Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 21/09/2016 Modern Paul Dessein

Een goeie vriend van mij kreeg een hersentumor. Zelfs in onze moderne tijden is dit een knotsslag. Gelukkig bleek het na wat onderzoek om een goedaardige tumor te gaan. Maar... Bij elke medische mededeling lijkt men er heel vlug het vervloekte woordje 'maar' aan toe te voegen, zoals bijvoorbeeld in: we kunnen dat nu gelukkig behandelen, maar.... Dan volgt gegarandeerd een of andere jobstijding waarmee je dan moet leren leven.

Bij mijn vriend net zo. Men kon het vervelende gezwelletje wel wegnemen, maar hij zou doof worden op één oor, als gevolg van de 'slechte' ligging van het hinderende onding. Nu wil het geval dat mijn vriend met het andere oor al enige problemen had. Daar dreigde dus een onverkwikkelijke situatie. Maar omdat mijn vriend nog te jong was om alles op zijn beloop te laten onderging hij dan maar die deels verminkende operatie. Maar de medische techniek staat nergens voor.

Om het goede oor zo goed mogelijk te doen functioneren zou men afstappen van het klassieke hoorapparaatje en ergens op zijn schedel een soort miniantenne installeren: nauwkeuriger kan ik het helaas niet zeggen. Eigenlijk komt het neer op het moderne principe van de radioantenne bij auto's. Vroeger had men een heuse antenne op het autodak – het had zelfs iets moois over zich – die helaas nogal vaak werd verwoest door baldadige medemensen op nachtelijke zwerftocht. Die antenne verdween en werd vervangen door een soort bultje op het dak waar alles in geconcentreerd zit: ik kan me helaas opnieuw niet preciezer uitdrukken. Ook op de schedel van mijn vriend werd zo'n bultje aangebracht. Dat bultje (op zijn hoofd) draagt hij open en bloot, zonder de minste schroom. En gelijk heeft hij. Mijn eigen moeder was zelf een tijdlang beschroomd om haar min of meer zichtbaar gehoorapparaatje. Dat hoefde natuurlijk niet. Wij dragen bijna allemaal zonder de minste schaamte een in wezen zeer raar tuig: een montuur en twee kijkgaten, onze bril. Bovendien hebben designers zich met de zaak bemoeid zodat we dat knotsgekke ding nu prachtig zijn gaan vinden. De moderne mens verlangt bijna naar een bril.

We bereiden ons zelfs best voor op het voor ons liggende antennetijdperk in de grote onwikkelingsgeschiedenis van de mensheid. Het schijnt dat wij alsmaar intelligenter aan het worden zijn. Dat zal natuurlijk wel waar zijn wat het gebruik van al die moderne spullen betreft: onze kinderen en kleinkinderen spelen met die dingen waardoor wij altijd en te allen tijde met elkaar 'geconnecteerd' blijven (en wat haat ik het woord). Stop ons echter in de Kalahariwoestijn (wat eigenlijk pijnigende woestijn betekent) en we houden het geen week uit, terwijl de oorspronkelijke bewoners, Hottentotten en Bosjesmannen, daar al generaties lang standhouden in de meest erbarmelijke omstandigheden.

Wat is dan intelligentie?
Maar nu komt het: in enkele spitslaboratoria is men druk doende om de natuurlijke mogelijkheden van de mens te versterken via allerlei elektrodes en antennes. Binnenkort krijgen we warempel een dansend bos antennes op onze schedel: antennes die lichtjes zullen wuiven in de zomerwind, in de herfstwind, in de winterwind en in de lentewind. Een geheugenantenne, een inzichtsantenne, een gemoedsantenne, een rustgevende antenne en natuurlijk in onze zeer geprikkelde tijden een erosantenne met wee varianten: de antenne van de eeuwige romantische liefde (een leven lang verblind) of de antenne van het maximale genieten (een soortement machoantenne).

Maar...
Nu dreigt weer een groot gevaar om de hoek. Stel dat men een antenne bedenkt die het échte denken en de échte gevoelens van onze gesprekspartner kan ontdekken. Je mag er natuurlijk niet aan denken, maar het zou kunnen. Een van de charmes van het huidige voorlopig niet-antennebestaan is dat men eigenlijk nooit precies weet wat de andere in zijn diepste diep denkt of voelt. Dat stukje masker is heel aangenaam (of soms heel onaangenaam) in het dagelijkse leven. Zonder dat beetje masker zouden wij amper kunnen leven: carnaval, is niet het masker op maar ons heel eigen masker af. We nemen nu even aan dat onze gesprekspartner ook zo'n antenne heeft die dan op zijn beurt onze eigen gemoedsbewegingen tot op zeer grote hoogte (of diepte) feilloos onderkent, dan kunnen we eenvoudig niet meer met elkaar spreken: de voorzichtige aftastende ronde valt uit, ronde waarbij je een tipje van de sluier van je al of niet eerlijke bedoelingen licht en waarop de ander(e) al even omzichtig reageert: heerlijke momenten van ons bestaan. Het verleidingsgesprek behoort dan hoe dan ook tot het verleden.

Ik zal hoogstwaarschijnlijk deze antenne-episode, die ik niet wens maar die er onvermijdelijk aankomt, niet meer meemaken. En toch had ik graag gezien hoe onze toekomstige designers iets moois zullen maken van dat antennegewemel. Wat zal uiteindelijk te voorschijn komen uit dit intense samenspel van medisch kennen, technisch kunnen en de kunstige verwerking ervan?

Wij zijn altijd te vroeg geboren.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be