Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 26/04/2017 Oostende Paul Dessein

Oostende heet al sinds onheuglijke tijden de 'koningin der badsteden'. Volgens strikte normen mag 'badstad' niet, wel 'badplaats'. Er valt iets voor te zeggen. Stel dat Zwankendamme een strand zou hebben, zouden wij het dan over een 'badgemeente' moeten hebben? Klinkt gek. En wat met Zeebrugge? Is Zeebrugge een stad?

Ik dwaal af: Oostende, koningin der badsteden. Elke koningin heeft natuurlijk, en even natuurlijk in haar schaduw, een prinses: Wenduine, voor zover Wenduine officieel bestaat! Nu zijn prinsessen soms liever, mooier en aardiger dan koninginnen. Maar dat doet nu niet ter zake.

Oostende mag dan een koningin zijn, koninginnen hebben ook hun problemen. Oostende heeft af te rekenen met een vervuilende, bezoedelende plaag. Honden laten her en der, zowat overal eigenlijk, sporen achter van hun chemisch fabriekje dat hun hondenlijf in feite is. Kortom: hun zeer talrijke drollen (bijna zo talrijk als de korrels van de zee) wekken afkeer op en walg. Nu is afkeer het laatste wat een badplaats nodig heeft: het jaagt de bezoekers weg.

De Oostendse vroede vaderen (en moeders!) hebben dan ook beslist, de strijd tegen de hondenuitwerpselen manmoedig aan te gaan. Nu willen die verantwoordelijken duidelijk zijn: hun repressieve actie is niet tegen de honden als dusdanig gericht, wel tegen hun 'baasjes'. Die moderne baasjes zijn immers 'geacht' – ik gebruik even de iet of wat gezwollen taal van de machthebbers – zijn dus geacht die hondendrollen uit het stadsbeeld te verwijderen. Als zandtoiletten voor honden, als hondenpoepbuizen de stroom hondendrek niet aankunnen, dan moeten die baasjes die drollen zelf en eigenhandig doen verdwijnen. Vandaar dat nieuwe verschijnsel in onze steden: hondeneigenaren, de hond aan de lijn, die met van die hygiënische plastic zakjes rondzeulen om bij onheil (van de hond) veilig en gezond in te grijpen, waarbij de hoge kunst erin bestaat onder geen enkel beding met de uitgestoten viezigheid in aanraking te komen. Het doet bijna denken aan de plastic handschoenen van bepaalde dokters in bepaalde afdelingen bij bepaalde patiënten. De kleine werelden van viezigheid liggen soms angstaanjagend dicht bij elkaar.

Oostende ziet het groots. Ik heb slechts, en dan nog verstrooid en afgeleid, enkele flarden op kunnen vangen. Er zouden, zo meen ik mij te herinneren, een drietal agenten worden gedetacheerd naar de op te richten antidrollenbrigade. Die agenten kunnen onmogelijk doodgewone agenten blijven. Zij verdienen op hun minst een aparte titel, die, later, hopelijk financieel zal worden 'gehonoreerd'. (Ach, de moderne dure stadhuiswoorden!)

Wat worden zij op hun beurt 'geacht' te doen? Zij moeten eenzame en verdwaalde drollen opspeuren, die hygiënisch verwijderen maar restjes (staaltjes!) ervan – zeer nauwkeurig de vindplaats vermelden – bewaren om die aan een DNA-onderzoek te onderwerpen. Een stad als Oostende kan de moderne wetenschappelijke opsporingsmethoden niet links laten liggen. Via dit DNA-onderzoek worden de ongewenste hondendrollen gecatalogeerd. Nu is het niet de bedoeling direct heel bestraffend op te treden. Het is – écht waar – de bedoeling om de recidivisten op het spoor te komen. Na verloop van tijd, zo denkt men, zullen bepaalde DNA-kenmerken terugkeren, zodat men de 'veelovertreders' kan vinden, die op dat ogenblik zwaar zullen worden beboet: een vast bedrag per getraceerde drol. Let wel: altijd in de veronderstelling dat men de baasjes – vrouw of man – op de kop (!) kan tikken. Overigens zal die recidiverende hond een naam moeten krijgen. Dat is lastig. Een 'veelschijter' lijkt mij, ik ben zeer gevoelig, dat geef ik grif toe, een tikje al te plat en anderzijds (het geliefde woord van een politieke partij) kan 'veelpoeper' zeker hier bij ons in Vlaanderen aanleiding geven tot het soort dubbelzinnigheid dat ik te allen prijze wil vermijden. Dan toch maar de 'recidiverende hond'!

Maar mijn vraag was: welke naam geven aan die speciaal opgeleide agenten die na vrij korte tijd, daar ben ik zeker van, in staat zullen zijn om bepaalde drollen – voor een leek één potje nat – te herkennen en zeer zelfbewust mede te delen: dat soort drol hebben we al eerder gehad! Groot moment: men zal die verdomde veelsch... kunnen identificeren. Daarom hebben die agenten recht op een zwaarwichtige functiebenaming, niet dus het enigszins belachelijk aandoende 'hondendrollenspecialist' of het nog lachwekkender 'hondenpoepkenner'. Weg daarmee, met dat soort woorden wordt het beroep onvoldoende in de verf gezet! We zoeken Latijnse wegen op (een specialiteit van een andere politieke partij). Wat zouden we denken van: 'canisfecesspecialist'? Het klinkt zeer moeilijk, maar het went.

★ ★ ★

We hebben het gehad over koningin en prinses. Maar wat met Blankenberge? Met een vette knipoog naar de 'Folies Bergère' stel ik voor: Blankenberge, het herderinnetje van de Noordzee!

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be