Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 21/12/2016 Hond en Peuter Paul Dessein

Laat ik met de hond in huis vallen, of liever nog, in de kerk. Ik wil meteen opmerken dat het niet dezelfde hond was van een jaar of wat geleden. Nee, het gaat om een compleet nieuw exemplaar van het kleinere hondenras. Een lief wit hondje was het dat fraai binnengeleid werd in mijn (?) kerk door twee heel zorgzame iet of wat oudere dametjes. Het hondje gaf bovendien de indruk net uit een luxe hondenkapsalon te komen. Ik vermoed zelfs dat het diertje met een heerlijk parfum was bestoven. Net als zijn of haar twee baasjes.

Ze gingen schuin voor mij zitten, ze gebruikten drie stoelen. Onmiddellijk zag ik ook dat de twee vrouwtjes het witte hondje goed onder controle hadden. En toch! Toch vroeg ik me af: zal het diertje het einde van de misviering halen in wat wij gewijde stilte zouden kunnen noemen?

Plotseling keek het hondje mij op indringende wijze aan. Voor mij is dat een bijzonder moeilijk moment. Moest ik op die uitnodiging ingaan en ook een bijzondere belangstelling laten blijken? Er brak, naar mijn aanvoelen dan, een cruciaal moment aan: het schattig gekapte hondje begon zacht te kwispelstaarten, en dan harder tot hij of zij een enthousiast ritme in zijn staartbewegingen stopte. Ik vreesde elk ogenblik: nu gaat het van pure vreugde vanwege dat nieuwe contact (een soort 'liken' voor het beestje) een blafje opzetten. En dát wilde ik te allen prijze vermijden. Dat kon ik enkel door de blik af te wenden. Maar dan loerde het gevaar van de grote ontgoocheling voor onze arme poedel: het diertje kon zich afgewezen voelen en wellicht precies daardoor klagelijk gaan kermen over zijn trieste lot dat zijn 'Wil je mijn vriendje worden'-vraag niet beantwoord werd.

Op dat moment heb ik besloten, vriendelijk glimlachend (je tanden niet laten zien!), mijn blik langzaam af te wenden. Het is mij gelukt. Het hondje heeft niet geblaft, niet gekermd, niet klagelijk gehuild. Kortom een groot succes voor de twee vrouwtjes, de baasjes.

Achter het hondje zat een andere vrouw die naar alle waarschijnlijkheid niets met ons hondje te maken had, maar die, in tegenstelling tot mezelf, een intieme hondenkennis had. Het hondje, na mijn feitelijke afwijzing, was in stille volharding naar een nieuwe vriend(in) op zoek gegaan. Geef de strijd nooit op was zijn blijkbare leuze: ooit word ik wel 'gelinkt'. Die nieuwe vriendin wist wat haar te doen stond: haar liefde en vriendschap laten blijken zonder dat ons beestje van louter tevredenheid geluidjes zou gaan produceren. De vriendin streelde onze centrale gast onder de kin tot diens algehele vreugdevolle ontspanning. Hij verving zijn 'natuurlijk' geblaf door een sessie heftig gekwispelstaart. Als het hondje dan toch op zijn stoel wat onrustig werd, neigde tot een soort verstorend ADHD-gedrag, dan kreeg ons vriendje een soortement geheim snoepje van een van de twee meesters waardoor het vergenoegd, bijna triomfantelijk weer rustig ging zitten wachten op het einde van deze wel zeer ongewone vroomheidsoefening.

Ondertussen was in onze kerk een jong gezin binnengekomen. Op een of andere wijze was ik afgunstig. Het gezinnetje had twee kinderen, waarvan eentje toch nog vrij jong. Zij namen rustig plaats en verwacht werd dat de twee kinderen net als het hondje heel stil zouden zijn. Helaas, voor de jongste van de twee leek dat wel een te moeilijke opdracht. Voortdurend was het in de weer. Voortdurend wou het met zijn papa spelen, of met z'n broertje, of met zijn mama of met een toevallige kerkbuur die even een beetje belangstelling voor de peuter liet blijken.

Peuters zijn zeer sociale wezentjes en zij geven met kleine kreetjes en andere vrolijke geluidjes uiting aan hun blijdschap vanwege het contact met de medemens. Hier bestond geen africhting. Hier bestond geen geheim snoepje. Hier bestond niets wat een gezonde peuter diets kon maken dat je in het leven soms, om voor hem hoe dan ook duistere redenen, een vol uur stil moest zijn. Toen bleek dat stilte te hoog gegrepen was, verlieten vader en peuter het gewijde gebouw: de grote triomftocht voor de kleine die nog een laatste keer kraaide van de pret bij het vooruitzicht van de eindeloze vrijheid.

Ondertussen bleef het hondje hypercorrect de kerkstilte in acht nemen daarbij rijkelijk ondersteund door het publiek om hem heen. Een paar strelinkjes op naar alle waarschijnlijkheid strategische plekjes waar ik in mijn hondse onschuld en onnozelheid geen weet van heb en allerlei bijna-verslavende snoepjes zorgden voor een rustige sfeer. Toen brak een moeilijk moment aan: de twee dametjes schreden tegelijk naar voren voor de communie-uitreiking en lieten hun hondje alleen, niet echter zonder een laatste snoepje te geven als een soort vooruitgeschoven beloning. Het werkte. Wonderlijk genoeg. Hoe het toch mogelijk is dat een hond zijn ziel kan verkopen voor een snoepje!

Ik was eigenlijk diep ontroerd dat een peuter zijn ziel niet wil en kan verkopen voor een uitgestelde beloning. Groot geworden zal hij nog alle kansen krijgen om voor smeersnoepjes door de knieën te gaan.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be