Krant van Blankenberge | Cursiefje
Blankenberge: 23/08/2017 Boosheid Paul Dessein

Zomer. Zondag. Ochtend. Waarom niet in één keer: zomerzondagochtend!? Goed: zomerzondagochtend. En dus een fietstocht op het programma. Op zondagochtend is dat altijd met de polderbutters: in mijn geval met de B-groep. Onder leiding van onze kapitein die weet waar een gevaarlijke bocht om de hoek gluurt, die zelfs weet waar in bepaalde bochten of op schijnbaar ongevaarlijke rechte stroken een verraderlijke steen kan liggen. Soms weet hij zelfs al waar het in de herfst uitkijken geblazen zal zijn. De moderne Google- en andere gps-toestellen verzinken in het digitale niet in vergelijking met onze levende wegcomputer. Bovendien heeft hij, uiteraard, elke zondag vreedzame bedoelingen en zijn wij, zijn volgelingen, al even pacifistisch, een soort verlate en uitgebloeide flowerpowerlieden, mannen en vrouwen, die bijna 'bloemzingend' door het leven fietsen.

Achter ons hoorden wij het toen nog stille geluid van wat later een auto in razende achtervolging zou blijken te zijn. De auto kwam grommend dichterbij en zie daar begon het al: een bijna gewelddadig toeterconcert, een soort onvriendelijke rock-'n-roll. Hij raasde ons loeiend voorbij. Wij hadden niets misdaan. Zoals gewoonlijk, als brave communiejongetjes en -meisjes – ik wil absoluut onze braafheid dik in de verf zetten, en onze vriendelijkheid en onze hoffelijkheid – hadden wij een mooi sliertje gevormd, en toch stormde die razende automan ons heftig boos voorbij. Er zijn zo van die dagen.

Een eind verder werden wij weer belaagd door een andere auto die op zijn beurt heel onvriendelijk naast ons ganzenrijtje kwam aangereden, aangevlogen eigenlijk. Hij keek nors en verongelijkt: had hij woorden gehad met zijn allerliefste wederhelft? Wie zal zeggen wat er om kan gaan in een gekweld mannengemoed op een heerlijke zondagochtend? Hij was net het rijtje communicanten voorbij toen hij geheel onverwachts en totaal misplaatst vlak voor de 'koptrekker' naar rechts ging en ons daardoor de weg afsneed. De eersten moesten in de remmen gaan. Dank zij onze bijna spreekwoordelijke fietshandigheid – ik wil absoluut bescheiden blijven – konden wij een collectieve valpartij vermijden. Wij hebben de kerel een heel klein beetje verwenst – per slot van rekening zijn wij ook maar mensen – en enkele exemplaren van ons gezelschap bereikten nu zelfs een kookpunt dat ze aanzette de achtervolging in te zetten om de man niet alleen bij zijn lurven te pakken maar om hem... ik mag er niet aan denken! Na korte tijd was iedereen gelukkig bedaard en konden wij rustig doorfietsen. Maar, zoals de spreuk zegt: driemaal is scheepsrecht!

Op een gegeven ogenblik werden wij, vreedzame groep, brutaal gedwongen af te stappen. Voor ons stonden twee auto's neus aan neus naast elkaar. De twee bestuurderszijruiten waren gezakt en twee mannen huilden tegen mekaar op. Heel toevallig, een Vlaming en een Nederlander. Waar ze het oneens over waren was mij een raadsel. Waarom ze elkaar geen doorgang verleenden op die smalle polderweg behoort ook tot het rijk van de onopgeloste geheimen van 's mensen dagelijkse leven. Met heel veel schroom wil ik enkele flarden van hun gebrul weergeven. De Vlaming: gij, godsverdomde kl***zak, ge hebt hier niets te zoeken! De Hollander: nou, uit de weg, jij bedonderde boerenlul! Wij hebben na kort overleg besloten een beperkt risico te lopen. Als halfverlamde insecten zijn wij heel voorzichtig en deemoedig langs een van de auto's geslopen, daarbij bedenkend dat ons mooie gemiddelde helaas om zeep zou gaan.

Waarschijnlijk zijn dat van die tijdstippen waarop boosaardige agressie zijn weg wil vinden. Toeval? Of zou het toch waar zijn dat 'de mensen' de 'dag van vandaag' humeurig zijn, en ongeduldig, en agressief, ja zelfs fundamenteel mistevreden. Ik weet het niet.

Dezelfde avond van dezelfde dag nog wandelde ik even door mijn polderlandschap. Iemand heeft een hele grote partij gras gezaaid, bestemd voor zaadwinning. Het zaad was rijpend en reeds had een houtduif het opgemerkt. Ze landde in het paradijs (van melk en honing!) en at haar kropje vol. Andere duiven merkten dat op en die avond zag ik een hele horde neerstrijken. Toen weerklonk een schot waarbij ik naar alle waarschijnlijkheid mijn persoonlijke record hoogspringen (nogal laag) verbeterde. Ook de paarden van de naburige weide werden zeer onrustig. Maar de duiven kwamen al terug. Ik liep de graseigenaar op het lijf. Eigenlijk, zei hij mij, zouden we een automatisch kanon moeten inzetten. Maar dan heb je last met de paardeneigenaar. Die kwam daar juist voorbij en er ontstond een gesprek met de graszaadeigenaar. Alles zou goed komen.

Maar hoe kun je een gesprek beginnen met een waanzinnig toeterende autobestuurder?

PAUL (dessein)

© www.krantvanblankenberge.be