Krant van Blankenberge | François Driessens vertelt ...
17/10/2013 - Auteur: François Driessens Het station van Blankenberge François Driessens vertelt ... Iedereen spreekt er van. Het Station van onze stad verdwijnt en moet plaats maken voor een nieuw complex in een volledig opgewaardeerde buurt met winkels, hotels, een parkeergebouw en woongelegenheden. De laatste foto's werden genomen van dit gekend gebouw waar in de loop der jaren miljoenen mensen door gelopen zijn van en naar de spoorlijnen. De stadsgidsen hebben er op een serene manier afscheid van genomen en nu wordt er uitgekeken naar de start van de werken.

Het is dus hoog tijd om even stil te staan bij het eindstation van een spoorlijn welke zeker aan de basis lag dat Blankenberge van een stil vissersdorp naar één van de grootste toeristische trekpleisters van de kust opgeklommen is. Na een zoektocht in allerhande archieven kan ik van start gaan met het prille begin. In de Benne vond ik een collectie tijdschriften van de Rijks Middelbare Jongens en Meisjesschool welke destijds geschonken werden door Garrit Hinderyckx Garrit. In het blad van december 1951 trof ik een artikel geschreven door Karel Van Hooren. Ik kan het niet na laten om jullie de tekst er van te laten mee lezen.


----- De spoorweg Brugge–Blankenberge–Heist werd voltooid in 1865–1866. Als eerste station werd 'Het Gesticht' in gebruik genomen. Dit was een verlaten gebouw dat men vroeger opgericht had om als fabriek te dienen en het volk van Blankenberge te leren weven en spinnen. Daar bijna de helft van de bevolking uit vissers bestond, hadden de vissersvrouwen en jonge dochters liever hun draagvel en visbagge op hun rug te nemen om de aangebrachte vis van de schuiten van het strand naar 't steedje te brengen waar ze in de straten open gelegd en per opbod verkocht werd. De visdraagsters bezorgden dan de koper zijn gekochte waar thuis mits betaling van de vastgestelde prijzen. De grote viskopers hadden hun eigen visdraagsters en bennen en brachten zelf hun waren thuis. En zo ging er geen enkele vissersvrouw of dochter naar het gesticht om te leren weven of spinnen.

Afbeelding van het oude treinstation van Blankenberge

Een ander deel der bevolking bestond uit strand- of zeedrifters en die gasten hielden dus ook niet van weven of spinnen. Nog anderen werden metselaar, timmerman, plakker of smid en zo kwam het dat bij gebrek aan werkkrachten 'Het Gesticht' leeg bleef tot de spoorwegmaatschappij het in gebruik nam als station. Het Gesticht of de 'Statie' stond in de Kerkstraat tussen de Onderwijsstraat (hotel Bordeaux) en het nu grote Stationsplein. Geheel die blok tot aan de spoorlijn welke er achteraan voorbij liep behoorde aan Het Gesticht. Dit domein werd in 1890 verkocht aan de Heer Van Gastel uit Antwerpen die alles af brak en er de hotels en huizen op bouwden welke er nu anno 1951 nog staan.

Het Station werd er ingericht met een drinkzaal waar Lowie Pauwels het buffet hield. De eerste bediende was Charles Vernieuwe, een grote struise kerel met zwarte baard. Hij was de zoon van de hoofdonderwijzer Sebastiaan Vernieuwe. Charles zijn ene been was korter dan zijn andere waardoor hij mankte en gebruik maakte van een wandelstok. Niettegenstaande zijn lichaamsgebrek ging hij flink op stap en speelde eerste piston bij de 'Neptunus Kinderen' waarvan zijn broer, hoofdonderwijzer August Vernieuwe de muziekleraar was en 't klein klarinetje bespeelde. Een andere broer blies de eerste tuba. August Vernieuwe werd later in 1879 door Minister Van Humbeeck tot inspecteur van 't onderwijs te Aalst benoemd. -----

Een leuke anekdote uit de tijd van toen ...

Op een zaterdagmorgen omtrent 8 uur kwam boer Huys van Uitkerke het station binnen gewandeld met een korf aan de arm om zijn gewone wekelijkse winkelwaren te Brugge te gaan opdoen. Hij vroeg, zoals alle boertjes op de markt, de prijs voor een kaartje naar Brugge.

De bediende Charles Vernieuwe antwoordde hem ... "het is 60 centiemes."
"Neen" zei boertje Huys, "dat is me te veel. Ik bied 40 centiemes."
"Het tarief is 60 centiemes" zei Charles.
"Tarief of geen tarief" zei Huys, "ik gaan der een klute bij doen. Ik geef je een halve frank. Laat ons de knoop door kappen" en hij stak zijn hand door 't quichet om de koop toe te slaan.
"Niet te doen" zei Charles "60 centiemen is de prijs en dat is het tarief."

Boer Huys trok zijn hand terug, scharrelde zijn korf weer aan zijn arm en trok te voet naar Brugge om zijn wekelijkse provisie te gaan kopen. Toen hij een vijftigtal stappen gedaan had, trok de machinist van de trein, ten teken van vertrek, aan de stoomfluit. Boer Huys snakte zich om en riep "Ja schuifelt gij maar, 'k geef geen cent meer of een halve frank. Dat is meer dan genoeg voor een kaartje naar Brugge." Het treintje zuchtte en pufte stilaan vooruit, terwijl van uit een der vensters van een wagen een boerenzoon zijn armen zwaaide en riep naar de 'kurieuze-neuzen' die op de afsluiting leunend toekeken "Ho dat is geistig." Waarop de toeschouwers het liedje aanhieven op zijn plat Blankenbergs "Ho! Da ried zeire, da ried zeire, da ried zeire ... moar kiekt 'n keir, kiekt 'n keir, hoe zeire dat da ried !" En boertje Huys trok stap en half voorts, al monkelend dat een halve frank meir dan genoeg was voor een kaartje naar Brugge.

En zo leefden de mensen dan, gelijk nu weltevreden ... of nooit content ...

En dit is dan mijn eerste bijdrage voor de Krant van Blankenberge.
Een stukje geschiedenis met wat interessante details over mensen en
dingen en een leuk 'waar of niet waar' verhaaltje uit de tijd van toen.

François Driessens

© www.krantvanblankenberge.be