 'Japanse kerselaar'. Die boom – hoe indrukwekkend mooi ook – werd ziek en uiteindelijk geveld. De hele buurt vond het doodjammer en leefde intens mee. Dat soort medeleven werkte antiverzurend en hielp ons allemaal door dat verlies heen. Toen de stronk werd gelicht ontstond een soort reusachtige krater die met aarde van de boomhakker werd opgevuld. Helaas: uit die aarde kwam een mijn tuin vreemde klaverexoot priemen. Hele kleine fijne bloempjes, tweekleurig: gebroken wit en lichtpaars, oneindig broos en nauwelijks zichtbaar. Een kunstwerk dat mij onmiddellijk weer terugdreef naar mijn (?) Braziliaanse. Het plantje doet aan het koekoeksjong denken dat zo hartverscheurend kan schreien dat bijna alle vogels bereid zijn onmiddellijk bij te springen. Hoe zou je dan je in godsnaam zo’n onschuldig plantje te lijf kunnen gaan? Maar het moet. Dat 'onschuldige' plantje beschikt over een hemeltergende uitbreidingsdrang: het is doodgewoon een imperiale heerser.

En dát, dat willen wij niet: die nieuwe klaver is een kolonisator die, naar ik zie, zelfs bereid is een bondgenootschap aan te gaan met de rozettenklaver. Maar de koppige man uit de tweet zal zich blijven verzetten, op zoek, op gevorderde leeftijd, naar een verzetscarrière.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be