Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 24/05/2017 Ooievaar Paul Dessein

Er was eens ... lang geleden, heel lang geleden ...
Als je in die tijd zei dat je naar S**** ging, dan kon je wellicht rode oortjes krijgen. Waarom 'rode oortjes'? Ik heb er geen idee van, te meer omdat die oortjes niet in de eerste plaats rood worden in bepaalde omstandigheden. Gelukkig bestaan er nog onschuldige geheimpjes in de wondere wereld van de taal.

Wij dus op weg naar S****. Altijd een heerlijk ritje. Heel zeker voor mensen die een aantal mogelijkheden kennen om daarnaartoe te rijden. In ons stadje gebotst op een stel dat we al een tijdje niet meer gezien hadden. Een blij weerzien. Uitwisseling van weetjes (o.a. nog een ons onbekende route naar S**** die bovendien de kortste is: uitgetest door onze teruggevonden vrienden), samen iets gaan eten. Na een heerlijke koffie het besluit genomen om samen naar Damme te fietsen – langs het kanaal – om daar een reusachtig ijs te bestellen. Uitbundigheid troef: Vlamingen die elkaar in het buitenland ontmoeten!

In Damme hebben wij ons op een heerlijk zonneterras genesteld. Heerlijk genietend van ons ijs. Wij verkeerden ineens in internationaal gezelschap: onderschat Damme maar niet. Voor ons zat een Duits echtpaar. De man leed een beetje aan uitdijende buikmassa. Hij had duidelijk last van de westerse (maar niet alleen westerse) rijkeluisziekte, de zo gevreesde en alom belaagde obesitas. Een gruwelijk Nederlands woord van de zuiverste snit is 'vetzucht'. Dat woord vertolkt volmaakt de toestand van onze Duitser. Zijn vrouw, eigenlijk vrouwtje, was van het kleine soort, zo van het soort dat helemaal in het niet verzinkt naast haar corpulente man. Zijn overgewicht belette hem niet een heftig stuk gebak tot zich te nemen begeleid door een grote pot bier. In Duitsland is dat dan een 'groβes'.

Een beetje verder was een Franse heer druk in de weer met een duidelijk jongere vrouw die wel een soort jongensachtig kapsel tentoonspreidde waardoor ze er nog jonger uitzag. Wellicht verlangde die man, in tegenstelling tot Macron, misschien wel de eeuwige jeugd, voor zijn partner althans. Ze genoten van een volwaardige met rijke wijnen overgoten maaltijd. Links van ons zaten twee Britse, in elk geval Engelstalige vrouwen te genieten van een onschuldige koffie met koekje en klein gebakje: een soort miniverwenkoffie voor dames op leeftijd. Die ene dame was op haar manier indrukwekkend. Als zij al ooit een model heeft gehad, dan was dat in de loop van de jaren helemaal verdwenen. Wat bleef, was een tegelijk opgezwollen en doorzakkende buik. In mijn hele leven heb ik die combinatie in die vorm nog nooit gezien. Ik geef toe: ik heb, in mijn leven, al bij al, weinig gezien. Maar niettemin: indrukwekkend. Het mooie was, dat zij, en ze heeft natuurlijk gelijk, helemaal niet om haar verschijningsvorm gaf: ze ademde rust en kalmte, een bijna zinnelijk genieten van het naakte feit dat ze bestond, en in gezelschap was en koffie dronk, met een gebakje, in Damme.

Het was mij ondertussen opgevallen dat onze Duitser met overgewicht heel geregeld naar boven keek, naar de mooie zonnehemel. Ik kreeg dat plotsklaps in het oog. En zoals dat gaat, hij kreeg in het oog dat ik hem in het oog hield, vanwege zijn herhaald opkijken naar de Damse luchten. En zie, daar beviel hij van een woord dat mij aanvankelijk wildvreemd voorkwam. Het klonk een beetje als 'sjtorg'. Mijn god, wat mocht dat betekenen? Maar door een wondere speling van het geheugen ontdekte ik na vrij korte tijd een Duits woord: Storch. Ik herinnerde me meteen zelfs het meervoud (altijd gevaarlijk in het Duits): Störche! En inderdaad: boven op het torentje van het Damse stadhuis stond daar een ooievaar – de geluksbrenger naast brenger van andere zaken, wezentjes eigenlijk – in zijn reeds aanzienlijke nest. De eieren waren net uitgekomen wist de lokale serveerster te berichten. Af en toe verdween de ooievaar, moegestaan, in een zittende houding in zijn nest, waardoor je tijdelijk niets zag. Maar hij herrees. Als een feniks!

Ooievaars zijn een toeristische attractie in heel wat Europese landen. Ooievaars zijn zelfs een toeristisch lokmiddel van onze stad S****! En nu kan ook Damme uitpakken met autochtone ooievaars. Deze lieve langpoten hebben alleen behoefte aan gemaaid weideland om volkomen gelukkig te zijn. Wat let Blankenberge om een ooievaarswerfcampagne op te zetten? Het kan zelfs een politieke slogan zijn: WIJ BRENGEN DE OOIEVAARS NAAR UITKERKE (Blankenberge)! Wij hebben er in elk geval de weidelanden voor.

Een prettige detail: ooievaars zijn trouw aan hun nest dat ieder jaar groter wordt en ieder jaar ook meer gaat wegen. Daardoor lijken ooievaars trouw aan elkaar. Maar dat is niet zo! Helaas. Driewerf!

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be