Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 10/08/2016 Paul Dessein Vrede

Een goeie vriend van mij is nog altijd in eer en deugd en vreugd getrouwd. Bij zijn (écht lieve) vrouw heeft hij, Bijbels gezegd, vier kinderen geteeld: er zijn nog altijd mensen met vertrouwen in de westerse wereld. Toen stierf haar vader, die al enkele jaren alleen was. Zij had haar vader, tijdens zijn ziekte, beloofd voor zijn hondje te zorgen. Hondje is eigenlijk een verkeerd woord omdat het woord doet denken aan zo'n klein, mormelig keffertje. Zelf heb ik natuurlijk niets tegen een keffertje, maar mijn vriend heeft het daarop niet begrepen.

Onze hond is dus middelmatig groot: slank, intelligent, warme hunkerende blik en met licht hangende oren die zij nog net kan spitsen. Ze is van middelbare hondenleefdtijd en ziet er dus, in tegenstelling met de vrouwelijke medemens, nog echt jong uit. Ze komt oorspronkelijk uit Nederland en heeft haar Hollandse naam, Yolanda, behouden. Yolanda, mijn god! Mijn vriend en zijn vrouw hebben op hun beurt, een beetje tegen hun zin in, die naam bewaard. Vooral het vertederend bedoelde verkleinwoord 'Yolandaatje' ligt wat moeilijk in de bek. Maar kom, met een beetje goeie wil schiet je een heel eind op.

Ook Yolanda moet zich aanpassen. Hoewel. Tijdens de ziekte van haar baasje is de vrouw van mijn vriend, ik zei het al, een écht lieve vrouw, iedere ochtend, vrij vroeg, met Yolanda gaan wandelen, langs 'vredige landwegen': ze wonen in de streek van Streuvels, Stijn! Yolanda was dus al enigszins gewend geraakt aan een nieuw baasje: zij. Die hele tijd bleef Yolanda wel woonachtig in haar huis.

Maar nu! Yolanda moest nu wennen aan vier kinderen, aardig en lief, daar niet van, maar toch: vier gezonde en uitgelaten jonge mensen. Yolanda moest bovendien ook wennen aan een kat. Aan één kat. Een kat die het als vanzelfsprekend beschouwde dat zij meester en heerseres over het hele huis was. Ieder hoekje, ieder plekje, iedere trap was van haar. Voor haar – Cato is d'r naam – was Yolanda een vijand, iemand die haar terrein bedreigde, iemand die de alleen voor haar bestemde aandacht wederrechtelijk afsnoepte.

Vooral echter moest Yolanda wennen aan een nieuwe baas: een flink uit de kluiten (en lendenen) gewassen kloeke veertiger die niet van plan was zijn leven door Yolanda te laten domineren. Ik weet niets van honden af. Yolanda is de vrucht van bewust gekruiste rassen en heeft als specifieke trek dat zij graag lang én snel wandelt: het soort wandelen dat makkelijk overgaat in rennen. Dat moet mijn vriend nu 'managen' (zo klinkt dat in moderne Nederlands). Hij maakt daarom minstens één zo niet twee zwerftochten van ongeveer zeven kilometer. Waarschijnlijk zeven omdat '7' een min of meer heilig getal is. Die gezamenlijke tochten zorgen voor een goeie sfeer. Mijn vriend heeft via internet geleerd dat je die hond zacht maar beslist naar eigen hand moet kneden. Bovendien zorgt die dagelijkse wandeling voor een heel prettige fysieke conditie die, zoals algemeen bekend, een positieve weerslag op het humeur heeft: mijn vriend heeft de laatste tijd de onweerstaanbare aandrang te gaan zingen, hoewel hij, met permissie gezegd, eigenlijk weinig toonvast is. Maar goed: die wandeltochten zijn een festijn.

Helaas! Als hij thuiskomt en Yolanda bevindt zich in gezelschap van heel het gezin en in het bijzonder van mijn vriend z'n vrouw – Kathy – dan wordt ze onrustig: het heeft te maken met de ongewone situatie van twee meesters, twee bazen in één ruimte. Daar heeft ze last mee ook al probeert ze uiterlijk rustig te blijven. Maar zie: als mijn vriend opstaat dan denkt Yolanda dat hij een bedreiging vormt voor Kathy. Overigens héél begrijpelijk: mijn vriend is indrukwekkend robuust, Kathy is lieflijk broos.

Ik zei het al, ik weet niets van honden af en ben al heel zeker geen hondenfluisteraar. Wat gaat er in het beperkte brein van Yolanda om, dat zij, op wandel, in volkomen harmonie leeft met mijn vriend, en dat zij hem, thuis, als de vijand van zijn eigen vrouw ziet, vrouw die zij dan moet verdedigen, en het enige verdedigingswapen dat zij dan hanteert is het verboden oergeluid van de hond: het lang en luidruchtig blaffen, oergeluid dat een hond in zijn prille kinderjaren is afgeleerd. Juist omdat Yolanda een verbodsgrens overschrijdt, juist omdat Yolanda een taboe doorbreekt, klinkt dat geblaf, aldus mijn vriend, angstaanjagend en bedreigend. Kortom: tragisch. Yolanda denkt dat ze een keuze móét maken en kán het niet. Vandaar dat tragische en hartverscheurende geblaf. Mijn vriend hoopt op beterschap.

En ook de kat. Cato heeft het lastig. Een keer heeft ze, in paniek geraakt, fors klauwig naar Yolanda uitgehaald: vrouwen onder elkaar. Iedereen in dat nieuwgevormde gezin snakt nu naar een langdurige vrede.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be