Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 26/10/2016 Almelo Paul Dessein

Ik denk dat ik van Almelo houd omdat ik van cabaretier Finkers houd.

Het beloofde in september prachtig weer te worden en onder het motto: 'Profiteer ervan, nu je nog kunt!' namen wij het kranige besluit te gaan fietsen in het buitenland. Wie fietsen denkt, denkt Nederland. Wij wisten zo ongeveer een heel klein beetje dat Twente een fietsparadijs zou kunnen zijn en toen wij daar een 'arrangement' vonden, in de omgeving van Almelo, ontstond dankzij onze Finkers een positief verlangen op het voorstel in te gaan. Er was gelukkig nog een kamer vrij in het landelijke hotelletje dat door enkele vrouwen wordt gerund. De dag van vandaag is dat met enkele 'kliks' geregeld. Betaling achteraf! Zelfs dat!

Wij fietsen overwegend via het door onze Vlaamse Limburgers bedachte vernuftige knooppuntensysteem, en dus door bosrijke gebieden en langs zeer landelijke wegen, boerenwegen ooit voor wagen en paard aangelegd maar nu overwoekerd door tractoren, boerentractoren. Maar – Nederlanders zijn nu eenmaal héél fietsvriendelijk – is speciaal voor ons, fietsers, naast de stofferige tractorweg een fietspaadje aangebracht in heerlijk beton. Kilometers ongelooflijke rust en landelijkheid zijn dan ons deel. We danken de Heer voor zijn landschap en geven ondertussen toe aan de moderne gezondheidsreligie: bewegen, driewerf.

Maar. We zorgen er ook altijd voor een stukje stedelijke cultuur mee te pikken omdat wij nogal volgelingen zijn van de benedictijnenmonniken en hun leuze: 'bid en werk' die wij dan als volgt opvatten: bidden is een beetje cultuur verstouwen en werken is dan fietsend door de dag trekken. Het is altijd handig nieuwe invullingen te vinden! Dit keer trokken wij vol cultuurhonger op naar Almelo. De tocht naar onze stad liep langs een heerlijk landelijk kanaalweggetje dat vlak bij het centrum in de stad uitmondde. Mijn god: het was net kermis in Almelo. Vrolijke mensen en vooral veel heel vrolijke kinderen als mammie en pappie de portemonnee gul openden voor het betalen van de vele attracties en voor het betalen ook van ontzaglijke hoeveelheden lekkere tandbedervende dingen. Onze aandacht werd van ver al getrokken door een draaiend spul dat met een of andere kooi ontzaglijke hoogtes haalde en dan bijna ogenblikkelijk in de de donkerste dieptes verdween. Meer was er natuurlijk niet nodig om het onbekende gevaarte op te zoeken. Het bleek een reuzenstang te zijn die zich met veel gedruis de lucht indraait om zich daarna razendsnel, onder begeleiding van uitgezochte muziek, naar beneden te storten: de grootste Noorse watervallen verzinken daarbij in het niet. Ik verlangde me dood om het avontuur te wagen. Mijn vrouw keek naar mij met een blik die scheen te twijfelen of ik nog goed bij zinnen was. Toen pas las ik: niet toegelaten voor mensen met hartproblemen, met hoge bloeddruk of met hoogtevrees. Dat was mijn redding: ik kon zonder gezichtsverlies en in alle rust beweren dat ik waarschijnlijk niet meer in aanmerking kwam voor dat ronddraaiende luchtavontuur.

En zie, ik dacht aan de gemeentekermis van van mijn jeugd. Daar was een attractie die wij toen 'schuiten' noemden. Je kon met tweeën in een schuit. Er werd een stalen buisconstructie boven je hoofd dichtgetrokken en je moest op eigen kracht je schuit in beweging krijgen. Ik was twaalf jaar oud en dacht dat ik al heel groot was. Ik mocht mee de schuit in met mijn peter. Een klein hartje. Een stoutmoedige, wereldveroverende blik. Daar gingen we. Steeds maar hoger en steeds maar hoger. Tot op het punt dat de schuit heel hoog in de lucht even blijft hangen. Zelf sta en hang je in je schuit, kop omlaag. Nog even aarzelt de schuit en dan valt ze heel snel naar beneden. En je weet! Je weet dat je de volgende keer door zult draaien en dat je vertrokken bent voor enkele volle draaibeurten. Ik glimlachte dankbaar naar mijn peter. Toen gebeurde het: de eerste volle omwenteling. Daar dacht ik aan, daar in Almelo. De hemel dankbaar dat het precies in die periode kermis was in Almelo en 'schuitenkermis' – járen geleden – in mijn dorpse gemeente.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be