Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 08/03/2017 Aangesproken Paul Dessein

Ik werd erop aangesproken.
Ik ben al jaren lid van Blankenbergs meest florissante wielerclub aller tijden. In de winter rijden we gezellige korte ritjes en compenseren de afstand door te vechten tegen onstuimige weersomstandigheden: je moet ergens met iets uit kunnen pakken! In de winter is de rust in een of andere warme ruimte dan ook zeer welkom. Binnen die ruimte worden de koptrekkers bedankt, genieten we nog een beetje van elkaars gezelschap en dan zit die heerlijke zondagochtend er weer op. Het kleine stukje terug naar huis is over het algemeen nogal onaangenaam: maar je moet iets over hebben voor je hobby, of zoals mijn vader het destijds verwoordde: een kermis is een geseling waard!

Maar die middag, tijdens de heerlijke rust, had ik het niet zien aankomen. De rappe jongens en meisjes rijden bij de 'A' en de mindere goden – over het algemeen wat ouder – rijden bij de 'B'. Hoewel sommige koptrekkers, echt waar, een godenstatus verdienen. Er bestaat nu ook al een groep 'C' voor zij die nog niet uitgeblust, verre van, toch een tandje minder willen rijden dan de 'B'-s die af en toe nog opwellingen op voelen borrelen vanuit hun roemrijke 'A'-tijd. Overigens is deze groep mijn meest nabije toekomst.

De beangstigende vraag rijst of bij de schrikbarende en huiveringwekkende vergrijzing – een leeftijd van bijvoorbeeld 110 jaar zal zonder meer doodgewoon worden – het alfabet letters genoeg zal tellen om al de nieuwe groepen te benoemen! Maar goed: de 'A'-s waren wat later op post, hadden blijkbaar hard moeten vechten tegen de wind (wat voor die stoere binken helemaal geen probleem is) en ook tegen pech van allerlei slag en soort waardoor een zekere agressiviteit waar te nemen viel. In alle vriendelijkheid uiteraard: de Polderbutters zijn meestal een heel beschaafde groep medemensen waar heel weinig valt op aan te merken. En plots – ik was eigenlijk totaal onvoorbereid – werd ik erop aangesproken. Een heel vriendelijke A-rijder, van wie ik dacht dat hij tot mijn ruimere vriendenkring behoorde, sprak me onverwacht heel direct en vriendelijk agressief aan: je trainingsjas is toch wel een paar maten te groot. Je mag blij zijn dat je niet 'opbollend' van de weg werd geblazen.

Dat plotse, dat onverhoedse van die (vrienden)aanval greep me naar de keel. Ik stond met mijn mond vol tanden totaal weerloos en bijna woordeloos. Een andere van het A-gezelschap vond zelfs dat mijn trainingsbroek niet strak genoeg rond mijn benen zat. Wat wil je: ik heb nu eenmaal afgetrainde spillebeentjes. Wat hebben zij zich daarmee te moeien? Een van die vriendelijke lieden was eigenlijk onbehoorlijk geschoren. Maak ik daar opmerkingen over? Het toppunt is dat die brave mensen gelijk hebben. Ik was die nieuwe kledingstukken gaan passen zonder mijn vrouw. Vandaar! In het normale leven zie ik tegen passen op als tegen de pest: het zweet heeft de neiging uit te barsten in die oververhitte pashokjes van de gewone kledingzaken. Om in die omstandigheden een verantwoorde keuze te maken heb ik meer dan behoefte aan een bemoedigende en goedkeurende blik. Dit keer, zonder vrouw, liep het blijkbaar verkeerd.

Moeten ze mij dat zo zwaar aanrekenen, ik, het langst rijdende lid van de Polderbutters!? Kort daarop ben ik beschaamd en diep gegriefd naar mijn huiselijk hol gereden: op dergelijke ogenblikken voelt een mens zich bijna-dierlijk klein en hulpbehoevend en dan heeft heel zeker een man behoefte aan een beetje vrouwelijke troost. Mannen zijn eigenlijk kinderen, zoals de vrouwelijke wijsheid algemeen erkent.

Een week te voren werd ik ook aangesproken door een werkelijk door en door vriendelijke A-butter over mijn fiets. Mijn fiets is zo oud dat hij geschiedenis begint te schrijven onder het prominente Polderbuttersgezelschap dat bulkt van indrukwekkend moderne fietsen. De vriendelijke A-man verklaarde zelfs – omdat mijn fiets langzaam maar zeker gaat behoren tot de meer dan illustere 'vintage'-wereld – dat mijn 'rijwiel' een behoorlijke som waard zou zijn. In theorie zou ik mijn huidige fiets van de hand kunnen voor een mooie som waarmee ik een heerlijke nieuwe racefiets zou kunnen kopen. Maar ik zou het niet kunnen: gehecht als ik ben aan die fiets met zijn en mijn verleden. Ik hoop dat ik de tijd die mij fietsend nog gegund is vol zal kunnen maken met mijn 'vintage'-vehikel.

Er is een week overgegaan: ik leef weer in volkomen vrede met de club, met mezelf en met mijn materiaal.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be