Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 23/11/2016 Griepprik Paul Dessein

Het jaarlijkse griepprikritueel is achter de rug. Ik ben weer min of meer beveiligd tegen die herfstige en winterse griepaanvallen. Ik ben een hevig aanhanger van de griepprik sinds ik voldoende oud ben om te ervaren dat ik een lichaam heb. Als je jong bent, dan voel je je lichaam nooit tenzij voor aangename zaken. Zo kan je bijv. jaren leven zonder dat je ooit je rug voelt: je hebt als het ware geen rug. Dan komt voor de grote helft van de Vlamingen het onverbiddelijke moment van de lagerugpijn: chronisch of acuut, maakt niets uit: je hebt plotsklaps een rug! Heerlijke ontdekking!

Zo'n griepprikafspraak heeft het bijkomende voordeel dat ik voor een korte tijd in de wereld van de 'boekskes' kan vertoeven. Wat las ik daar dan? Dingen die we allemaal weten: dat ons moderne leven hectisch verloopt, dat we als het ware in zesde versnelling leven. (Ik schrijf neer uit herinnering, ik kan moeilijk zo'n tijdschriftje meenemen, hoewel het verlies klein zou zijn. Maar kom: eerlijk is eerlijk!) Om dat tegen te gaan moeten we absoluut, altijd volgens dat boekje, tot rust komen en op elk vlak ontspannen: fysiek, emotioneel én spiritueel. Dat op zichzelf is natuurlijk een hondse en loodzware taak, waardoor je, bij eventuele mislukking, zwaar gestresseerd kunt raken. De vijand loert om elk hoekje. Maar mijn boekje biedt een veel betere oplossing aan: de badkamer! Maar dan de badkamer, nieuwe opvatting.

De traditionele badkamer is een doodgewone ruimte voor hygiëne en verzorging. Maar deze opvatting zou nu hopeloos achterhaald zijn: de 'nieuwe' badkamer wordt een persoonlijke ruimte waar je tot volledige afgezonderde rust komt: je geniet er, steeds volgens het boekje bij de dokter, van wat 'me-time'. Alles wordt Engels: wat haat ik toch die 'verengelsing'. Deze haat is natuurlijk niet goed voor mijn biologische rust en al evenmin voor mijn bloeddruk (die straks gemeten wordt): in de wachtkamers van dokters zou men zeer kieskeurig moeten zijn met de aangeboden lectuur! Die 'me-time' komt tot leven dankzij het kalmerende effect van de warme douche, van een ontspannen duik in het bad (wat met waterverbruik?), van een reinigende behandeling met stoom en... van een heerlijk drankje van koel, gefilterd water. Misschien stond er nog meer: maar dat is wat ik onthouden heb. Zo'n badkamer wordt, altijd volgens..., een volledig gepersonaliseerde 'wellnessbadkamer'.

Ik schoot op dat moment bijna uit in een klaterende lach (goed voor mijn bedreigde bloeddruk!) maar werd daarin weer afgeremd door dat onmogelijke woord: 'wellness'. Op mijn gevorderde leeftijd constateer ik dat ik een badkamergeschiedenis heb. In mijn kinderjaren – waar ik de beste herinneringen aan bewaar – in mijn kleine geboortegemeente, daar hadden wij bij ons thuis geen badkamer. 's Winters wasten wij ons zo goed en zo kwaad mogelijk in de keuken met behulp van water uit onze steenput. 's Zomers daarentegen wasten wij ons uitbundig buiten met een emmer (regen)putwater, waarvan wij dachten dat het zuiver en helder was en eigenlijk 'puur natuur'. Soms duwden wij ons hoofd helemaal in de emmer en telden hoelang wij onder water konden blijven. Soms goten wij hele emmers water naar elkaar om ons goed af te spoelen. Wij waren in ons blootje en hadden daar toen geen problemen mee: wij hadden het gevoel te leven zoals de primitieve oermens, onze voorvader of 'voormoeder'.

Na een dagje werken of na een vrij zware fietsinspanning (op een oude zware fiets zonder versnellingen!) bestond er voor ons thuis geen groter genoegen dan die fenomenale waspartij. Dat was mijn eerste lange aanloopfase naar de beschaving: een badkamerloze periode. Heerlijk! Na ons huwelijk zijn wij onze tweede fase ingetrokken: die van een functionele badkamer: een ruimte waar je je doodgewoon wast en je een beetje verzorgt. Als gevolg van die griepprikafspraak hink ik nu hopeloos achterop: het walhalla van de 'nieuwe' badkamer zal ik nooit bereiken. We zijn te oud. Ik heb geen enkele zin in alweer een verbouwing, temeer dat ik denk dat wij ons hygiënisch en volgens de regels van de kunst verzorgen. Mag ik eerlijk zijn? (Waarom niet trouwens?!)

Als ik op een zondag in de zomer, na een pittige fietstocht, thuiskom, dan heb ik plots zo'n verlangen naar een wasbeurt uit mijn eerste fase. We hebben een pomp, zo'n ouwerwetse zwengelpomp, achter ons huis. Waarom zou ik niet af en toe toegeven aan deze onschuldige bekoring? Ik sta in de zon. Ik gebruik natuurlijk hemelwater. Ik heb ook een wijde short om mijn lendenen te omgorden – in mijn taalgebruik: mijn schaambroek – waardoor ik geen aanstoot kan geven aan mijn buurtschap. Trouwens: wat stelt mijn pure lichaam nog voor?

Het is een bekoring, of verzoeking of een beproeving (allemaal in de mode door het herschrijven van het Onzevader) waar ik niet aan kan weerstaan.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be