Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 31/08/2016 Echt!

Ik ga graag naar de bibliotheek, bib in modern taalgebruik, waar ik niet zo gemakkelijk meer aan wen.
Ik was dus op weg naar de bib (ik doe mijn best).
Ik stapte ontspannen naar binnen, nam de trap die naar de boekenzaal leidt. (Ik ga altijd te voet. Niet dat ik bang ben voor de lift, nee, maar ik offer aan de nieuwste wetten van de bewegingsgodsdienst: bewegen, bewegen en nog eens BEWEGEN. Ik ben wezenlijk een vrij volgzame jongen.) Ik betreed – let wel: betreed – bijna plechtstatig de zaal met boeken: zoveel samengebalde pracht ontroert mij, maakt mij klein en nederig, want in gezelschap van echte grootheden, maar soms ook van middelmatige kleinheid, maar kom, laten we alles met de zo geroemde mantel der liefde bedekken. Ik schrijd dus de zaal binnen. Op de centrale bank zaten twee jonge meiden. Dat schenkt al een bijkomende charme aan de onderneming. Ik weet niet of ze daar in de meest overrompelende stilte zaten dan wel fluisterend met elkaar in gesprek waren. Doet er ook niet toe. Zij waren hoe dan ook een bijkomende bron van ontroering. Als de dichter-zanger door 'twee meisjes op het strand' ontroerd mag zijn, dan mag ik, gewone oude man, toch ook ontroerd zijn door twee meiden op de bank. Ik begaf mij naar de tafel waar over het algemeen 'nieuwigheden' uitgestald liggen. Ik bekijk dat graag. Wel ben ik voor die 'aangeprezen' boek uiterst kieskeurig. Ik heb dan ook de gewoonte mijn tijd te nemen om eens door die boeken heen te bladeren.

Paul Dessein

Er kwam nog iemand naar de tafel van de nieuwigheden toe gewandeld. Een vrouw die net haar allermooiste jaren achter de rug had, maar nog jeugdige frisheid nastraalde. Zij keek en ik keek. We bestonden amper voor elkaar ingenomen als we waren door de tentoongestelde boeken.

Toen gebeurde het totaal onverwachte. In de heilige stilte van de boekenzaal weerklonk hard en duidelijk een droge knal. Ooit had een dichter het over een bijna hemelse klaroenstoot. En dat was het: een klaroenstoot bij heldere bibhemel!

Dan komt het moeilijke moment. Wat is verantwoordelijk? Eigenlijk is er niemand van de vier personen die deze vraag stelt. Ieder voelt aan dat het ondenkbare is geschied: een hevige, kortstondige vaste wind die vanuit de diepe krochten van het menselijk lichaam in de heilige bibliotheeklucht naar buiten stoomt of waait. Wetenschappelijk ging het héél duidelijk om een primaire wind.

Verbijstering alom. Omdat ik heel zeker onschuldig was, wist ik dat één van de drie vrouwen heiligschennend was opgetreden. Ik weet het, het is taboe, winden met (mooie) vrouwen te verbinden. Maar... de waarheid heeft recht op waarheid. Maar al even typisch: twee van de drie vrouwen hebben hééél zeker gedacht dat alleen een man verantwoordelijk kan worden geacht voor een dergelijke oerknal. Ik voelde me bekeken zonder dat ze daarom keken. Ik voelde me meteen onbehagelijk. Ik voelde me hopeloos en reddeloos verloren midden die zee van vrouwelijke beschuldiging.

Even keek een van de twee meiden mijn richting uit. Onze blikken troffen elkaar bijzonder kortstondig. Ik zag dat ze even bloosde toen haar blik werd onderschept. Misschien bloosde ze omdat ze mij door haar blik had beschuldigd van iets waar ook zij toch niet absoluut zeker van was. Het pleit in haar voordeel dat ze bloosde. Daarna keek ze haar vriendin van de bank aan. Ze glimlachten naar elkaar. Eigenlijk waren zij vrij zeker dat het verbijsterende geluid dat zopas zeer luidruchtig had weergalmd op mijn conto moest worden geschreven. Soms moet een mens een brede rug hebben.

Ik heb een ogenblikje de tijd genomen van de slag te herstellen.
Dan heb ik, gewoontetrouw, een paar boeken uit de schappen gekozen.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be