Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 15/02/2016 Markt Paul Dessein

Die vrijdagochtend ging ik helemaal alleen marktwaarts. Meestal gaan we samen, mijn vrouw en ik. We vinden dat aangenaam. Overigens wordt dat ook aanbevolen, dat samen gaan markten, door de relatiespecialisten. Er bestaan nu eenmaal specialisten voor van alles en nog wat: zo ook voor relatievorming, voor stellen dus. Die specialisten menen dat man en vrouw, vrouw en man, op geregelde tijdstippen iets samen moeten ondernemen, bewegen bijvoorbeeld, of winkelen, of ... markten, om de relatie fris te houden. Wij volgen deze raad op, zonder dat wij ook maar één keer om raad hebben gevaagd. Let wel: relatiespecialisten worden algauw relatietherapeuten als je ze om raad vraagt en in de beste specialistentraditie wordt die gul gegeven raad duur betaald. Ik dwaal af.

Ik stond alleen op de markt waar ik met behulp van een briefje bij de kramen mijn werk deed. Ik schrijf nu wel kramen, maar dat woord dekt allang de lading niet meer: die kramen zijn nu rijdende luxewinkels, verwarmd in de winter. Bij onze gebruikelijke 'kramen' ontstond enige verbazing: ik was alleen! Alsof ik die marktopdracht niet in mijn eentje af zou kunnen. Dat is blijkbaar een van de kwalijke gevolgen van het niet-opvolgen van relatieadviezen. Ik kreeg het onthutsend pijnlijke gevoel dat ik op het openbare plein mijn gedrag moest verantwoorden, dat ik het recht niet zou mogen hebben eens lekker alleen te 'marktwinkelen'.

Enigszins hersteld van die negatieve gevoelens stond ik voor een kraam voor een kleine aankoop. Als ik alleen 'markt', dan krijg ik soms – vaak eigenlijk, bijna altijd dus – een aanval van verlangende honger. Echte honger heb ik niet – ik heb pas heerlijk ontbeten, met z'n tweeën! – en toch, dan krijg ik, als ik alleen ben, een plotselinge, heftige aanval van verlangen – begeerte bijna – naar iets lekkers: een koek, een gebakje, een mattentaart, een moorkop, een appelflap. Dit keer was ik door de knieën gegaan voor een mattentaart. Ik kocht er twee. Op dat moment, eerlijk is eerlijk, wist ik nog niet met overtuigende zekerheid of ik thuis zou raken met nog één mattentaart, met twee mattentaarten of, o gruwel, zonder. Maar even eerlijk, ik zou het thuis opbiechten: leven met een geheim naast je bloedeigen vrouw is zeer, zeer onaangenaam. Ik heb er het karakter niet voor en zou liever, in het doemscenario, mijn spijt luide betuigen. Ik betaalde de twee mattentaartjes en voelde me licht en speels dankzij mijn pas veroverde lekkernijen.

Maar zie. Vlak voor mij valt een stuk van 1 euro op de grond. In een eerste opwelling wou ik dat waardevolle stuk (een euro is per slot van rekening een euro, 40 frank, twee briefjes van twintig!) oprapen. Allerlei nobele waarden en normen namen bezit van mijn geest en vervulden mij met heerlijke gevoelens: een gevoel van rechtvaardigheid: ik geef de hele som aan de rechtmatige eigenaar voor zover die gevonden wordt, een gevoel van glanzende eerlijkheid, een gevoel van behulpzaamheid, een behoorlijk opgeklopt gevoel van zelfwaarde: ik beteken zelfs €1 voor een onbekend iemand! Kortom: ik voelde me weer licht worden, bijna aan het aardse onttrokken, hoewel ik al diep gebogen stond en probeerde het vervloekte stuk – goud en zilver in schijn – beet te krijgen. Brutaal, helaas, kwam een einde aan deze innemende illusie van tijdelijke heiligheid toen een mij onbekende hand – wat een naar gevoel – mijn grijpende hand vastgreep en mij bestraffend toesnauwde: die is van mij!

Eerst besefte ik nauwelijks wat er aan de hand was met die andere hand. Daarom dat ik – na mij los te hebben geworsteld – nog eens een poging ondernam om het in de winterochtendzon glinsterende muntstuk vast te nemen. Nu kreeg ik een behoorlijke por en weer hoorde ik roepen: die is van mij! Beteuterd zei ik alleen: ik raap die op voor jou. De ziedende man schoot nu pas echt heftig uit zijn slof en brulde mij toe: ik kan mij nog bukken! Toen droop ik af: de mens van waarden-en-normen van daarstraks was verworden tot een vulgaire straatrover.

Ik reed met de fiets, traag, en met een hart vol bitterheid over de mensheid naar huis, belast en beladen met marktspullen, maar ook belast en beladen met een mateloos gevoel van onrecht. Met twee mattentaartjes, dat wel. Ik denk dat ik alles alleen te boven kom.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be