Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 28/06/2017 Kunst Paul Dessein

Wij zijn artistieke zondagskinderen, mijn vrouw en ik. Alles is heel toevallig tot stand gekomen. Wij hebben een tuintje aangelegd. Alles zelf beredderd. Tot het pijnlijke spitten toe. Maar wel op een ogenblik dat de botten van een mens nog geen pijn kunnen doen. Zelfs in die mate dat je, in die gezegende periode, even moet glimlachen met de uitdrukking: pijnlijke botten, omdat pijnlijke botten zo vreselijk onwaarschijnlijk klinkt.

We hebben toen een heggetje geplant zonder ook maar in de verste verte te denken, dat een heg snoeionderhoud vergt: laat maar komen. We hebben dan in de achterheg een aantal knotwilgen geplant die uiteraard zeer geregeld moeten worden geknot (anders zouden het geen knotwilgen zijn!). Dat heeft ons drie- à vierjaarlijks heel wat hout voor onze open haard opgeleverd en dat in tijden dat er nog geen zware verdachtmakingen waren geuit tegen het stoken van een houtvuurtje wegens de allemachtig grote hoeveelheid fijn stof die een dergelijk gestookt vuurtje de lucht in spuugt, het universum dermate bezoedelend dat groene angstkreten de vervuiling begeleiden.

Het is zo godgeklaagd moeilijk: vuur is warmte, en licht, en gezelligheid en dus écht leven. Fijn stof is helaas vernietigend en lijkt wel de baarlijke dood. Dood en leven, althans volgens mijn zeer gedegen katholieke opvoeding, kunnen niet zonder elkaar. Dat wordt dan nog maar eens pijnlijk geïllustreerd door onze met knotwilgenhout gevoede open haard.

Dat knotten van die wilgen heb ik altijd zonder vooropgezet plan uitgevoerd. Ik was alleen verdacht op mijn eigen veiligheid. Je mag er toch niet aan denken dat de ketting van dat razend tekeergaande zaagspul vast zou komen te zitten of dat die zelfde ketting in je gezicht zou worden geslingerd waardoor een blijvende schending daarvan een onoverkomelijk gevolg zou zijn en je blijvende lot: met geschonden gelaat (!) verder door het leven moeten. Als het daar maar bij zou blijven: je weet nooit wat voor bijkomende verwoestingen een dergelijk op hol geslagen ketting in een menselijk gezicht aan kan richten. Ik wil hier geen opsomming geven van wat allemaal kan: iedereen kan dat voor zichzelf wel uitmaken. Een waarschuwing toch: beoefen die donkere kunst niet al te lang. Want nachtmerries bijvoorbeeld, zijn ook niet altijd prettig, of aangenaam of het onvermijdelijke leuk.

Zonder vooropgezet plan! Dat is dan de grote afknotting. Elke drie of vier jaar, zoals al bleek. Maar daar tussenin heb je jaarlijks een bijkomende kleine snoei of, zo je wil, een tussentijdse afknotting. Dit gebeurt met een goede tuinschaar. Als je zelf je eigen tuin beheert, dan moet je uiteraard over goed materiaal beschikken, geen luxe, maar wel degelijke kwaliteit. Die kleine af te knippen takjes groeien op de grote afgeknotte takken. Ook dat werk heb ik met de nodige voorzichtigheid uitgevoerd (want op een nooit echt te vertrouwen ladder). Nu ontstaan op die hoofdtakken kleine verhoginkjes in de vorm van gespleten en gescheurde takrestjes. Tot nu toe niks aan de hand.

Tijdens de machtige jaren van onze knotwilgen hebben wij ook een klimopscherm neergepoot om thuis ten volle te kunnen genieten van onze heerlijke eigen regio: een soortement 'eigen regio first'(eerst)! Vanop straat gezien torent onze middelste knotwilg net boven de rand van het scherm uit. Door een speling van het lot lijkt de top van de behandelde knotwilg op een soort aapje dat net boven het scherm uitsteekt en de indruk wekt mee te genieten van ons voor zijn doen ongewoon landschap en precies daardoor bijzonder nieuwsgierig lijkt: het evenbeeld van een toevallige toerist die door een of andere gids gewezen wordt op, laten we zeggen, een ongewoon mooie koepel van een of andere merkwaardig gebouw.

Ook ons aapje vergaapt zich. Zelf hadden wij de artistieke waarde van het toeval nog niet ontdekt. Een vriendelijk buur heeft ons daar attent op gemaakt. Ik wil hem langs deze weg luide loven en prijzen. Sindsdien valt het mij op dat heel wat wandelaars even vertragen als ze langs onze tuin voorbijschrijden. Schrijden, omdat ze hoogstwaarschijnlijk momenten van diep artistieke ontroering beleven. Wij denken nog na over de juiste benaming van het kunstgewrocht. De boomaap of de apenboom. Wij moeten binnenkort een beslissing nemen. Een knotwilg heeft net als de mens en de hond en de kat en de mees een beperkt leven.

Wat het uiteindelijk wordt zullen we te zijner tijd wel kenbaar maken.

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be