Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 12/04/2017 Dierendag Paul Dessein

Het was mooi weer. Sterker: het was schitterend weer. Dat was natuurlijk een flinke lokker: vandaag wordt het een mooie fietsmiddag door onze eigen polders. We waren nauwelijks vertrokken of daar werden wij al getrakteerd op een heerlijk tafereeltje. Een mannetjeseend, bescheiden in zijn mooie kleuren, en een wijfjeseend, uiteraard bescheiden, lagen, aan een waterloopje van bijna niemendal, op een klein stukje gras, prettig naast elkaar. Niet krampachtig dicht zoals heel jonge verliefden doen, maar met een klein beetje afstand, zoals geliefden die zeker zijn van elkaar en elkaar daarom een beetje meer ruimte kunnen geven. Die twee eendjes waren tuk op rust als voorbereiding op een heftig broedseizoen. Heel even nog een beetje genieten, naast elkaar in volle vertrouwen, voor het serieuze werk begint.

Was je nu in het buitenland, fietsend naast een of andere beroemde rivier, en je zag die, neen niet die, maar twee andere eendjes, je zou tijd vinden om te stoppen, misschien zou je zelfs een digitale foto schieten. En je zou denken: hoe heerlijk toch, er even een dagje opuit, hoe prachtig toch die vakantiesfeer. Maar eendjes zijn eendjes en zover hoef je nu ook weer niet te gaan. Echte vakantie, vinden wij, ligt ook binnen polderbereik!

Toen wij verder reden – wij waren natuurlijk even gestopt: net lang genoeg om een zekere ontroering te voelen – wisten wij nog niet dat wij onderweg waren voor een heuse dierendag. Een beetje verder een mooie omheinde weide met enkele schapen. Blijkbaar was het eeuwige spel van de natuur een tijdje achter de rug: de weide was gevuld met kleine lieve lammetjes. Weer dacht ik: waren wij nu in het buitenland, dan... Een van die kleine lammetjes had nog alle moeite van de wereld om zelfstandig recht te komen en wankelde nog wat bij zijn verkenningstochtjes in die wondere schapenwereld. De grotere schapen lagen er rustig bij: midden een vruchtbare weide en omgeven door hun kroost kon niets hen deren: "Aan niets ontbreekt het hen." Heerlijk toch! En weer tijd om even te stoppen.

We werden langzamerhand overweldigd door een toeristisch genot dat in intensiteit sterker kan zijn dan vermoeiende en slepende wandeltochten door de zoveelste stad onder de lokroep: citytrip. Wat walg ik van het woord. Waarom moet alles nu ineens Engels zijn? En zie daar reden we toevallig voorbij een authentieke honingzaak. Een imker die zelf honing slaat (links of rechts?). Waren wij nu in het buitenland... Mijn refrein begint wellicht afgezaagd te klinken. Dat zij dan zo! Maar feit is dat, gedreven door een toeristisch aanvoelen, wij er stopten en dat wij, in de beste reistraditie, enkele lokale producten kochten. Ons topproduct waarmee wij uit zullen pakken is een een behoorlijk grote pot koolzaadhoning aangevuld met paardenbloemen. Wij hebben vanzelfsprekend vooraf geproefd. Heerlijk. Het gevaar bestaat natuurlijk, ik weet het wel, dat we die honing over een paar dagen, als de vakantiesfeer ons zal hebben verlaten, eigenlijk doodgewoon zullen vinden. Maar dan nog: we hebben tenminste een paar dagen geleefd in een heel mooie illusie.

Wat verderop zagen we twee paarden. Als ik paarden zie word ik niet alleen toeristisch, ik word week van heimwee. In mijn zeer jonge jaren heb ik heel veel cowboy- en indianenverhalen gelezen (in mijn gedachten van toen: ál die boeken, allemaal, althans alle boeken uit onze lokale bibliotheek). En in al die boeken en boekjes speelde het paard een zeer aanzienlijke rol. Sindsdien ben ik godverliefd op paarden. Mijn vrouw ook: ook dat is een vorm van gemeenschappelijkheid, alle twee verliefd op hetzelfde. Bij mijn vrouw is die verliefdheid gebonden aan gemis: zij heeft een leven lang gedroomd van paarden en er nooit een kunnen berijden, laat staan, bezitten.

Op die paarden een jonge meid. Angstaanjagend. Jonge schichtige paarden onder aanvoering van jonge en onzekere meiden. Op zich kan dat mooi zijn: een jonge meid op een jong paard. Maar schoonheid, daar kan je weinig van genieten, als je angstig bent. Wij zijn heel voorzichtig voorbijgereden. Als beloning en om toeristisch te eindigen zijn wij ons te buiten gegaan aan heerlijk ijs en aan even heerlijke pannenkoeken en, alweer, aan even heerlijke chocoladesaus met, nog maar eens, heerlijke koffie.

Een doodeenvoudige dag die weer eens bewees dat schoonheid heel vaak in eenvoud ligt.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be