Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 10/05/2017 Damme Paul Dessein

Het was die zondag net vóór 1 mei prachtig weer.
Wat kan je dan beter verzinnen dan de fiets te nemen voor een zwerftochtje doorheen onze eigen streek – mijn vrouw kent naar mijn normen buitengewoon veel polderwegen en -weggetjes – met als doel: Damme, voor een lekkere gistvrije pannenkoek met een heerlijk potje sterke koffie! Bovendien, o ijdelheid, streelt het mijn ego dat ik nog altijd niet-elektrisch rijd, terwijl mijn vrouw volop geniet van haar e-bike. Ach, bij mannen loert het machoverlangen om bijna elke hoek. Maar goed, zij: fietsgelukkig; hij: macho-ijdel. Als het zo gaat, waarom niet?

Na de nodige omzwervingen streken wij neer op het terrasje van de zaak waar ze die bewuste gistvrije pannenkoeken opdienen. Er was oneindig veel zondagsvolk op de been. 'Men' is er in geslaagd om het gezondheidsbevel van de eeuwige beweging ingang te doen vinden in ons alledaagse leven en heel zeker in ons zondagse bestaan. Wat al mensen! Een massa, die ik voor Damme niet voor mogelijk hield, met internationaal tintje. Ik hoorde er zelfs Japans, zo vermoed ik op grond van het uitzicht van de jonge vrouwen die die vreemde taal spraken.

Kijk en zie: daar daalde op dat eigenste moment een onoverzichtelijke meute fietsers over het Damse marktpleintje neer. Ze raakten amper hun fietsen kwijt om daarna te verzamelen bij een manspersoon die met kordate gebaren wat uitleg verschafte, of wat richtlijnen meedeelde, of aan culturele bekeringsijver leed. Kortom: 'onze gids'!

Als je lekker eten – volle maaltijd, een snackje, een lekkernijtje, een toetje – beschouwt als cultuur met grote 'C', dan is Damme kanshebber voor de titel: culturele hoofdstad van het kanalenlandschap. Damme wil blijkbaar meer: ze hebben zichzelf op de kaart gezet als boekendorp. Voor bepaalde boeken zul je in Damme wel een leven lang mogen zoeken, en dan nog. Maar goed, het zij Damme vergeven, want Tijl en Nele waren er nog rond.

Er is echter blijkbaar nog veel meer te beleven. In elke toeristische stad kan je je laten gidsen door een plaatselijke meertalige gids. Tot mijn niet geringe verbazing dus ook in Damme waar onze gids wel erg enthousiast tekeer ging. Meteen dacht ik aan een ander gidsenmoment. Ik ben eigenlijk geen groot reiziger, maar af en toe, vrij zeldzaam, zien mijn vrouw en ik het groots. Dit keer gingen wij met een groep naar Peru. Natuurlijk maakten wij de onvermijdelijke treinuitstap over en door de Andes, vlogen wij in een gammel vliegtuigje – zouden wij nu nog durven? – over bepaalde geheimzinnige lijnen, en bezochten we al even natuurlijk en al even onvermijdelijk Machu Picchu op zoek naar een prachtige maar verdwenen beschaving die daardoor alleen al mysterieus is en met de resten van deze beschaving moet je zelf proberen een vergane levenswijze weer op te bouwen: een heerlijke bezigheid.

We hadden – toevallig? – een schitterende gids. Een authentieke indiaanse die in het oneindig verre Peru in haar eentje met een paar bandjes en een oud tekstboek uit ons oude continent een zeer behoorlijk niveau Frans had bereikt. Later vertrouwde ze me toe dat ze nu aan de slag was met Duits. Die vrouw was bovendien op universitair niveau afgestudeerd in natuurkunde. Kortom: iemand! Iemand die bij gebrek aan werk om den brode toeristen wegwijs maakte in de oude indiaanse wereld. En omdat het eigenlijk haar échte wereld betrof, vertelde ze met de nodige hartstocht en met de nodige heimwee over haar eigen verleden.

Een deel van onze groep was helaas in de eerste plaats op zoek naar een mooie foto, naar het kiekje der kiekjes om indruk te maken op het thuisfront. Een voorbeeld? Een condor! Een echte condor in de echte hemel van Machu Picchu! Wat kon het hen schelen dat die vrouw haar uiterste best deed om iets van haar verleden tot leven te brengen doorheen die vreemde taal die zij zich met zoveel moeite en op zo'n grote afstand eigen had gemaakt? Wat moet zo'n gidse dan wel denken?

Blijkbaar is niet de reis belangrijk, wel het beeld dat ze van die reis zullen brengen op het thuisfront. Op dergelijke ogenblikken verwens ik de hele digitale fotografie waarbij mensen orgieën foto's kunnen nemen die je, voor je het weet, een indigestie bezorgen. Ik heb een vrij straf voorbeeld dat ik me nu plotsklaps in alle hevigheid herinner. We waren met een andere groep op stap in een ander land, veel dichter bij de deur. Ook hier weer heel wat mensen, mannen en vrouwen, met een derde oog op de buik. Bij een mens, een man, viel het fototoestel ineens uit. Om een of andere reden, ik ben geen kenner, kon het euvel niet worden verholpen. Je gelooft het of je gelooft het niet, maar de man doofde langzaam uit. Hij verloor bijna alle levensenergie: de zin van zijn reisbestaan was brutaal weggerukt. Zijn vrouw die hem natuurlijk! kende, raakte angstig bedroefd: de reis duurde nog een kleine week!

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be