Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 04/01/2017 Terrasje Paul Dessein

Ik ben van nature uit geen terrasjespakker. Ik kan dus het verschrikkelijke enthousiasme van onze weerman (Frank D.) niet delen als hij stelt dat het écht terrasjesweer wordt. Niet dat ik niet van uitgesproken mooi zomer- of nazomerweer zou houden. Integendeel! Maar mijn allereerste gedachten gaan niet uit naar terrasjes. Ook heb ik een hekel aan dat verkleinwoord. De meeste van de terrasjes langs fietswegen zijn uitgestrekt tot weids. En dat is maar goed ook: anders zitten mensen op een mooie middag te dicht op elkaar geplakt. En vakantiegevoel gaat niet samen met plakkerigheid.

Wij waren aan het fietsen doorheen ons eigen onvolprezen polderlandschap toen wij de indruk kregen dat een kleinigheidje eten én een kleinigheidje drinken een welkome afwisseling zou zijn in ons fietsende bestaan. Wij streken neer. Er was gelukkig nog voldoende plaats. Tussen de tafels door liepen enkele hoendertjes die vroeger eigenlijk thuishoorden op een 'neerhof'. Heerlijke herinneringen! Wel was het terras al door heel wat medemensen ingenomen. Ook dat is goed. Neerstrijken op een terras waar bijvoorbeeld niemand zit is dan toch maar even slikken. In moderne Nederlands heeft men het soms over 'unheimlich' in zulke gevallen. Ik geef toe, het woord heeft iets. Zelfs vernederlandst: 'onheemlijk', blijft het klinken.

Aan een vrij lange tafel zaten enkele wielertoeristen. Wielertoeristen van het moderne soort: mannen en vrouwen in spetterende pakjes door elkaar. De meesten slank afgetraind, sommigen, helaas, met een niet tot voorbeeld strekkende bierbuik. Maar kom, ik heb me niet te bemoeien met andermans buik. Maar ze waren bovenal luidruchtig, waarbij heroïsche verslagen over bijna ongelooflijke prestaties niet uit de lucht waren. Maar: waarom niet? De ouder wordende dag kun je het best wat opvrolijken (opleuken?).

Aan een ander tafeltje zaten twee vrouwen. Gewoon onopvallend. Vermomd in sportieve fietskledij zonder te vervallen in een echt raceplunje. Die twee vrouwen zaten daar rustig te zijn en hadden het waarschijnlijk over de zo bekende koetjes en kalfjes, en misschien ook over andere diertjes: de kat (de poes) bijvoorbeeld. Misschien voerden ze een diepgaand gesprek over internationale politiek. Wie zal het zeggen?

Aan een ander tafeltje zat een eenzame man. Ik stel me daar niet meteen iets bij voor. Ik verdrijf zelfs de opkomende gedachten als ik een eenzame man zie zitten: ik heb dan de neiging mij in zijn plaats te zien. Ik moet dat niet doen. Ik word daar zo treurig van. Dat hij een 'Duvel' bestelde maakte mijn sombere en troosteloze gedachten nóg somberder en nóg troostelozer. Een man alleen, met een 'Duvel'.

Mijn aandacht echter werd vooral getrokken door een bejaard, bijna belegen echtpaar. De man en de vrouw bestelden iets om te eten. Bestelden iets om te drinken. Zonder onderling overleg. Daarna, in volle eerlijkheid en in volle openheid, stortten zij zich elk op hun krant. Zij een Vlaamse, hij een Brusselse Franstalige krant. Ze begonnen in de meest volkomen stilte te lezen met een ernst die bijna aanstekelijk werkte. Zij hadden na jaren waarschijnlijk min of meer geslaagd huwelijksleven geen enkele behoefte om te verbergen dat ze midden in de middag van een zonnige septembermaand elkaar niets meer te zeggen hadden. Ik heb ooit gelezen dat statistisch gezien de beste huwelijken verstillen naarmate man en vrouw vorderen op de gemeenschappelijke weg. Die twee mensen leken mij de ultieme illustratie van deze op onderzoek steunende bewering.

Eigenlijk was ik ook ontroerd door zoveel solidariteit. Het deed me denken aan een ander echtpaar dat de gewoonte had op café naast elkaar in indrukwekkende stilheid spelletjes te spelen op een 'tablet'.

De moderne spullen vullen soms een stiltegat in de seniorenmarkt.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be