Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 16/11/2016 Wijf Paul Dessein

Het gebeurde in Twente. Wij waren er prettig gelogeerd in een fietsvriendelijk hotelletje. Alles naar wens. 's Ochtends, na het ontbijt, sla ik graag de plaatselijke (en andere) kranten open. Het was begin oktober en nog steeds onmogelijk prachtig weer. Toen las ik in de regionale 'courant' dat deze 'ouwewijvenzomer' nog een tijdje zou gaan duren. Tot groot jolijt overigens van de jonge meiden en ander blits volk. Onze taal heeft iets met oude wijven. Hier bij ons zegt men, als het oneindig heftig regent, dat het ‘oude wijven’ regent. Waarom in godsnaam (of hemelsnaam): oude wijven?

Op een eerste aanvoelen klinkt 'oude wijven' niet bijzonder aangenaam. Waarschijnlijk lijkt het dan dat het onprettige van die gutsende regen verbonden wordt met een verzameling (collectie?) oude wijven. Maar die oudewijvenzomer dan? Bestaat er iets prettigers in het leven dan te kunnen genieten van een heerlijke nazomer? Als je niet oplet, word je daar nog romantisch van: de smartlap 'l’été indien' is nooit veraf, tenzij je het zou zoeken in de 'indian summer'. Zou het kunnen?

Vroeger, veel vroeger, als niets verloren mocht gaan en dat huisvlijt, uit noodzaak, dat wel, hoog in het vaandel werd gedragen, spinden de oude moedertjes (eigenlijk oude wijven) de godganse dag op het spinnewiel en trokken heerlijk fijne draden? In de nazomer, in onze tuin (en helaas ook daar buiten) ontwerpen allerlei slag spinnen heerlijke herfstdradencombinaties. Met een beetje verbeelding kun je daar zelfs kunst in zien. Dat spinnen van die spinnen doet wellicht denken aan vroeger, aan die ouwe wijven die zaten te spinnen, spinnen en spinnen. Vandaar...

Natuurlijk is in onze rijke tijden de ouwewijvenzomer allang geen werktijd meer, maar een tijd van oeverloos genieten, voor wie het kan. We zijn nog lang niet klaar met onze oude wijven. Als je als man het verwijt naar je kop krijgt geslingerd dat je een 'oud wijf' bent, dan is het de hoogste tijd dat je je vermant en een beetje minder lafhartig wordt. Nu weer positief of dubbelzinnig.

Ik wil wel eens een sneetje peperkoek tot mij nemen, om het enigszins plechtig uit te drukken. Ik ben wat peperkoek betreft zelfs 'eensmakig': ik lust eigenlijk maar één soort. Volgens de naam zou de door mij vereerde peperkoek uit Dinant komen. Meer wil ik daar niet over kwijt. In Nederland zegt men: ontbijtkoek (altijd met een vleugje kaneel). Nu heeft men het daar ook over 'ouwewijvenkoek'. Wat? Dat: ouwewijvenkoek! Het brengt me helemaal niet van streek. Ouwewijvenkoek is ontbijtkoek met een beetje anijs in verwerkt. Echte mannen zullen wel weten waarom. Anijs? Over mijn lijk! Ik zal het dus maar op ‘Dinant’ houden! Dan hebben we nog de 'witte wijven' uit de Germaanse wereld. Om nu te eindigen met onze wijven – ik wil me wel verontschuldigen bij mijn vrouwen – je kunt, zo zegt de spreuk, 'een smaak in de mond hebben van een oud wijf'. Een bijzonder onaangename smaak. Je moet daar maar best niet te veel aan denken!

Bestaat er dan geen mannelijke tegenhanger? Gelukkig wel! Ben je als man wat oud geworden (en dat word je dus, zo leert de ervaring, vrij vlug), ben je dus wat oud geworden, dan ben je al heel vlug een ouwe lul (sorry voor het woord). Met dat woord wordt dan gespeeld en krijgen we: ouwelullenmuziek. Het soort muziek dat volgens de 'jongeren' vooral door oudere mannen wordt gewaardeerd.

Je moet er natuurlijk verdacht op zijn dat je niet én luistert naar ouwelullenmuziek terwijl je een plakje ouwewijvenkoek eet en je daarbij, als oudere man, niet overlevert aan oudemannenfantasie terwijl je eigenlijk beducht bent voor de oudemannenkwaal.

En dan denk ik aan het liedje wat we allemaal kennen: Ik heb mijn wagen volgeladen, vol met oude wijven... Alles bij elkaar: een wijze beslissing!

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be