Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 08/02/2016 De tranen van een jongen Paul Dessein

Nu het slijk is opgedroogd en het stof eventueel is gaan liggen, nog even terug naar het wereldkampioenschap cyclocross. Met beslijkt gezicht, zwart als dat van een mijnwerker, reed hij over de eindstreep. In zijn blik niet de vermoeidheid van de man die tot het uiterste vechtend en strijdend ten onder is gegaan, wel de eindeloze, doffe ellende van hij die het noodlot heeft ontmoet waartegen zelfs een topprestatie niet op kan. Ook zichtbaar: de verschrikkelijke ontgoocheling over zoveel onrecht.

Ik ben blij dat ik op die zondag het wereldkampioenschap van het bijna lachwekkend kleine crosswereldje heb gezien. Niet vanwege een of andere sportieve spanning die er eigenlijk bijna nooit is geweest, omdat brute materiële pech die heeft verdreven. Wel heb ik tranen gezien.

Ik heb natuurlijk al vaak tranen gezien, vreugdevolle gelukstranen bij sterke sportmannen en -vrouwen. De tranen van Edwig Van Hooydonck toen hij – wanneer? – zijn eerste Ronde van Vlaanderen won, die tranen zal ik waarschijnlijk nooit vergeten, tenzij een zekere Alzheimer zijn ziekte op mij loslaat. Het is natuurlijk al lang geleden, misschien gunt zelfs mijnheer Alzheimer mij nog die herinnering. Je zag dat Mathieu (van der Poel) al last had van opwellende tranen toen hij moedeloos en bijna tegelijkertijd opstandig zijn tweede plaats veilig stelde. Ondertussen zagen en hoorden wij het slijkerige gezicht van Wout (van Aart) een interview weggeven in een meer dan behoorlijk Engels. En dan hét beeld.

Daar zat Mathieu. Met een indrukwekkend groot washandje spoelde hij alle vuil van zijn gezicht af. Ineens begon dat lichaam lichtjes te schudden en te trillen, niet vanwege de koude, niet vanwege de vermoeidheid, maar vanwege het grote verdriet dat vanuit zijn diepste diep naar boven borrelde en zijn lichaam deed schokken. Zoals hij daar zat, half gewassen en snikkend was Mathieu het beeld van de jongen die, hulpeloos bijna, vertroosting zocht. Ik ben er zeker van dat de vele vrouwen die gekeken hebben en ook dat ene beeld hebben gezien, in hun diepste wezen werden aangegrepen: elke vrouw is een beetje moeder. Of dat in onze tijden van opgeschroefd en ten spits gedreven gelijkheid tussen man en vrouw nog mag worden gezegd, is natuurlijk een andere zaak. Het schijnt dat koekoeksjongen in het vreemde nest zo hartverscheurend bedelend kunnen schreeuwen dat de andere vogels zich haasten het grote jong te voeden. Zoiets moeten heel veel vrouwen gevoeld hebben: de onweerstaanbare neiging om die ontroostbare te troosten. Ook dat beeld van de geslagene en snotterende Mathieu zal ik onder dezelfde voorwaarden nooit meer vergeten. Dat hij toch nog de moed opbracht te gaan praten bij Karl siert de jonge knaap. Zijn snikken en huilen raakten langzaam onder controle.

Eigenlijk zijn die twee jongens – Wout en Mathieu – natuurlijk al een paar jaar topatleten. Natuurlijk zijn het al mannen en natuurlijk verdienen ze al bommen en tonnen geld. Maar tijdens die eenzame waspartij zat daar een deerniswekkende jongen. Mooi en 'freel' (frêle!) in zijn broosheid. Ik ken Mathieu niet. Maar hij geeft de indruk nog een speelvogel te zijn. Hij doet blijkbaar zeer graag wat hij doet. Hij vermaakt het publiek. Hij is niet te beroerd voor een spektakelnummertje, ook al kan hij daardoor op zijn bek gaan.

Die speelse jongen droomde ervan nog eens wereldkampioen te worden. Hij nam blijkbaar de gedroomde start. Drie lekke banden maakten dat zijn 'boezemconcurrent' weer in zijn wiel zat. Toen die concurrent zag dat zijn concurrent nog maar eens lek reed muisde hij er met duizelingwekkende vaart vanonder. Natuurlijk. Sport is sport! Toen brak de veer. Het dramatische en tragische besef dat het kampioenschap voorbij was zorgde voor de nodige tranen, na de race. Wie zou het zonder pech gehaald hebben? Niemand weet het. Alleen de kaarten lagen zeer goed voor de Nederlandse Kempenaar.

Michel, onze teerbeminde reporter, had het er ineens in alle toonaarden over dat de overwinning het werk is van de hele ploeg omheen de renner. Natuurlijk is dat heel algemeen juist. Maar Michel ging naar dat ene element: de bandenkeuze: de fameuze groene banden! Maar: stel, stel dat Wout die ene keer dat hij lek reed niet bij de 'pits' was maar ergens ongelukkig midden in het veld en dat hij mede daardoor het wereldkampioenschap zou hebben verloren: wat dan groene banden?

Wout en Sanne: mooie winnaars! Maar alle twee een beetje geholpen door pech.
Marianne, een oud 'meidje' in het vak, huilde niet.
Mathieu is nog een jongen.
Diep ontroerend.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be